Foto Daniel Niessen

Interview

Lex Bohlmeijer: ‘Ik moet met jou praten, dat gevoel moet ik je geven’

Wat maakt het leven de moeite waard? Presentator Lex Bohlmeijer (62) van Radio 4 maakt zijn programma’s persoonlijk en intiem. Verbinding voelen, daar draait het voor hem om. „Oprechte of goedgekozen woorden, dat vind ik van belang voor luisteraars.”

Elke doordeweekse avond om zeven uur horen luisteraars van Radio 4 Lex Bohlmeijer (1959) aan het begin van zijn programma Passaggio, iets anders zeggen dat toch bijna hetzelfde is: „Dames en heren, goedenavond, hartelijk welkom in de leemte tussen Podium en Avondconcert.” Of: „in de nazomer tussen Podium en Avondconcert” Of: „op het circuit tussen Podium en Avondconcert”. Al bijna acht jaar lang, elke avond nét iets anders. Bohlmeijer houdt ervan zichzelf iets op te dragen, denk je dan.

Passaggio is een radioprogramma op de klassieke zender, maar het is anders dan andere programma’s. Het is, zegt de tekst op de site van Radio 4, ‘persoonlijk en intiem’. En dat is het precies, persoonlijk en intiem. Dat komt door de presentator die erin slaagt de indruk te geven dat hij écht tegen ons praat, en zelfs dat hij het meer in het bijzonder tegen jou persoonlijk heeft. Jou. Mij. Dat is het intieme. Dat zit ’m niet in allerlei privé-ontboezemingen, alhoewel er ook ontboezemingen zijn, in die zin dat Bohlmeijer vaak iets vertelt over wat hij die dag beleefd heeft, gedaan heeft, gezien heeft. Dingen die jou/mij/u (hij zegt u tegen ons, ook zo prettig) zouden kunnen interesseren, in deze persoonlijke sfeer waarin we nu beland zijn. Hij ontdekt nieuwe Nederlandse muziek of muzikanten voor ons. Hij leest elke dag een gedicht voor, een écht gedicht, geen rijmelarij, en dat leest hij ook nog eens heel goed voor.

Het is dus een fijn uurtje.

Op zondag kan wie wil Bohlmeijer horen bij Diskotabel, het programma waarin deskundigen naar muziek luisteren en vertellen wat ze ervan vinden. Dat doen ze de laatste zeven jaar onder zijn leiding en hij lijkt zeer gemakkelijk over muziek te kunnen praten. „Omdat ik er niets van afweet”, zegt hij, wat alleen maar waar is in vergelijking tot wat zijn gasten erover te berde kunnen brengen. Bovendien gaat het bij hem thuis de hele dag over muziek, want zijn vrouw, Phyllis Ferwerda, is pianiste. („Een heel goede”, zegt hij trots.)

9/09/2021 - Foto Daniel Niessen - Portret van Lex Bohlmeijer, Arnhem - Voor de rubriek ‘’Wat maakt het leven de moeite waard?’’
9/09/2021 - Foto Daniel Niessen - Portret van Lex Bohlmeijer, Arnhem - Voor de rubriek ‘’Wat maakt het leven de moeite waard?’’
Foto’s Daniel Niessen

Zelf heeft hij literatuurwetenschap gestudeerd in Leiden. Woeste interesse in toneel. Speelt niet zelf in het geheim, of het niet-geheim, in een kwartet of een rockband. En in zijn jonge jaren is hij een paar jaar danser geweest, in Frankrijk. „Een groep professionele dansers en ik had niks. Ik had gelezen. En gevoetbald. Atletisch was ik wel sterk maar ik had helemaal geen techniek. Die eerste voorstelling, in Centre Pompidou, je denkt: dit overleef ik niet. Maar ik heb het overleefd.”

In het huis vlakbij Arnhem, waar ze nog maar een jaar wonen, domineert een grote vleugel de huiskamer en Bohlmeijer laat graag zijn eigen ruimte zien in wat vroeger een garage was. Boeken langs de wand, op de tafel opnameapparatuur. „Hier zit ik elke avond.”

O. Dus niet in een studio in Hilversum. Dat het hier dan zeker goed geïsoleerd is, veronderstel ik? Welnee, lacht hij. Helemaal geen isolatie. „Je hoort alles, de vogeltjes buiten, de weg in de verte als er een motor overheen scheurt.”

Dat heb ik nog nooit gehoord op de radio. Let de luisteraar niet op? Doet het er niet toe? Bohlmeijer denkt dat het er niet toe doet, dat dat idee van een gecapitonneerde studio overdreven is.

