Opinie

9/11 en Afghanistan: we wilden het niet weten

Terrorisme De aanslagen van 9/11 waren gruwelijk, de reactie van het Westen daarop was mogelijk nog destructiever, schrijft . Die heeft niet alleen geleid tot burgeroorlogen in Afghanistan en Irak, maar heeft ook de sociale vrede in het Westen ondermijnd.
De Amerikaanse president George W. Bush spreekt reddingswerkers en andere hulpverleners toe op Ground Zero in New York, 14 september 2001.
De Amerikaanse president George W. Bush spreekt reddingswerkers en andere hulpverleners toe op Ground Zero in New York, 14 september 2001. Foto Eric Draper / White House / Getty Images

Op 12 september 2001 schreef de columnist William Safire (1929-2009), die nog speechschrijver voor Richard Nixon was geweest, in The New York Times dat de uitvalsbases en kampen van „onze aanvallers” verpulverd dienden te worden. Hij voegde eraan toe dat het risico van ‘collateral damage’ moest worden geminimaliseerd, maar dat we moesten accepteren dat het verpulveren van de vijand burgerslachtoffers zou kosten.

Safire vatte de stemming die dagen na 11 september 2001, zeker niet alleen in Amerika, haarfijn samen. De schok in het Westen dat men niet immuun was voor aanslagen was immens. Lang hadden de meeste westerlingen geloofd dat sneuvelen bij aanslagen iets was voor inwoners van Sri Lanka, Peru, Israël of Pakistan, heel misschien voor een Europeaan die zo dom was in Belfast te wonen of in het Baskenland, maar niet voor de waarlijk verlichte Europeaan of Amerikaan in New York, Berlijn en Parijs.

Het einde van vermeende onkwetsbaarheid, de angst die daarvoor in de plaats kwam, ging gepaard met behoefte aan wraak, zoals samengevat door Safire. Al snel werd duidelijk dat de Amerikaanse vergeldingsactie niet alleen uit raketten zou bestaan. Dit keer zouden het boots on the ground worden, oftewel, dit betekende oorlog en die kwam ook snel.

‘De Betuwe van Afghanistan’

Het is goed te onthouden dat van mensenrechten, scholen voor meisjes en ‘nation building’ op dat moment geen sprake was. Al die nobele doelen en vrome wensen kwamen er pas bij toen Amerika, George W. Bush en zijn neocons, hun interesse in Afghanistan hadden verloren en zich obsessief bezig waren gaan houden met Irak, maar een ruime Amerikaanse troepenmacht in Afghanistan wensten te behouden om strategische redenen, die vooral met Iran en Rusland te maken hadden. De scholen, vrouwenrechten en de gedachte dat Uruzgan „de Betuwe van Afghanistan” zou worden, zoals ooit verkondigd door een Nederlandse minister wiens naam ik niet zal noemen, waren het valse bruidskleed waarmee men legitimering hoopte te verkrijgen voor een buitenlandse troepenmacht in Afghanistan.

Al in 2007 zei een Nederlandse generaal in Kabul dat als het Westen werkelijk iets wilde bereiken in Afghanistan we er veertig jaar zouden moeten blijven en dan nog was het onzeker of het zou lukken. In 2011 zei een cultureel adviseur van de Bundeswehr met de rang van majoor in Kunduz tegen me dat de Taliban zouden terugkomen, maar misschien niet overal. Ik herhaal nog maar eens de woorden die de voormalige Duitse president Richard von Weizsäcker op 8 mei 1985 over een heel andere oorlog uitsprak: „Wie het wilde weten kon het weten.” Het is begrijpelijk dat men niet wil weten, maar dat niet willen weten maakt veel maatschappelijke en politieke discussies wel tot schijndiscussies.

Bush had weliswaar gezegd dat Amerika niet in oorlog was met de islam, maar zeker in Europa zagen velen dat anders

Laten we teruggaan naar die elfde september 2001, waarmee het allemaal begon. Die dinsdagochtend was George W. Bush aan het voorlezen in een schoolklas; leesbevordering hoort bij de taken van de president. Tijdens dat voorlezen kreeg hij een briefje van een van zijn adviseurs over de aanslagen. De twintigste eeuw eindigde op 11 september 2001, en ik zou zeggen, in díe school in Florida. Misschien toepasselijk, al was het maar omdat na 1989 het idee opgang had gemaakt, verwoord door de filosoof Francis Fukuyama, dat de geschiedenis ten einde was. De rede, gesymboliseerd door markteconomie en liberale democratie, had gezegevierd. Als Fukuyama Freud had gelezen had hij echter kunnen weten dat de rede nergens heer en meester is.

