Opinie

Het Holocaust Namenmonument confronteert als een dolle

Column Amsterdam

Auke Kok

Een oude vrouw duwt een rolstoel voort met daarin een nog oudere vrouw onder een hoedje tegen de zon. Ze komt naast me staan en zo bekijken we samen het monument in wording. Het monument is groot – daarover geen discussie. Achter hekwerk verrijst een reusachtig doolhof van muren en daarop rusten nog reusachtiger spiegels in onduidelijke scherpe vormen, op enkele meters verwijderd van het razende verkeer op de Weesperstraat.

De vrouw vindt het niks. Ze kijkt sip. Met haar blik op de werklieden, druk in de weer met slijptollen, bezems, kleine walsen, zegt ze: „Ons bewoners is niets gevraagd. Wat moet dat bizarre gevaarte hier? Alles heeft hiervoor moeten wijken. We zullen er geen dag omheen kunnen.”

„Misschien is dat de bedoeling”, opper ik, „dat we er niet omheen kunnen.”

„Kan wel zijn”, gaat de vrouw verder zonder mij aan te kijken, alsof de aanblik van de metershoge spiegelende punten haar gevangen houdt, „maar we hébben toch al de nodige holocaustmonumenten?”

Ik fietste er langs en dacht: als dat maar goed gaat, zeker als die hekken straks weg zijn

Het Nationaal Monument op De Dam. Het Auschwitz Monument. Het Nationaal Dachau Monument. Het Monument Joods Verzet 1940-1945. Het monument Vrouwen van Ravensbrück. Het Buchenwaldmonument. Een waslijst aan kleinere monumenten en gedenkplaten, inclusief een monument ter nagedachtenis van de vermoorde dove Joden. Die zijn er inderdaad al. En natuurlijk het Joods monument de Hollandsche Schouwburg met z’n namenwand, waar elk individueel holocaustslachtoffer kan worden herdacht, aldus de website.

In Amsterdam kun je kortom holocaustherdenken tot je een ons weegt, maar al die plekken van memorie hebben een ding gemeen: je moet ze opzoeken. En dat zat het Auschwitz Comité kennelijk dwars. Het nieuwe Namenmonument langs de Weesperstraat, tussen de Nieuwe Heren- en Keizersgracht, wil ‘confronteren’. Dat is volledig gelukt. Een week voor de onthulling kunnen we dat rustig stellen. Het Holocaust Namenmonument confronteert als een dolle.

Zelfs vanachter de bouwhekken kijkt het bouwsel de passanten nadrukkelijk en grillig aan. Nietsvermoedende fietsers komend van het Waterlooplein zullen schrikken van de vrachtwagens: die naderen hen van twee kanten, links in het echt, rechts gespiegeld. Alsof ze elk moment door het zware verkeer zullen worden gemangeld. De chauffeurs in die vrachtwagens zullen denken dat ze een slechte trip meemaken: de spiegelende platen vervormen de werkelijkheid, zodat alles ineens anders lijkt en zich tijdens het rijden ook nog eens wijzigt. Best eng.

Ik fietste er langs en dacht: als dat maar goed gaat, zeker als die hekken straks weg zijn.

„Zeg nou zelf”, stelt de oude vrouw, „dit is toch foeilelijk?”

„Krankjorum”, antwoord ik. „Maar ook dat is misschien opzet. De architect zal dit wel ‘ontwrichtend’ noemen. De Jodenvervolging was tenslotte ook ontwrichtend.”

Het gevaarte zit vol symboliek met als boodschap: Dat Nooit Weer. Gij Zult Herdenken, Of Gij Nu Wilt Of Niet. Dus wie de holocaust voor een gezellige picknick is gaan houden, moet zeker gaan kijken. Honderdtweeduizend bakstenen met namen van vermoorde onschuldigen: kan indrukwekkend zijn. Maar houd je handen goed aan het stuur.

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook over de controverse die vooraf ging aan de bouw van het Holocaust Namenmonument

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.