Hij vertelde dat hij wilde inslapen, liggend in deze hangmat, tussen twee grote eiken in het park.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Wat is de impact van zelfdoding op de achterblijvers?

Rouw NRC volgde deze zomer, in aanloop naar Wereld Suïcide Preventie Dag, een gezin waarvan de vader een einde maakte aan zijn leven. „Misschien raak je wel nooit uitgerouwd.”

Zaterdag 5 juni, 10 uur in de ochtend en Geertje Sloots (57) zit met een mok thee achter haar beeldscherm. Ze werd wakker met een „raar gevoel”, vertelt ze vanuit Apeldoorn. Vandaag zou haar partner 59 geworden zijn. Eind 2012 maakte hij een einde aan zijn leven. Hij kampte tientallen jaren met manische depressiviteit. Geertje, resoluut: „Ik denk dat ik vandaag geen traan laat.” Júíst vandaag niet. „Ik weet niet zo goed hoe ik anders met het verdriet moet omgaan.”

Tweeduizend kilometer verderop, op vakantie in Portugal, proost Berend (20) die avond op zijn vader met een glas rosé. Maar nog meer dan op zo’n dag als vandaag, mist hij zijn vader „bij de gewone dingetjes, zoals samen op de bank voetbal kijken en gesprekken van man tot man”.

Zus Dinah (23) heeft hetzelfde: „Mijn huisgenoten en ik gingen onze woonkamer opknappen en toen kwamen allemaal vaders langs. Shit, dacht ik, dat gaat bij mij niet meer gebeuren. Dat was zo’n besefmomentje.”

„We zijn niet zielig”, benadrukt Geertje. Wel is er verdriet en gemis, bij de een meer dan bij de ander, of op andere momenten. De afstand tot de buitenwereld, vertelt ze, is groter geworden (lang niet iedereen begrijpt de impact) en kleiner tegelijkertijd (hun ervaring zorgde voor meer sensitiviteit voor en openheid over neerslachtigheid bij anderen). Dinah en Berend, ze waren respectievelijk 14 en 11 jaar oud toen hun vader overleed, vinden dat ze sneller volwassen werden dan leeftijdgenoten. Ze wisten niet anders dan dat hun vader ziek was en suïcidaal – ook al probeerde hij dat niet te laten merken. Zijn zelfdoding haalde het laatste beetje kinderlijke zorgeloosheid uit hun leven.

Ze trokken ook dichter naar elkaar en hun moeder toe, zeggen ze, de drie hebben een hechte band. Soms zijn vrienden verbaasd, zegt Dinah, over wat ze allemaal met hun moeder bespreken. En Geertje, zij wás verdriet, jarenlang. Maar nu gaat het „heel goed”, zegt ze. Tien minuten later: „Och, nou ga ik toch huilen, shit.”

Tijdens een middag naar het zwembad met Dinah en Berend, nam hij al afscheid van hen, stiekem. Foto Dieuwertje Bravenboer

Appelkruimeltaart

In Nederland maakten in 2020 1.825 mensen een einde aan hun leven, gemiddeld vijf per dag, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek. Op 10 september, Wereld Suïcide Preventie Dag, vragen organisaties als 113 Zelfmoordpreventie daar aandacht voor. Dierbaren blijven achter met hun verdriet, hun gemis, hun vragen. Om meer inzicht te krijgen in de impact van zo’n gebeurtenis, volgden we deze zomer Geertje, Berend en Dinah. We beeldbellen, appen, lunchen met elkaar en zijn aanwezig bij een verhuizing.

„Eerst een kopje koffie”, zegt Geertje. „Of eerst de koelkast”, zegt Dinah. Het is eind juni, tegen de dertig graden en moeder en dochter zijn al drie dagen bezig met klussen en verhuizen. Dinah, student aan de Universiteit Utrecht, verhuist naar een flatstudio op de Uithof. Ze komen net van Ikea, de nieuwe koelkast staat nog in de auto.

„Bij alles denk ik de afgelopen dagen aan papa”, zegt Geertje. „Met dingen ophangen, boren, stroom… Aan de schroefboormachine zit zo’n gekke geur, die hoort bij mijn man.” De studio is al grotendeels ingericht, Geertje snijdt royale stukken appelkruimeltaart. Voor Dinah zijn dit soort dagen minder beladen, zegt ze: „Misschien ben ik wat nuchterder. Mijn broer is ook gevoeliger.” Geertje: „Zij draait zich om in bed en slaapt. Berend ligt wakker. Net mijn man. En sinds hij er niet meer is, is slapen voor mij ook een drama.” Met een glimlach: „Ik zeg weleens: Dinah, jouw portie komt nog wel.”

„Ik had al vrij snel zoiets van: het is goed zo”, zegt Dinah. Geertje: „Ik durf dat pas sinds kort te zeggen.”

Ze heeft lang gedacht: had ik zijn dood kunnen voorkomen?

Of hij nu blij of verdrietig was, houthakken zorgde voor houvast. Foto Dieuwertje Bravenboer

Instabiele jeugd

Haar echtgenoot had een instabiele jeugd en was zijn hele leven ziek, vertelt Geertje. Ze studeerden allebei aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en kregen een relatie. Maar studeren was te veel voor hem, schreef hij rond zijn achttiende in een brief aan zijn ouders: ‘Het lijkt wel of ik ziek ben. Wat kan dat toch zijn. Het klinkt allemaal erg depressief (…).’ Er waren later in zijn leven misschien wel geluksmomentjes, zoals zwemmen met Dinah en Berend, en ze dan van zijn schouders zo, hoep, het water ingooien. Maar de grauwsluier in zijn leven trok, ondanks allerlei therapieën en de bekommering van Geertje, nooit helemaal weg.

