Inflatie? De ECB past het beleid maar een (heel klein) beetje aan

Europese Centrale Bank Duurdere verf, hogere prijzen voor vakantiehuisjes: de berichten over inflatie stapelen zich op. Maar die is van tijdelijke aard, zei ECB-president Christine Lagarde donderdag. De maandelijkse opkoop van schuld gaat dus maar iets omlaag.

En daar is ze dan echt: de inflatie. De berichten over prijsstijgingen beginnen zich op te stapelen.

Twee voorbeelden van deze week: de Amerikaanse verfmaker PPG, die in Nederland merken als Histor en Sigma verkoopt, verhoogt zijn prijzen dit kwartaal met 5 procent vanwege toeleveringsproblemen en hogere grondstoffenprijzen. En de prijzen voor een verblijf in Nederlandse bungalowparken, zo rapporteerde het Centraal Bureau voor de Statistiek, lagen in augustus op het hoogste niveau ooit gemeten.

Datzelfde CBS meldde voor Nederland een inflatie van 2,4 procent in augustus, het hoogste cijfer sinds eind 2019. De inflatie in de eurozone lag in augustus hoger: 3 procent, het hoogste niveau sinds 2012.

Wordt het niet langzamerhand tijd voor een monetair beleid dat de inflatie afremt, in plaats van bevordert?

De Europese Centrale Bank voert nog steeds een crisisbeleid dat stamt uit de piekfase van de coronacrisis. Het is gebaseerd op extreem lage rentes. De eigen rentetarieven van de ECB staan deels negatief. En de marktrentes drukt de ECB door massaal staats-en bedrijfsschulden op te kopen.

Dat is allemaal bedoeld om de leenkosten voor burgers en bedrijven zo laag mogelijk te houden, teneinde het economisch herstel en de – tot voor kort – zeer lage inflatie aan te jagen. Het ECB-beleid werkt onder meer door in de zeer lage hypotheekrente.

Maar ondanks het stijgende prijspeil, en ondanks het vlotte economische herstel, zette de bestuursraad van de ECB donderdag tijdens een vergadering in Frankfurt slechts een ministapje richting een normaler monetair beleid. Christine Lagarde, de ECB-president, kondigde in een persconferentie een „gematigd lager” tempo aan van de ‘pandemienoodopkopen’ van staats-en bedrijfsschulden. Dit crisisprogramma loopt vooralsnog tot eind maart 2022.

Beleggers en consumenten

Op dit moment doet de ECB nog maandelijks voor zo’n 80 miljard aan noodopkopen, naast 20 miljard aan reguliere opkopen per maand.

Wat het nieuwe noodopkooptempo wordt, zegt de ECB niet, maar marktanalisten gaan uit van 60 à 70 miljard euro per maand. Het was geen stap die beleggers erg in beroering bracht. De koers van de euro in dollars, die sterk kan reageren op ECB-besluiten, liet weinig beweging zien en bleef steken rond de 1,182.

Lees ook: De inflatie in de VS stemt de Fed tot nadenken

En de consumenten dan? Zíj ervaren de inflatie, zo gaf Lagarde toe. „Het is waar dat mensen prijzen zien stijgen – en dat kunnen ze ook voelen.” Maar de ECB, zei ze, wilde „onder de huid” van de inflatie kruipen om te kijken of die wel van aanhoudende aard is. De ECB streeft namelijk naar inflatie van 2 procent gemeten over „de middellange termijn”, waarmee een aantal jaar wordt bedoeld.

Net als andere grote centrale banken streeft de ECB naar een inflatie van 2 procent om een buffer te hebben tegen deflatie, een negatieve prijsspiraal die de economie zou kunnen ruïneren.

Hoewel de inflatiedruk toeneemt, is het doel nog lang niet bereikt, zei Lagarde. De inflatieprognose van de ECB voor heel 2021 is 2,1 procent, maar in 2022 daalt de verwachte inflatie naar 1,7 procent en in 2023 naar 1,5 procent. Inflatieramingen van de ECB liggen historisch gezien vaker te hoog dan te laag.

Veel van de huidige inflatie, zei Lagarde, is van „tijdelijke” aard. De gestegen energieprijzen zijn wispelturig, in Duitsland werkt het einde van een tijdelijke btw-verlaging door in de inflatiecijfers, en de toeleveringsproblemen van bedrijven zullen waarschijnlijk worden opgelost, denkt de ECB. Van loonstijgingen – een belangrijke factor die tijdelijke inflatie langdurig kan maken – is amper sprake in de eurozone, zei Lagarde.

Verwijzing naar Thatcher

Daarom moet het besluit van donderdag vooral níet gezien worden als eerste stap in de gerichte afbouw van de schuldopkoop naar nul (tapering, in monetair jargon), zo benadrukte Lagarde. De mediabewuste Française had een quote ingestudeerd: „the lady isn’t tapering”, een variant op Margaret Thatchers „the lady is not for turning” (1981). Het grote besluit over wat er gaat gebeuren ná maart 2022, de voorlopige einddatum van de noodopkopen, neemt het ECB-bestuur pas in december, zei Lagarde.

Géén ‘tapering’ dus. Maar wel, voor het eerst sinds het begin van de coronacrisis, een klein beetje mínder monetaire steun. Heel voorzichtig volgt de ECB hiermee de Amerikaanse Federal Reserve, die wel openlijk praat over tapering.

Het ECB-besluit kreeg de unanieme steun van het 25-koppige bestuur. De Nederlander Klaas Knot en andere ‘haviken’ – die het noodprogramma in maart willen beëindigen – konden zich erin vinden. Lastiger zal het zijn voor Lagarde om de unanimiteit te bewaren in de vergaderingen van oktober en december. waarin het ‘t-woord’ vast zal klinken, als tenminste de inflatie blijft oplopen.