Na acht jaar Conservatieven komt de Arbeiderspartij weer aan de macht in Noorwegen

Verkiezingen De Arbeiderspartij van Jonas Gahr Støre zal zich de komende jaren buigen over wat te doen met de olieboringen en de Europese Unie.

Jonas Gahr Støre van de Arbeiderspartij en zittend premier Erna Solberg van de Conservatieve Partij bij een evenement in Oslo eerder deze maand. Foto Gorm Kallestad/EPA
Jonas Gahr Støre van de Arbeiderspartij en zittend premier Erna Solberg van de Conservatieve Partij bij een evenement in Oslo eerder deze maand. Foto Gorm Kallestad/EPA

Na acht jaar komt er weer een sociaal-democraat aan het roer in Noorwegen. De Arbeiderspartij van Jonas Gahr Støre heeft bij de parlementaire verkiezingen van deze maandag 48 van de 169 parlementszetels veroverd en is daarmee veruit de grootste geworden. De Conservatieve Partij van de huidige premier Erna Solberg werd de tweede partij met 36 zetels. Op drie kwam de agrarische Centrum Partij met 28 zetels in de Storting, het Noorse parlement.

Gahr Støre, die van klimaatbeleid een speerpunt zegt te willen maken, komt voor een aantal grote uitdagingen te staan. De eerste is het vormen van een kabinet - dit duurt in Noorwegen doorgaans één tot enkele maanden. Verwacht wordt dat hij de samenwerking zal opzoeken met de Centrum Partij en de Socialistische Linkse Partij (twaalf zetels). Deze drie partijen denken echter sterk verschillend over een aantal belangrijke thema’s, zoals de oliewinning.

Klimaat en EU

Lees ook: Groene Noren hechten aan hun olieschat

Zo wil de Socialistische Linkse Partij stoppen met olieboringen vanwege de impact die deze hebben op klimaatverandering, terwijl de Centrum Partij en de Arbeiderspartij daar de komende decennia mee willen doorgaan omdat het geld uit de oliesector nodig zou zijn om de vergroening elders in het land te kunnen betalen (ondanks het oliestaatsfonds van ruim duizend miljard euro dat het land al heeft opgebouwd). Hierbij speelt ook mee dat er 200.000 Noren (met stempassen) in de oliesector werken.

Ook zullen de partijen het niet snel eens worden over wat te doen met de samenwerking tussen Noorwegen en de Europese Unie. Noorwegen is aangesloten bij de Europese Economische Ruimte (EER) en heeft daarmee toegang tot de interne markt van de EU. In ruil houdt het land zich aan de meeste EU-regels (het doet echter niet mee aan het Europese agriculturele en visbeleid). De eurosceptische Centrum Partij én de Socialistische Linkse Partij willen af van deze samenwerking met de EU, terwijl de Arbeiderspartij groot voorstander is en zelfs wil dat Noorwegen toetreedt tot de Unie.

Ook buiten de te verwachten coalitie zijn een aantal noemenswaardige verschuivingen op te merken. De Milieupartij de Groenen (MDG) en extreem-linkse Rode Partij (Rodt) die eerder beide één zetel in de Storting hadden, komen na deze verkiezingen volgens de exitpolls uit op respectievelijk drie en acht zetels. Klimaatactivisten hopen dat daarmee meer aandacht komt voor een ferm klimaatbeleid.

Ook opvallend is het zetelverlies van de Vooruitgangspartij (FrP), die van 27 naar 22 zetels is gegaan. Deze rechts-populistische partij heeft vrijwel de gehele regeerperiode van Solberg meegeregeerd met de Conservatieven (de FrP stapte in 2020 uit de regering nadat de familie van een omgekomen Noor die zich had aangesloten bij Islamitische Staat werd gerepatrieerd) en lijkt daar maandag op te zijn afgestraft.

Lees ook: Noorse politie houdt rekening met nieuw geweld door rechts-extremisten