Het corps blijft geliefd, ook na geweld

Ontgroeningsleed De ‘kennismaking’ bij het corps in Amsterdam mondde uit in een golf van geweld. Waarom blijven ontgroeningen uit de hand lopen?

Ontgroening van studenten in het centrum van Amsterdam, tussen 1959 en 1965.
Ontgroening van studenten in het centrum van Amsterdam, tussen 1959 en 1965. Foto Cas Oorthuys

Schoppen, stompen, vernederingen. Klappen in het gezicht. Blauwe plekken, striemen, wonden, mank lopen. Bij het Amsterdamsch Studenten Corps (A.S.C.-A.V.S.V.) moesten vorige week rond de honderd aspirant-leden, ‘feuten’, worden vastgehouden op de sociëteit omdat hun veiligheid bij hun dispuutshuizen in gevaar was.

Dat gebeurde nadat de ontgroening (‘kennismakingstijd’) was ontaard in een explosie van geweld. Zeker zes disputen van ’s lands grootste studentenvereniging gingen dermate over de schreef dat de senaat van het corps de ontgroening stopzette. Welke disputen in de fout zijn gegaan, is niet bekend gemaakt. Maar de excessen waren ernstig genoeg om de ontgroening „in zijn huidige vorm” per direct af te schaffen, zo maakte het corps dinsdag bekend. De zes disputen zijn geschorst, slachtoffers wordt opgeroepen aangifte te doen en de senaat, bestaand uit zes leden van de vereniging, is „de feiten achter de misstanden” aan het achterhalen.

Het is de zoveelste keer in een paar jaar tijd dat het misgaat bij de ontgroening van studentencorpora, de meest elitaire studentenverenigingen van het land. In Rotterdam vielen in 2017 klappen en moesten ‘feuten’ elkaar naakt controleren op teken bij de anus. Bij het Leidse Minerva werden mannelijke aspirant-leden naakt voor een pornofilm gezet en kregen ze een tik op het geslachtsdeel als ze opgewonden raakten. En bij Vindicat in Groningen werd een nuldejaars in 2016 zo hard op zijn hoofd geslagen dat hij met hersenletsel in het ziekenhuis belandde. Een ouderejaars kreeg hier later een taakstraf voor opgelegd van de rechter.

Even zo vaak beloofden de corpora beterschap. Minerva begon in 2018 met een „cultuurprogramma”, het Rotterdamse corps kondigde in datzelfde jaar een „extreme cultuurverandering (2018) aan. Ze maakten ook strenge, gedetailleerde afspraken met universiteiten en hogescholen voor ontgroeningen. Die instellingen kunnen maatregelen nemen als verenigingen over de schreef gaan, bijvoorbeeld het intrekken van bestuursbeurzen.

En toch ging het dit jaar wéér mis, en goed ook. Hoe kan dat?

Bhv-ers

In de ‘Gedragscode Promotie- en kennismakingstijd’ van Amsterdamse onderwijsinstellingen staat dat „per vijftig personen” ten minste één bedrijfshulpverlener of iemand met een ehbo-diploma aanwezig moet zijn. Aspirant-leden moeten „zes uur aaneengesloten slapen per nacht” en krijgen „minimaal twee liter non-alcoholische dranken verspreid over de dag.” Een appèl – in de houding staan – „duurt in beginsel niet langer dan een uur.”

Amsterdam, 1962: een dekschuit vol kaalgeschoren studenten die worden ontgroend . Foto Hollandse Hoogte

Of die codes daadwerkelijk worden nageleefd, laat zich lastig controleren. Verenigingen moeten incidenten zelf bij universiteiten en hogescholen melden, en dat gebeurt niet altijd. Het Groningse Vindicat bleek in 2018 een zware mishandeling te hebben verzwegen – via de media kwam het incident maanden later alsnog naar buiten. Ook nu in Amsterdam, bij het A.S.C., meldden getipte journalisten zich eerder bij de onderwijsinstellingen dan het corps zelf.

Het verenigingsleven in de corpora speelt zich in toenemende mate af in aparte clubjes en achter gesloten deuren: studentenhuizen in Groningen, ‘verticale verbanden’ van jaarclubs in Leiden. In Amsterdam onttrekken de disputen zich verregaand aan de grip van het centrale bestuur. Leugens en bedrog worden daarbij niet geschuwd. Besturen van disputen zijn „zeer bedreven in het geheel verdraaien van feiten richting de Senaat en hun eigen reünisten”, schreef de vereniging van A.S.C.-reünisten vorige week in een brief aan haar leden. Volgens de reünisten wordt „glashard ontkend, het wordt klein gemaakt, ook wanneer letsel zichtbaar is en de nuldejaars verklaren dat er geweld heeft plaatsgevonden.”

