Tentoonstelling in Museum Voorlinden.

Foto Marco de Swart/ANP

Interview

Vooral kleinere musea hebben het door corona zwaar

Jan van Kootendirecteur Museumvereniging De resultaten van musea over coronajaar 2020 zijn bekend. Publieksinkomsten halveerden en musea bezuinigden. „Noodsteun kan nu niet stoppen.”

Aan het eind van deze maand komt er waarschijnlijk een eind aan de noodsteun voor de culturele sector. De musea hebben de schade over 2020 al opgemaakt, en in de wetenschap dat dit jaar niet beter was, pleiten zij voor voortzetting van de hulp. „Anders is de noodsteun ook voor niets geweest”, zegt Jan van Kooten, directeur van branche-organisatie de Museumvereniging.

Hoe gaat het met de musea?

„Iedereen is blij dat de deuren weer op een kier staan. Voor iedereen die in een museum werkt is het ontvangen van bezoek de kerntaak. De missie van musea is het vertellen van verhalen aan groepen van scholen, aan gezinnen, aan iedereen. Maar stel je dezelfde vraag aan de financieel directeur, dan is het antwoord; er zijn veel zorgen. Na een succesvol jaar in 2019, met ongekend veel bezoekers en activiteiten, kwam de crisis vanuit het niets. Musea hebben in 2020 60 procent minder bezoek ontvangen dan in het jaar daarvoor: van 33 miljoen in 2019 naar 13,2 miljoen.”

Musea mochten toch als doorstroomlocaties vrij snel weer open?

„In 2020 waren musea drie maanden dicht, in 2021 vijf maanden. Maar buiten die periodes van volledige sluiting was het maximaal aantal bezoekers ook beperkt. Bovendien is het internationaal toerisme vrijwel stilgevallen. Buitenlands bezoek daalde van 10 miljoen in 2019 naar 1,8 miljoen in 2020. De publieksinkomsten zijn hierdoor in 2020 gehalveerd naar 250 miljoen euro. Dat heeft grote impact. Nederlandse musea verwerven ongeveer de helft van hun inkomen uit publieksinkomsten, en de helft uit subsidie. Aan het opbouwen van eigen inkomsten is juist jarenlang hard gewerkt.”

Musea hebben tot de zomer een probleem van 130 miljoen euro

Hebben musea voldoende steun ontvangen?

„In totaal hebben de musea in 2020 149 miljoen euro aan noodsteun ontvangen, uit de NOW-regeling en uit de steunmaatregelen voor de cultuursector. Desondanks hebben de musea ook 125 miljoen euro bezuinigd om de tekorten op te vangen: minder tijdelijke tentoonstellingen, minder activiteiten, minder personeel. Er is 470 fte (voltijdsfuncties) bezuinigd op personeel in loondienst.”

Jan van Kooten, directeur Museumvereniging. Foto Chris van Hout

Maar als de beperkingen binnenkort worden opgeheven, trekken de inkomsten weer aan.

Lees ook: ‘Steun landen waar cultuur onder druk staat’, zegt prins Constantijn

„Inderdaad, en de redenering is dan dat de markt zijn werk weer kan gaan doen, dus verdwijnt de noodsteun. Maar de markt is nog zeker geen pre-coronamarkt; zeker internationaal toerisme komt maar langzaam op gang. Voor het vierde kwartaal van 2021 verwachten we nog 65 miljoen euro inkomstenderving, je kunt er redelijkerwijs van uitgaan dat er de eerste helft van 2022 ook zo’n bedrag aan inkomstenderving is. Musea hebben dus tot volgende zomer een probleem van 130 miljoen euro.

„Bijkomend probleem is dat de noodsteun ongelijk is verdeeld; die kwam vooral bij de grotere musea terecht. Veel kleinere musea draaien grotendeels op vrijwilligers. Zij kregen dus geen NOW-steun en konden moeilijk bezuinigen.

„Er is eigenlijk een catch 22 ontstaan: de steun valt weg en er is ingeteerd op de reserves, maar om uit deze crisis te komen moeten musea kunnen investeren.”

Waarom investeren? Kunnen de musea niet gewoon opengaan?

„Zo eenvoudig is het niet. De musea zijn voorlopig afhankelijk van Nederlands bezoek. Om dan meer publiek te trekken heb je herhaalbezoek nodig. Meer activiteiten en wisseltentoonstellingen kosten ook meer geld.”

Wat zou een oplossing zijn?

„Onze voorkeur heeft het voortzetten van de noodsteun, om nog grotere financiële gaten voor te zijn. Daarbij zou er steun moeten komen om te investeren in activiteiten om zo zelf meer inkomsten te genereren. Dan is voor een relatief overzichtelijk bedrag het probleem opgelost. Anders is de noodsteun ook voor niets geweest.”

De noodsteun is vooral bij grotere musea terechtgekomen, moet de steun nu niet naar de – kleinere – musea die het nodig hebben?

„Ja, dat zou inderdaad moeten.”