Door steeds consequent de dingen te doen die mij het meeste angst inboezemden, heb ik ze klein gekregen

Hij laat de speellijst zien die hij elke dag krijgt van de redactie, de muziekstukken staan erop, de uitvoerenden, de duur ervan, de momenten waarop hij iets moet gaan zeggen. Dat is het. Voor de rest doet hij alles zelf vanuit deze ex-garage, zonder technicus of wat ook. Live. Want de luisteraars moeten wel merken dat hij er is, ze moeten een berichtje kunnen sturen naar de app van Radio 4 en dan moet hij daar antwoord op kunnen geven als de tijd het toelaat, dat hoort bij de intimiteit van het programma. Dat overigens gaat stoppen omdat hij weer naar later op de avond verschuift, waar hij voeger ook zat.

Dat hij altijd zo’n enorm ontspannen indruk maakt op de radio, zeg ik.

Dat hij vroeger dodelijk verlegen was, zegt hij.

„Als ik dat nu zeg is dat moeilijk voor te stellen, maar ik verzin het niet. Door steeds maar consequent de dingen te doen die mij het meeste angst inboezemden, heb ik ze klein gekregen.”

Maar dans, het podium, interviews houden – je had toch ook iets heel anders kunnen doen, iets met minder mensen erbij?

„Ik voelde me aangetrokken tot het podium, al stierf ik iedere keer dat ik erop moest duizend doden. Ik was zo gesloten, er moest iets naar buiten. Ik kon het niet op een andere manier laten zien. Op het podium staan ze op je te wachten dus je moet. En dan is het gelegitimeerd. Je doet het en je overleeft het. En iedere keer dat ik dat gedaan heb, ben ik een stukje van mijn angst kwijtgeraakt, zo zie ik mijn leven. Mijn allereerste interview voor de radio was met Theo Sontrop, uitgever van de Arbeiderspers, een flamboyante man. Het moest over Gustave Flaubert gaan die hij uitgegeven had. Dus ik kom daar aan met een enorm opnameapparaat, alles van Flaubert gelezen want dat deed ik natuurlijk wel, ik wilde beslist niet door de mand vallen – zegt Sontrop: ‘Kóm we gaan lunchen.’ Nou daar zat ik met dat reusachtige opnameding aan een klein tafeltje. Amsterdam, deuren open, lawaai, herrie. Maar het gíng, ik had vragen, hij gaf antwoord en ik ging een paar kilo lichter naar huis.”

Radio maken is in dat opzicht makkelijk, vindt hij. „Radio is een medium voor verlegen mensen.”

Omdat ze je niet zien?

„Ja. Dat heeft me enorm geholpen.”

9/09/2021 - Foto Daniel Niessen - Portret van Lex Bohlmeijer, Arnhem - Voor de rubriek ‘’Wat maakt het leven de moeite waard?’’
Foto’s Daniel Niessen

Nu is hij niet meer bang om zichtbaar te zijn, hij doet graag openbare interviews en leidt debatten alsof hij het voor zijn lol doet. Dat is ook zo.

„Ik vind het heerlijk. Man! En, dat klinkt misschien ijdel, maar mensen vinden het vaak fijn, mijn manier van optreden, een soort rust, die vroeger natuurlijk alleen maar aan de buitenkant lag, maar die ik me nu echt eigen heb gemaakt. Nu is het oprechter, dat maakt het ook veel plezieriger om te doen.”

Bohlmeijers vader was dominee. Zelf heeft hij in zijn puberteit, zonder rancune, van het geloof afscheid genomen. „Als klein jongetje wilde ik altijd naar buiten, voetballen, rennen, schoppen. Ik luisterde dus niet naar de preken van mijn vader, alleen naar z’n intonatie. Ik zat te wachten op het moment dat ik hoorde: nu komt het einde, dat hoorde ik aan z’n stemvoering – en dan werd ik wakker. Puur melodisch hè, muzikaal geluisterd. Ik zou niet weten wat mijn vader gepreekt heeft, terwijl ik hem honderden keren heb gehoord.

„Wat ik achteraf gezien fascinerend vind, dat is nu voor het eerst dat ik het besef: hij schreef alleen woorden op van tevoren, geen hele zinnen, en ik doe dat dus net zo als ik moet presenteren. Want dan blijf je denken als je praat, in plaats van dat je voor gaat lezen. Je hoort meestal toch dat iemand een velletje papier voor zich heeft en dat is voor radio niet goed. Ik moet met jou praten, dat gevoel moet ik je geven. Want dat maakt het intiem en dichtbij, daar moet je niet met een papier tussen gaan zitten, dat heb ik me op een gegeven moment voorgenomen.”

Maar het komt ook wel echt op de formulering aan.