Kort na 9/11 liet Bush weten dat patriottisme bestond uit winkelen. Oftewel, er ging wel oorlog gevoerd worden in Azië, maar thuis diende de sociale vrede bewaard te blijven. Een cruciaal verschil met Trump, die de sociale vrede in Amerika met alle middelen wenste te ondermijnen.

As van het kwaad

Het belangrijkste taboe van na 1945, dat bevolkingsgroepen (lees: minderheden) niet deel mogen uitmaken van een politiek steekspel noch collectief in staat van beschuldiging moeten worden gesteld, brokkelde vooral in West-Europa snel af. De moslim moest bewijzen dat hij geen moslim was om een goede burger te zijn, maar als hij er werkelijk in slaagde zo goed als onzichtbaar te zijn kreeg hij het verwijt een ‘sleeper’ te zijn; uiteindelijk lag zijn loyaliteit niet bij het land waar hij woonde. Om niet helemaal als een ouderwetse kruisridder over te komen spraken zij die zich bekommerden om hun reputatie liever over de politieke islam om ten minste de theoretische mogelijkheid open te laten dat men moslim én fatsoenlijk kon zijn. Bush had weliswaar gezegd dat Amerika niet in oorlog was met de islam, maar zeker in Europa zagen velen dat anders.

Wie de geschiedenis kende, moest denken aan het Europa van eind negentiende eeuw, al ging het toen om een andere bevolkingsgroep. Natuurlijk eindigt de geschiedenis nooit hetzelfde, maar weer werden assimilatie en emancipatie met elkaar verward, weer werd totale onzichtbaarheid van een minderheid geëist, weer werd vervolgens geconcludeerd dat die onzichtbaarheid niets anders was dan een sluwe streek van een onbetamelijke vijand om de ‘echte’ Europeaan met een dolk in zijn hart te treffen. Ayaan Hirsi Ali en haar vrienden voorzagen dit geheel van nog meer legitimering en deden voorkomen alsof verlichte zielen streden tegen de duisternis.

Het kan niet genoeg worden benadrukt dat er nooit oorlog is gevoerd voor mensenrechten of scholen voor meisjes

Ook Bush kon het snel, januari 2002, niet laten over een ‘axis of evil’ te spreken waartoe hij Irak, Iran en Noord-Korea rekende. De vermeende strijd tussen licht en duisternis moest geopolitieke werkelijkheden uit de sfeer van het politieke en maatschappelijke debat houden.

De gevolgen van de strijd tegen de ‘as van het kwaad’, althans sommige leden ervan, werden zichtbaar met de opkomst van Islamitische Staat. Mede dankzij de desastreuze beslissing om na de Amerikaanse inval in Irak in 2003 het leger van Saddam te ontmantelen kon IS ontstaan. Onder Saddam was de soennitische minderheid bevoordeeld; nogal wat officieren uit Saddams leger zagen hun privileges verdampen en besloten hun heil bij IS te zoeken.

Dergelijke nuances vielen in de categorie: willen wij niet weten.

Net zo’n grote fout als de ontmanteling van Saddams leger was de beslissing om tijdens de Bonn-conferentie, eind 2001, waar het Westen Karzai in het zadel hielp, de Taliban geen zetel te geven. De les van Versailles, die in 1945 nog in het geheugen stond gegrift, was vergeten.

Een bord langs de weg in Dunkirk, Maryland, twee dagen na de aanslagen op 11 september 2001. Foto Mark Wilson/Getty Images

 

Karzai was weinig meer dan burgemeester van Kabul en bovenal een man met dubbele loyaliteiten die een sympathie voor de Taliban nooit helemaal kon onderdrukken.

Dat de vijanden van de Taliban, bijvoorbeeld de Noordelijke Alliantie die in 2001 samen met de VS streed en bestond uit Tadzjieken, Oezbeken en de Hazara-minderheid, wezenlijk andere ideeën erop nahouden over vrouwen en mensenrechten dan de Taliban is overigens kortzichtig.

Toen Trump in 2020 in Doha een ‘vredesakkoord’ met de Taliban tekende, was alle deemoed uit de Taliban verdwenen, het was Amerika dat in het zand moest bijten. De Afghaanse regering zelf was niet vertegenwoordigd in Doha (wie wilde weten…) en wie nog twijfelt aan de aard van dat zogenaamde vredesakkoord moet naar de officiële titel kijken: ‘Agreement for Bringing Peace to Afghanistan between the Islamic Emirate of Afghanistan which is not recognized by the Unites States as a state and is known as the Taliban and the United States of America.’ In Doha tekende Amerika zijn onvoorwaardelijke overgave, maar het moest anders worden geformuleerd.

