Eerste breed gedragen woonprotest sinds de jaren 80

Huizenmarkt Voor het eerst in decennia krijgt een protest tegen de woningcrisis veel steun. „We willen dat het woonbeleid weer om wonen gaat, in plaats van om vastgoed en geld.”

In concertzaal Paradiso worden vrijdag alvast spandoeken gemaakt voor het woonprotest, deze zondag in Amsterdam.
In concertzaal Paradiso worden vrijdag alvast spandoeken gemaakt voor het woonprotest, deze zondag in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Studenten die bij hun ouders moeten blijven wonen omdat er geen betaalbare kamers zijn in de buurt van hun colleges. Dertigers die niet aan kinderen beginnen vanwege tijdelijke huurcontracten. Veertigers die niet scheiden omdat ze geen nieuw huis kunnen vinden. Vijftigers die wél scheiden, hun baan verliezen en door het gebrek aan sociale huurwoningen op straat belanden. Zestigers die zien dat hun voltijdwerkende kinderen niet aan een koopwoning kunnen komen.

Het aangekondigde woonprotest zondag in Amsterdam spreekt bijna de hele samenleving aan. De problemen op de woningmarkt zijn zo groot dat vrijwel iedereen die wil verhuizen – en geen bodemloze portemonnee heeft – ermee te maken krijgt. Zelfs in de coronacrisis braken de huizenprijzen record na record.

De organisatie verwacht tien- tot vijftienduizend mensen, die een mars van het Westerpark naar de Dam zullen lopen. Op 17 oktober volgt een protest in Rotterdam en ook in andere steden zijn plannen in de maak voor demonstraties tegen het woonbeleid.

Lees ook: Een eigen huis - daar moet je tegenwoordig rijk voor zijn

Kort samengevat willen de actievoerders meer overheid en minder markt: betaalbare huisvesting voor iedereen, grip op huur- en huizenprijzen, het aan banden leggen van beleggers die huizen opkopen voor winst. Tientallen organisaties hebben zich achter de standpunten van het protest geschaard: linkse, veelal lokale politieke partijen, studenten-en jongerenorganisaties, vakbonden, activistische woongroepen.

„Betaalbaar wonen is de belangrijkste voorwaarde voor het functioneren van een stad”, zegt Melissa Koutouzis (33) uit Amsterdam, die de eisen van de actiegroep heeft opgesteld. „Dat wordt sommige mensen nu onmogelijk gemaakt. Mensen die geen waarde creëren in euro’s zijn niet meer welkom, terwijl anderen juist makkelijker en meer zijn gaan verdienen aan hun woningen. Dáár gaat dit protest over. We willen dat het woonbeleid weer om wonen gaat, in plaats van om vastgoed en geld.”

Brede beweging

Koutouzis verdiept zich voor haar werk bij de denktank TNI al jaren in de internationale woningmarkt. Tijdens een jaar in Berlijn viel het haar op dat de activistische woonbeweging daar veel meer aanhang heeft. Ze nam zich voor ook in Nederland zo’n brede beweging op te zetten. „Ik heb daar goed opgelet”, zegt ze. „Ik had voor het eerst in mijn leven een heel lage huur, 200 euro per maand. Daardoor had ik financiële en mentale ruimte om na te denken over maatschappelijke vraagstukken die groter zijn dan mijn eigen problemen.”

Via een gezamenlijke kennis ontmoette ze deze zomer de ander initiatiefnemers. Het idee voor het woonprotest komt van Rotterdammers Mieke Megawati Vlasblom (25) en Sander van der Kraan (21). „Voor mij was de maat vol bij de sloop van de Tweebosbuurt in Rotterdam, ondanks een negatief advies van de Verenigde Naties”, zegt Megawati. Daardoor raakten sociale huurders hun huizen kwijt ten bate van duurdere koopwoningen.

Met een groepje medestanders die ze „via-via” kenden, spraken ze af in een kroeg en schreven op bierviltjes hun plannen uit. Het meest ambitieuze: ‘Laten we een volle Dam creëren.’ Op 11 juli werd de groepsapp aangemaakt, 12 augustus ging het evenement online en een krappe maand later is via crowdfunding al 16.000 euro opgehaald om „een brede beweging” op te zetten die „echte politieke beleidsverandering forceert”.

„We brachten het eerst onder aandacht bij vrienden en bekenden. En toen ging het al snel viraal”, aldus Megawati.

Ook als er zondag niet zoveel mensen komen als zich op sociale media hebben aangemeld, is het protest een nieuw fenomeen. Er waren de afgelopen jaren wel demonstraties van groepen als Niet te Koop (tegen de verkoop van sociale huur), de Bond Precaire Woonvormen (tegen tijdelijk, te duur of onzeker wonen) of Verdedig Noord (tegen gentrificatie) – maar die richten zich op één onderdeel van wonen, vaak in een bepaald gebied. Het protest van zondag gaat over het héle woningbeleid en trekt mensen uit het hele land – vooral jongeren.

Voedingsbodem

De laatste grote woonprotesten – die een paar keer uitliepen op rellen – waren in de jaren tachtig. „Toen waren allerlei groepen sterk gemobiliseerd en werkten nauw samen”, zegt Justus Uitermark, hoogleraar stedelijke geografie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). „De krakers, de huurders. Daarna zijn die groepen geïnstitutionaliseerd. Protesten gingen zich richten op gevestigde belangen. „De krakers wilden de wetgeving voor krakers beïnvloeden, de woonbond protesteerde tegen beleid over huur. „Nu zie je dat woningzoekenden zélf gaan protesteren, buiten de gevestigde partijen om. En ze richten zich niet op hun eigen verworvenheden, maar op het algemeen belang. Dat is best bijzonder.”