„Ja, ik vind dat taal wordt veronachtzaamd op Radio 4. Luisteraars zeggen altijd: er wordt te veel gepraat, dan denk ik: ja, maar we zitten er wel om iets te zeggen. Ik denk dat het met de kwaliteit van de taal te maken heeft. Dat is nooit een onderwerp, het gaat altijd alleen maar over de inhoud van wat je zegt, nooit over woordkeus – welke woorden gebruik je? Waarom zeg je iets precies zo? Dat vind ik heel raar. Want taal is ons medium, niet radio, maar taal. Ik denk dat er heel veel slechte taal is: gemakzuchtig, clichématig, ingewikkeld, deftig, duur, van alles, maar niet altijd oprechte of goedgekozen woorden. Dat is wel wat ik van belang vind voor luisteraars.”

Er is écht nog wel iets anders dan harde feitelijkheid, daar ben ik in mijn leven wel van overtuigd geraakt

Taal is in Bohlmeijers programma belangrijk, denk ook aan de poëzie, maar muziek gaat om meer dan taal. In een interview met psychiater Damiaan Denys dat hij onlangs hield, vroeg hij die naar de ziel. Wat betekent de ziel voor hem?

„Ik weet dat niet. Het verbaasde me dat Denys dat woord zo makkelijk gebruikt, hij zegt: we hébben een ziel, dat is onze essentie. Alleen je kunt hem niet zien of aanwijzen of in de hersenen traceren. Dat vind ik aantrekkelijk, dat je iets kunt gebruiken wat niet aan te tonen valt. Er is écht nog wel iets anders dan harde feitelijkheid, daar ben ik in mijn leven wel van overtuigd geraakt. Eigenlijk juist daar waar je ophoudt te kunnen spreken over mensen, daar is de ziel. Ik weet het niet, ik kan het niet zeggen, maar bij muziek heb je het gevoel dat sommige uitvoeringen en sommige muzikanten bezield zijn. Dan denk je: nu gebeurt het, nu word ik geraakt.”

Denk je dat je dat altijd voelt als iemand zijn of haar ziel erin legt?

„Weet ik niet. Het kan ook best zijn dat je die ziel helemaal niet wilt. Met ziel is niet alles gezegd.”

Het gaat om ontroering.

„Ja. Ik heb natuurlijk na zitten denken over de vraag: wat maakt het leven de moeite waard, en er zijn wel tachtig antwoorden de revue gepasseerd, dat is logisch, maar ontroering is misschien wel een mooi antwoord voor mij. Ik zou ook schoonheid kunnen zeggen. Of liefde.”

Waar denk je aan bij ontroering?

„Ik merk dat ik in mijn interviews voor de Correspondent steeds vaker het moment benoem waarop ik ontroerd raak, als iemand iets vertelt wat dichtbij komt, wat hem of haar heeft geraakt of bezield, essentiële ervaringen of pijnlijke ervaringen, dan zit ik soms met tranen in mijn ogen. Ik zoek wel een beetje naar die momenten, stiekem dan, want het moet allemaal wel inhoudelijk kloppen en informatief zijn. Ik kan het soms ook hebben als iemand mooi een verhaal vertelt, of een deskundige zo goed iets uitlegt dat je het snapt, het is niet alleen maar emotioneel, het kan ook een rationele flits zijn van inzicht of zoiets. Ik kan ook ontroerd zijn door de timmerman die hier die hoek van de deur gaat zitten repareren, dan gaat die deur er niet uit, nee hij heeft een techniek ontwikkeld om er een stukje uit te zagen, vraag me niet hoe, maar het is prachtig, je ziet niet dat het gerepareerd is – dat kan mij ook ontroeren.”

Dan word je getroffen door de toewijding?

„Dat is een belangrijk woord. Voor de ambachtsman is dat de manier om je te verbinden met je materiaal en met je werk, met de materie.”

Verbondenheid met het bestaan. Met het leven. Dat bedoel ik

Je gebruikt het woord ontroering voor een vrij breed scala aan gevoelens en gewaarwordingen.

„Bewust. Die hebben allemaal te maken met het besef dat ik me verbonden voel, dat is het volgens mij. Het overstijgt je gevoel van verloren zijn denk ik. Van ‘in de wereld geworpen zijn’ om het even filosofisch te benaderen.”

Het heeft met verbondenheid te maken, maar niet per se met iemand?

„Nee, dat bedoel ik. Verbondenheid met het bestaan. Met het leven. Dat ik er in pas en dat ik het fijn vind om te bestaan. Dat zijn natuurlijk heel vaak schoonheidsmomenten, het kan een dichtregel zijn of een lijn in een melodie die iemand speelt of lichtval op de esdoorn voor het raam – dan kan ik een diepe ontroering voelen en dan is het gewoon goed” – klein lachje – „om er te zijn. Snap je?”