Exclusieve club

Het ontgroeningsritueel is al zo oud als de studentencorpora zelf, waarvan sommige al meer dan tweehonderd jaar bestaan. Wie lid wil worden van een exclusieve club, vinden ze, moet beproevingen ondergaan. Van excessen kreeg de buitenwereld lang weinig mee, tot begin jaren zestig. In 1962 kwam het A.S.C. in opspraak nadat een lid van de ontgroeningscommissie tegen kaalgeschoren nuldejaars had geroepen dat ze „Dachautje” gingen „spelen”. Het incident werd wereldnieuws. Drie jaar later, in 1965, kreeg een aspirant-lid van het Utrechtse corps tijdens de ontgroening een roetkap op zijn hoofd gezet – hij stikte en stierf.

In de jaren zeventig en tachtig, toen de corpora te maken kregen met een slinkend ledenaantal, leken ontgroeningen eventjes uit de mode: reünisten uit die jaren vertellen dat de grootste beproeving uit hun kennismakingstijd een potje minigolf was. Als er in die tijd excessen waren, bleven die in elk geval binnenskamers.

Maar sinds de jaren negentig neemt het venijn in de ontgroeningen weer toe – met een extra schepje erbovenop in de laatste tien jaar, zeggen oud-leden van corpora. „In onze ogen”, schreef de vereniging van A.S.C.-reünisten, „is echt veel mis met een aantal jongens en zeker ook meisjes dat het als normaal beschouwt dat extreem vernederen, schoppen en in elkaar slaan onderdeel behoort te zijn van de korte groentijd. ‘Dat is mij ook gebeurd, dus dat doe ik ook weer’.”

Waar komt die verharding vandaan? Verhoogde studiedruk speelt een rol, vermoedt Paul Stamsnijder, voorzitter van de reünistenstichting van het Utrechtsch Studenten Corps en oprichter van adviesbureau De Reputatiegroep. „Voor een uitgebreid studentenleven is veel minder tijd, vijf of zes jaar studeren kan niet meer.” De generatie die opgroeide met Instagram en Snapchat probeert zijn studententijd zo intens mogelijk te beleven, maar heeft daar weinig tijd voor. „En de opvoedende rol van vijfde- of zesdejaarsleden is weggevallen, die zijn er amper meer”, zegt Stamsnijder.

Daar komt bij dat de coronabeperkingen de afgelopen anderhalf jaar ook het studentenleven grotendeels hebben stilgelegd. Dat heeft de studenten volgens Stamsnijder „bepaald geen goed gedaan”. „Iedereen wil nu los.”

Foto Cas Oorthuys

Massaliteit schept onveiligheid

Ondanks terugkerende berichten over misstanden blijven de zes traditionele corpora (Leiden, Utrecht, Amsterdam, Groningen, Rotterdam en Wageningen) enorm populair. Het Amsterdamse corps (2.700 leden) houdt al jaren een loting onder aspiranten: slechts de helft van de ruim duizend studenten die zich dit jaar aanmeldden, kon bij de vereniging terecht. Ondanks die beperkende maatregelen, hebben studentenvereniging meer leden dan tien jaar geleden. Die massaliteit schept onveiligheid, denken oud-leden. Voor de senaat en de groencommissie van het A.S.C., die de toepasselijke naam Ne Praeter Modum (‘niet over de schreef’) draagt, is het vrijwel ondoenlijk om de ontgroeningen bij alle 35 disputen te controleren.

Ook binnen de disputen is minder controle. „Vroeger”, zegt een reünist die niet met zijn naam in de krant wil (naam is bij de redactie bekend), bestond de nieuwe aanwas van een Amsterdams dispuut uit „vier tot acht man”. Populaire disputen hebben nu soms wel vijftien nieuwe leden. In kleiner gezelschap, zegt de reünist, is er sneller iemand die durft te roepen dat iets te ver gaat. „Nu gebeurt dat niet meer.” 

Lees ook: Geweld bij Amsterdams corps: bestuur heeft geen grip op zijn eigen leden

De senaat van het A.S.C. moest deze week op gesprek komen bij de Universiteit van Amsterdam, de VU en de Hogeschool van Amsterdam. Volgende week maken de instellingen bekend of ze maatregelen nemen tegen het corps. Zelf gaat het A.S.C. werken aan een „drastische cultuuromslag”, zo maakte de senaat bekend, want het is „vijf voor twaalf.”

Tot hoeveel imagoschade de excessen bij studentenverenigingen leiden, is maar de vraag. Bij het Utrechtse vrouwencorps (U.V.S.V.) werden in 2017 tijdens de ontgroening vrouwen bespuugd en zouden astmamedicijnen zijn afgepakt (dat laatste werd ontkend door het bestuur). Een jaar later merkte de vereniging juist positieve gevolgen. „Er zijn meisjes lid geworden die nog nooit van U.V.S.V. hadden gehoord en ons via de media leerden kennen”, zei toenmalig praeses Alexandra Kist in 2018 tegen NRC. „Negatieve publiciteit is ook publiciteit.”