Rechter bepaalt dat Uber-chauffeurs werknemers zijn

Platformdiensten Vakbond FNV had de rechtszaak aangespannen. De rechter is het met de bond eens dat Uber-chauffeurs geen zelfstandige ondernemers zijn, maar werknemers.
Foto Rob Engelaar/Novum
Foto Rob Engelaar/Novum Uber-chauffeurs zijn volgens de rechter werknemers en vallen onder het cao Taxivervoer.

Chauffeurs die in Nederland hun diensten aanbieden via de populaire taxi-app Uber zijn geen zelfstandige ondernemers, maar werknemers. Dat heeft de rechtbank in Amsterdam maandagochtend bepaald in een zaak die was aangespannen door vakbond FNV. De uitspraak betekent dat Uber de chauffeurs in dienst moet nemen.

In Nederland zijn circa vierduizend chauffeurs werkzaam voor Uber, voornamelijk in en om de regio Amsterdam. Zij moeten volgens de rechter worden betaald volgens de cao Taxivervoer, die hen meer rechten en ontslagbescherming biedt. „De rechtsverhouding tussen Uber en deze chauffeurs voldoet namelijk aan alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst”, aldus de rechter.

De rechtbank oordeelde tevens dat Uber-chauffeurs in bepaalde gevallen aanspraak kunnen maken op achterstallig loon. Dit omdat zij volgens de rechter al eerder recht hadden om onder het cao Taxivervoer te vallen, waarvoor zij nu dus gecompenseerd mogen worden. Ook kunnen Uber-chauffeurs in bepaalde gevallen aanspraak maken op achterstallig loon, omdat zij in feite al langer onder het regime van de taxi-cao vielen. Uber moet daarnaast 50.000 euro schadevergoeding aan FNV betalen, contractpartner in de cao.

Hoger beroep

Kort na het vonnis kondigde Uber aan in hoger beroep te gaan tegen de uitspraak. Uber doet dat „in het belang van de chauffeurs”, zegt Maurits Schönfeld, General Manager Noord-Europa bij Uber, in een reactie. „Chauffeurs willen geen afstand doen van de vrijheid om te kiezen of, waar en wanneer en met wie ze werken.”

Het vonnis is ‘uitvoerbaar bij voorraad’, wat betekent dat Uber het vonnis direct uit moet voeren. Een woordvoerder van Uber zegt „nu uit te zoeken” wat de effecten van de uitspraak precies gaan zijn. Na de uitspraak stuurde Uber een e-mail naar de chauffeurs waarin het stelde dat „deze uitspraak de flexibiliteit kan wegnemen waarvan we weten dat die zo belangrijk is voor jullie”.

De vakbond noemt de uitspraak in een verklaring „een grote overwinning voor de rechten van de chauffeurs”, laat FNV weten. „Het is ook een signaal naar Den Haag dat dit soort constructies illegaal zijn en dat de wet dus gehandhaafd moet gaan worden”, aldus FNV-vicevoorzitter Zakaria Boufangacha.

Uber stelt zelf dat het enkel een platform biedt waar chauffeurs als zelfstandige ondernemers met klanten in contact kunnen treden. Dat klopt niet volgens de vakbond, die stelt dat er sprake is van ‘schijnzelfstandigheid’. Uber oefent controle uit over de chauffeurs, die het via loyaliteitsprogramma’s, kledingvoorschriften en trainingen aan zich bindt, zonder dat chauffeurs pensioen of vakantiedagen ontvangen. De rechter stelde het FNV hierin in het gelijk. Het platformbedrijf verloor eerder soortgelijke rechtszaken in Frankrijk en in het Verenigd Koninkrijk.

De rechtszaak is de tweede overwinning van FNV in korte tijd tegenover een platformdienst. Afgelopen februari bepaalde de rechter in hoger beroep dat fietskoeriers van Deliveroo geen zzp’ers, maar werknemers zijn. Eind vorig jaar volgde uit een oordeel van de Hoge Raad dat zzp’ers die hetzelfde werk doen als collega’s in loondienst meer mogelijkheden krijgen om een arbeidscontract of bijvoorbeeld een ontslagvergoeding af te dwingen.

Borstlap

In januari 2020 presenteerde commissie-Borstlap een alarmerend rapport over de arbeidsmarkt. De commissie betoogde dat de grote hoeveelheid flexwerk leidt tot ongelijkheid op de arbeidsmarkt tussen goed beschermde werkenden en slecht beschermde flexwerkers, waaronder een deel van de zzp’ers.

De commissie deed een groot aantal voorstellen om de arbeidsmarkt te hervormen, maar voorlopig is daar nog weinig van gekomen. De vakbonden proberen ondertussen via Den Haag en rechtszaken tegen individuele bedrijven, zoals Uber, Deliveroo en Temper, meer rechten voor zzp’ers af te dwingen.

De reactie op het rapport-Borstlap „valt vies tegen”, zegt Martijn Arets - expert op het gebied van platformwerk. „Iedereen is hier vooral z’n eigen achterban aan het verdedigen in plaats van echt vooruit te kijken. Terwijl: nu is het óf je hebt zekerheid óf je hebt flexibiliteit. Dat hoeven geen aparte dingen te zijn.”

Update (13-09-2021). Dit artikel is in de loop van de dag bijgewerkt met reacties op het vonnis