Bekijk ook: De mensen achter een sloopwijk: de Tweebosbuurt

Dat er juist nú voedingsbodem is voor zo’n breed protest, komt doordat de aandacht voor de problemen op de woningmarkt de laatste jaren exponentieel is toegenomen, denkt stadsgeograaf Cody Hochstenbach (UvA), die werkt aan een boek over de wooncrisis. „Meer mensen zien de woonproblemen om zich heen. En dat zijn allang niet meer alleen de armen. Want voor mensen met een minimuminkomen was het de afgelopen twintig jaar ook al heel lastig op de woningmarkt.”

Sinds een paar jaar wordt ook de middenklasse door de woonproblemen geraakt. „Hoogopgeleide jongeren, dertigers die al succesvolle stappen in hun carrière hebben gezet. Het zijn mensen met korte lijntjes naar de politiek, die weten hoe ze hun frustratie moeten omzetten in de juiste taal.”

Het is ook een groep, zegt Hochstenbach, die is opgegroeid met een belofte: als je je best doet op school, als je gaat studeren, dan kun je stappen zetten in je leven. Dan komt die koopwoning er. „Zij merken: die belofte wordt vooralsnog niet ingewilligd.”

Maar al lijkt de aanhang voor het woonprotest op sociale media vooral onder jongeren groot – de wooncrisis is géén generatieconflict, zegt Hochstenbach. „De grootste problemen op de woningmarkt concentreren zich onder jongeren en huurders, maar dat zijn zeker niet de enige scheidslijnen. Mensen van vijftig met een minimuminkomen hebben het moeilijker dan jongeren die een huis krijgen van hun ouders. En als je het goed voor elkaar hebt in een fijne woning, maar gaat scheiden, kun je ook in de problemen komen.”

‘Ik moet continu bezig zijn met hoe laat de trein gaat’

Jade Joosten (19) uit Venlo is student philosophy, politics and society aan de Radboud Universiteit Nijmegen en woont in Venlo.

„Ik ga naar het protest omdat het broodnodig is. We gaan de straat op voor de klimaatcrisis, voor institutioneel racisme, voor problemen in het buitenland. Dat is belangrijk, maar de wooncrisis zijn we een beetje vergeten. En het is duidelijk dat het liberale beleid de crisis alleen maar heeft versterkt. Woekerende prijzen, huisjesmelkers. Ik denk dat onze generatie daar het meeste last van gaat hebben, omdat wij nu geen betaalbare kamer kunnen krijgen en straks geen koophuis door onze studieschuld.

„Ik woon nog bij mijn ouders. Als ik de mogelijkheid had, zou ik wel uit huis willen. Maar ik wil simpelweg geen enorme studieschuld opbouwen en het risico lopen om geen hypotheek te krijgen straks. Het is naar mijn studie een uur reizen van deur tot deur. Dat is redelijk te doen. Maar ik denk dat op kamers gaan ook een soort persoonlijke groei mogelijk maakt, dat het goed is voor je ontwikkeling. Dat mis ik.

„En een soort rust in mijn hoofd. Want nu moet ik continu bezig zijn met hoe laat de trein gaat. Studeren in de trein kost ook meer energie dan achter je bureau.

„Veel van mijn vrienden gaan ook zondag. Ik heb best een activistische vriendengroep. Maar ook vrienden die het er voorheen niet zoveel over hadden, beginnen zich nu met het onderwerp bezig te houden. Hier in Venlo betaal je voor een studiootje voor studenten 700 à 800 euro. Terwijl je niet eens in de Randstad woont.”

‘Een tweekamerappartement is gewoon geen optie’

Sarah Oranje (31) uit Utrecht werkt bij een communicatiebureau in Amsterdam en woont in Utrecht.

„Ik heb zelf veel last van de wooncrisis, maar ik zie ook het complete systeem vastlopen. Zelfs als ik nu van iemand vijf ton zou krijgen en een huis zou kunnen kopen, zou ik over een paar jaar enorme problemen kunnen hebben omdat ik niet door zou kunnen groeien. Ik zie allemaal mensen die allang geen starter meer zijn, kinderen hebben gekregen en niet groter kunnen gaan wonen. Ik vind het bizar dat de overheid geen actie heeft ondernomen.

„Ik woon in een klein studio-appartement, onderdeel van een woongroep. Ik ben daar wel klaar mee. Ik vind dat je als 31-jarig fulltime werkend persoon die meer dan modaal verdient minstens een tweekamerappartement moet kunnen kopen of huren. Dat is gewoon echt geen optie. Dat vind ik bizar frustrerend.

„Als ik geen studieschuld zou hebben, dan zou ik 170.000 euro kunnen lenen. Zie daar maar eens iets fatsoenlijks voor te kopen wat ook maar enigszins in de buurt ligt van een plek waar ik zou kunnen werken. Het scheelt dat ik niet op korte termijn kinderen wil. Als ik die wel zou willen, zou ik echt geen idee hebben waar ik die zou moeten opvoeden of waar ik dat van zou moeten betalen.

„Ik vind de wooncrisis ook een probleem van de grotere werkgevers in Nederland, want je krijgt hele generaties werknemers niet gemotiveerd met een opslag. 10.000 euro méér per jaar, superfijn, maar dat verandert mijn leven totaal niet. Zij zouden er zondag ook moeten staan. ”