Reportage

Of de scene weer ‘aan’ mag, klinkt het bij Unmute Us in Groningen

Marsen Opnieuw trokken cultuurliefhebbers door verschillende Nederlandse steden met de eis dat het nachtleven weer open mag en de festivals weer doorgang kunnen vinden. „Minder grappen, meer house.”

Demonstratie van Unmute Us in Groningen.
Demonstratie van Unmute Us in Groningen. Foto Reyer Boxem

In de stad Groningen vonden de afgelopen weken drukbezochte voetbal- en tennistoernooien plaats, zaten de cafés vol, stortte het winkelpubliek zich op de najaarsmode en gingen de kinderen weer naar school. Eigenlijk is de cultuursector, vooral de muziek, de festivals en het deel dat zich op een podium afspeelt, het enige stukje maatschappij dat nog grotendeels op slot zit. En dat voelt voor velen als oneerlijk, of als „meten met twee maten”, zoals het zaterdag klinkt op de protestmarsen voor het uitgaansleven en de cultuursector die verzameld onder de naam Unmute Us door tien Nederlandse steden trekken.

Groningen heeft een van de grootste optochten, de grootste zelfs, zoals de NOS al vroeg in de middag meldt. Dat is goed nieuws voor de bemensing van de 27 muziektrucks die aan de start van de optocht in het Stadspark staan. Daar is de stemming toch al uitstekend. Mensen in feest- en festivalkledij praten, lachen en omhelzen elkaar. Blikken bier, wiet, sigaretten; het voelt als een festival. Van alle kanten klinkt muziek, dance in allerhande varianten.

Lees ook: In de murw gebeukte popsector is niet alleen het geld maar ook het geduld op

Bij de truck van danceclub en -festival Paradigm draait een man een joint in een pak met als opdruk bitcoinmunten. Hij heeft een Chinees-Indisch restaurant op Ameland, zegt hij, zijn duim opstekend, en is hier als sympathisant. „De regering lijkt niet te beseffen hoe belangrijk een feestje is, hoeveel geld ermee wordt verdiend, hoeveel geluk mensen eruit halen. Het is een menselijke behoefte om je te kunnen ontladen.”

Protest in Groningen tegen het verbod op festivals

Foto Reyer Boxem

Achter hem spuit een feministisch dj-collectief met een spuitbus de woorden ‘Riot Grrls’ op een VW-busje. Zo heet een feministische punkbeweging, verklaart Nina, een vrouw in zwart jurkje en roze plaknagels. Haar werk als dj ligt al anderhalf jaar aan het infuus. „We zijn hier omdat onze sector doodbloedt”, zegt ze. „We willen weer kunnen draaien, leven, mensen blij maken.”

De feest- en podiumsector (het ‘us’ reikt van muzikant tot foodtruck) liet in augustus al eens luid ‘van zich horen’ met Unmute Us-protestparades in zeven Nederlandse steden. Daar deden toen ruim 70.000 betogers aan mee. Maar het demissionaire kabinet heeft de feestbranche nog steeds niet ‘aangezet’. En dus wordt er zaterdag weer gedemonstreerd: massaler, in meer steden en harder, als het moet. Een indrukwekkende lijst cultuur- en cateringorganisaties heeft zich bij Unmute Us aangesloten. Volgens de organisatie zijn zaterdag verspreid over tien steden meer dan 150.000 mensen de straat op gegaan, waaronder 80.000 in Amsterdam. Volgens de gemeente Amsterdam namen zo’n 35.000 mensen deel aan de demonstratie.

Racecircuit

In de Groningse optocht staat dj Ivo op een hardstylewagen. „Ik werk in heel Nederland. Op een beachclub in Zandvoort gingen vier optredens niet door. Vanuit die club kun je het racecircuit zien liggen. Dan denk je: waarom mag het daar wel, en bij ons niet?” Op de wagen staat ‘Minder grappen, meer house’. „Dan zie je minister Grapperhaus [Veiligheid en Justitie, red.] op tv grapjes maken. Voor ons is het geen grap.”

Rook, ronkende motoren, speakers die vol open worden gedraaid: de stoet zet zich in beweging. Van elk van de trucks komt snoeiharde muziek, andere liedjes en andere genres – de kakofonie is compleet. Ergens in de massa moet Arno Bakker lopen – woeste baard, paardenstaart –, die net met een sousafoon langs de kant stond, een groot formaat tuba. Hij is sessiemuzikant bij onder meer Chef‘Special, cabaretier Micha Wertheim en liveband Orgel Vreten, en sinds corona niet zozeer brode- als wel belegloos. De sousafoon is een vrij luid instrument, maar in dit geweld is Bakker onmogelijk te horen.

Via de Westerhaven en de Brugstraat gaat de stoet de stad in. Er wordt gedanst en gezongen, handen gaan de lucht in. Overal staan mensen te kijken, langs de weg, op bruggen, overal sluiten nieuwe feestende mensen zich bij de optocht aan. Van de wagens komt gekleurde rook en confetti, bussen en ander stadsverkeer proberen zich door de meute te wurmen. Protestborden steken boven de chaos uit. „Raven is leven”, leest een van de borden.

Bij de Der Aa-kerk buigt de wagenparade af naar het Gedempte Zuiderdiep. Op het terras van een koffiezaak zit Jenny, een vrouw met een grote zonnebril. „Ik vind het prachtig”, zegt ze, als de lawaaikaravaan voorbij trekt. „Ik had vanavond kaartjes voor Bert Visscher, maar dat is afgezegd.” Meer dan terecht dat de sector protesteert, vindt ze. Vanaf een van de wagens wordt met een zeepsopkanon geschoten, over de koffiedrinkers daalt een regen van sopvlokken neer.