Counterinsurgency

Het kan niet genoeg worden benadrukt dat er nooit oorlog is gevoerd voor mensenrechten, scholen voor meisjes en dergelijke. Zelfs de Tweede Wereldoorlog is niet gevoerd omdat het Derde Rijk zich schuldig maakte aan massamoord; was dat wel zo geweest dan had het Westen wel strijd gevoerd tegen Stalin.

Dat laat onverlet dat de vraag blijft of Amerika en de NAVO de oorlog hadden kúnnen winnen. Misschien als ze de strategie van père Assad in Syrië hadden toegepast. Toen het Moslimbroederschap in 1982 in de Syrische stad Hama in opstand kwam tegen zijn regime maakte Hafez al-Assad die stad met de grond gelijk. Daarna was het enkele decennia rustig in Syrië. Dat zoon Bashar nog altijd president is in Syrië is mede te danken aan bondgenoot Rusland, die bewust ziekenhuizen en andere burgerdoelen bombardeerde.

Oorlogsmisdaden zijn geen garantie om een oorlog te winnen maar kunnen wel degelijk helpen. Vergeleken met de Vietnamoorlog lijkt de twintigjarige oorlog in Afghanistan minder bloederig, maar een uitstekend stuk van Anand Gopal in The New Yorker stelt dat in de provincie Helmand vrijwel elke familie tien tot twaalf burgerdoden te betreuren had. De Amerikanen en hun westerse bondgenoten werkten samen met voormalige vijanden van de Taliban die vaak nog gewelddadiger en extremer waren dan de Taliban zelf en wier voornaamste interesse het veilig stellen van winstgevende projecten was, tolheffing en beveiliging. De stompzinnigheid van de planners, ook op militair niveau, van deze oorlog heeft bijgedragen aan de populariteit van de Taliban. Toen ik in 2006 de eerste keer in Kabul landde, zei een Nederlandse persofficier dat Nederlandse militairen de Amerikaanse basis Bagram om juridische redenen moesten vermijden, want daar werd door bondgenoten van Amerika gemarteld. (Wie wilde weten…)

Een superieur geacht leger heeft nooit kunnen winnen als aanzienlijke delen van de bevolking de opstandelingen steunen

Na de neocons en George W. Bush, die meenden het Midden-Oosten naar eigen smaak te kunnen vormgeven, is Biden bescheidener. Om die bescheidenheid te duiden moet onderscheid worden gemaakt tussen counterinsurgency en antiterrorisme. Een superieur geacht leger heeft nooit kunnen winnen als aanzienlijke delen van de bevolking de opstandelingen steunen. Frankrijk en Amerika niet in Vietnam, Rusland en Amerika niet in Afghanistan, Israël niet in Zuid-Libanon. Iemand schijnt gezegd te hebben dat het de Engelsen in Maleisië is gelukt. Het antwoord luidde: „Maar de Engelsen zijn niet meer in Maleisië.” Counterinsurgency loopt altijd uit op een catastrofe. Amerika had in 2002-2003 uit Afghanistan moeten vertrekken toen de populariteit van de Taliban onder de lokale bevolking laag was, betoogt historicus Juan Cole en hij heeft gelijk.

Biden zal Obama’s strategie in de eeuwige strijd tegen terrorisme volgen: drones. Met programma’s als Pegasus, van het Israëlische bedrijf NSO Group, die de smartphone van een individu doorlicht en daarmee dieper in zijn wereld en die van zijn omgeving binnendringt dan welke psycholoog ook zou kunnen, kom je een eind. Aangezien de geschiedenis ook eb en vloed is, zullen vroeg of laat wel weer boots on the ground nodig zijn, eens te meer is echter duidelijk geworden wat de beperkingen zijn van langdurige bezettingen.

Tot slot: natuurlijk heeft het Westen verplichtingen ten aanzien van Afghanen die voor westerse organisaties hebben gewerkt, maar toen op Twitter een journalist schreef dat ‘zijn’ tolk was gered moest ik denken aan een opmerking van Hannah Arendt in Eichmann in Jeruzalem. Himmler schijnt te hebben gezegd dat iedere Duitser wel één goede Jood kende, de rest waren natuurlijk varkens.

Iedere westerling kende de afgelopen weken wel één goede Afghaan.

Overigens is de directeur van de CIA, Burns, al naar Afghanistan gevlogen, met dank aan Qatar, om met de Taliban te overleggen over een gemeenschappelijke vijand: ISIS-K, een filiaal van IS.

De vijanden van onze vijanden blijken tijdelijk onze vrienden en de meeste maatschappelijke discussies zijn wiegeliedjes voor volwassenen. Dat is in elk geval niet veranderd na 9/11.