In Apeldoorn, thuis bij Geertje en Berend (hij heeft een appartementje in het huis van zijn moeder), lunchen we met belegde broodjes, donuts en appelflappen. Het is intussen 15 juli. Met z’n drieën – Dinah is er ook – dekken ze de tafel. Geertje zal later die middag zeggen: „Ik heb weleens het idee dat zij zich zo voorbeeldig gedragen door wat er is gebeurd.”

Hun vaders depressieve kant kenden Berend en Dinah vooral van de verhalen (‘papa is ziek’), ze kregen er weinig van mee. „Hij vermande zich voor de kinderen”, vertelt Geertje bij een broodje, „maar zodra zij naar school gingen, was-ie weer naar boven.” Zo ging het jarenlang. Geertje: „Maar in zijn manie was hij die hele depressie vergeten en was hij helemaal blij.” Dinah: „Er was geen normaal?” „Nee, en dat werd steeds extremer”, zegt Geertje.

Dit gebeurt vaker: dat Berend en Dinah nog wat willen weten over toen. Na al die jaren blijven er vragen, zeker omdat ze destijds nog zo jong waren. Dinah, Berend en Geertje blijven bouwen aan hun verhaal van zijn leven en dood. Tien jaar na zijn overlijden hebben ze het nog steeds niet helemaal verwerkt. „Ik denk dat je misschien wel nooit uitgerouwd raakt”, zegt Berend. Haar rouw, zegt Geertje, wordt wel „steeds zachter”. Dinah: „Elke dag schiet er wel een gedachte aan hem door mijn hoofd, maar ik heb er geen last meer van.”

En dan, een paar minuten over twee, krijgt Berend een appje binnen. „Peter R. de Vries is overleden…” Een halve minuut lang wordt aan tafel bijna niets gezegd, iedereen staart voor zich uit. „Vrij ziek wat daar gebeurd is”, zegt Berend dan, ontdaan. Het nieuws lijkt dit gezin bovengemiddeld hard te raken. Berend: „Ik denk dat veel van mijn vrienden nog nooit een ingrijpende levensgebeurtenis hebben meegemaakt en zich niet realiseren hoeveel impact zoiets heeft.”

Dinah lag eens met haar hoofd op haar vaders schoot op de achterbank van de auto, terwijl door de luidsprekers ‘Love you more’ klonk, de dromerige hitballade van Racoon. „Ik weet nog dat mijn tranen op papa’s knie druppelden.” Geertje en Berend zaten voorin. „Iedereen was stil en huilde. We wisten: het gaat niet lang meer duren.” Haar vader was al begonnen met afscheid nemen van mensen om hem heen. Kort daarop moest Geertje haar kinderen vertellen dat hun papa was overleden. „Ik droeg op dat moment een roze pyjama met grijze broek en bloemetjesshirt. De mouwen waren nat van de tranen”, zegt Dinah. Berend: „Ik kon toen niet echt goed huilen. Ik huilde wel, maar…” Hij was verdoofd en kon niet goed bij zijn gevoel.

De schroefboormachine met een bijzonder geurtje eraan, dat herinneringen losmaakt. Foto Dieuwertje Bravenboer

Racoon

Tijdens de lunch, er speelt muziek op de achtergrond, horen we ineens Racoon. „Daar is-ie”, fluistert Berend, verrast: ‘Love you more’. „Zal ik ’m gewoon even doorspoelen?” ‘And every day I missed you more, and more and more and more and…’ We luisteren het nummer helemaal af. Berends ogen zijn nat. „Het is voorbij hoor”, zegt Dinah dan.

„Het is grappig”, zegt Berend. „Ik kan dit nummer in een blije mood keihard meeblèren onder de douche, maar nu dacht ik wel even: oe.”

Moeder Geertje: „Is dat missen?”

Berend: „Dat zou goed kunnen.”

Dinah: „Mis je papa vaak?”

Berend: „Ik mis denk ik niet per se hem, maar wel een vaderfiguur. Wat dat voor mij inhoudt weet ik dus niet precies, dat is het pijnlijke, snap je?”

Dinah, ook in tranen: „Ik denk dat het voor jou anders is dan voor mij, omdat je een jongen bent en ik een meisje.”

Geertje: „Noem eens momenten waarop je hem hebt gemist?”

Dinah: „Bij je eerste vriendinnetje?”

Berend: „Ja, ook. Ik denk dat hij haar heel leuk had gevonden.”

Soms is Berend bang dat hij dezelfde kwetsbaarheid heeft als zijn vader: somberheid is hem niet vreemd. Gelukkig haalt hij veel voldoening uit zijn werk. En rammen in de sportschool is „een houvast en uitlaatklep”, zegt hij. Ze houden elkaar ook goed in de gaten, zegt Geertje.

Haar kinderen zijn goed terechtgekomen, meent ze. „Ingestort ben ik eigenlijk nooit. Ik ben er zoveel mogelijk voor ze geweest.” Het leven gaat door, zegt ze. „En we zijn al zó ver.”

Al blijft zijzelf zoeken, „naar wat er van me over is”. De kinderen gunnen haar een nieuwe relatie, maar „het gebeurde is te groot en het voelt niet eerlijk daar een ander mee op te zadelen”, zegt Geertje. „Mijn gevoelens voor hem zijn bovendien nog even intens. Door mijn liefde voor hem zit mijn hart op slot.” Hij was haar eerste, enige, en wellicht ook laatste liefde. „Tot op de dag van vandaag voelen we hem om ons heen.”

Hij vertelde dat hij wilde inslapen, liggend in deze hangmat, tussen twee grote eiken in het park. Foto Dieuwertje Bravenboer

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl. Omwille van de privacy zijn voor de kinderen op verzoek hun tweede namen gebruikt en voor de moeder haar roepnaam en meisjesnaam.