Opinie

Lelijk schuldgevoel

Hasna El Maroudi

‘Kom je ook demonstreren tegen het woonbeleid?” Van allerlei kanten word ik bestookt met de vraag of ik me zondag wil laten horen over de kolossale wooncrisis in Nederland. Dat is nodig omdat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Het aantal dak- en thuislozen is enorm gegroeid en de wachttijd voor een betaalbare woning wordt langer en langer. De droom ooit een koopwoning te bezitten hebben de meeste van mijn generatiegenoten allang opgegeven; alleen wie een zak geld heeft komt Rotterdam nog in.

Ik weet dat ik van me zou moeten laten horen, maar gezeten op het bordes van onze nieuwe woning voelt het nogal schijnheilig: me uitspreken over een probleem terwijl ik er stiekem een aandeel in heb. We wonen sinds kort in een oud complex dat lang heeft leeggestaan en waarvoor een nieuwe bestemming werd gezocht. Ik maak mezelf graag wijs dat ik in mijn nieuwe woning geen onderdeel uitmaak van de ‘opwaardering’ van de binnenstad van Rotterdam. Om hier te kunnen wonen zijn geen mensen de wijk uitgeduwd, zoals in de Tweebosbuurt. Er zijn geen woningen en geen gemeenschappen gesloopt, en dat is een excuus dat me goed uitkomt. Maar doen alsof de ‘herontwikkeling’ van de Noordsingelgevangenis niet het beginpunt is van een groter plan – duurdere woningen met meer kapitaalkrachtige inwoners aantrekken – is oneerlijk.

Gentrificatie is bovendien niet iets dat als bij toverslag gebeurt, het is een geleidelijk proces. Eerst komen de kunstenaars en hun tijdelijke ateliers, dan de hippe, overgeprijsde koffietentjes. Vervolgens wordt eindelijk iets aan het zwerfafval in de wijk gedaan, dan is het nog een kwestie van een aantal oude gebouwen omtoveren tot loftwoningen en luxe appartement met stalen glazen deuren en visgraat parket, en patsboem: daar komen de Amsterdammers met goed gevulde zakken dankzij de overwaarden van hun voormalige bovenwoningen en worden de Rotterdammers met de lege portemonnees weggedrukt naar de iets duurdere sociale huurwoningen buiten de ring. We staan erbij en we kijken ernaar.

Lees ook dit opinie-artikel van stadsgeograaf Cody Hochstenbach: Rotterdam dreigt een stad vol penthouses te worden

Nu ben ik geen nieuwkomer maar een geboren en getogen Rotterdammer. Ook dat is een excuus dat me goed uitkomt. Ik hoor hier thuis. Ik weet wat de charme van de Zwart Janstraat is. Mijn ‘opwaartse mobiliteit’ – zoals dat zo lelijk in beleidstaal wordt genoemd – heb ik bovendien niet aan de portemonnee van mijn ouders te danken. Het is me niet gegeven, noch is het me gegund, maar door een combinatie van hard werken en heel veel geluk, heb ik het voor elkaar gekregen.

Met als gevolg een lelijk schuldgevoel wanneer ik door mijn wijk loop en zie dat er weer een nieuwe lunchroom is geopend, waar de oorspronkelijke bewoners van de wijk nooit een latte macchiato met havermelk zullen drinken of gepocheerde eitjes met gravlax op zuurdesemtoast zullen eten. Het zijn twee werelden die niet mengen, en ik heb het gevoel er tussenin te zitten.

Toch moet ik mezelf er ook aan herinneren dat al mijn schuldgevoelens er eigenlijk niet toe doen. De oplossing ligt niet bij mij en ik ben ook niet de oorzaak van het probleem; dat zijn de politieke keuzes. De keuze bijvoorbeeld om betaalbare woningen te slopen en daarvoor in de plaats minder en duurdere woningen te bouwen. Om middels de Rotterdamwet mensen te weren uit betaalbare wijken. Om prioriteit te geven aan de opwaardering van het Rotterdamse imago. De bestuurders kozen hiermee voor Make it happen, maar dan alleen voor de happy few. De rest marcheert zondag door de straten, en ze hebben gelijk ook.

Hasna El Maroudi is journalist, columnist en programmamaker