Recensie

Recensie Boeken

Hoe wreedheid in de VS normaal werd

11 september Hoe kijken we nu naar 9/11? Vergeleken met recente boeken over de oorlog tegen terreur en Trumps presidentschap blinkt Reign of Terror uit in diepte en complexiteit.

Sattelietfoto van NASA met zicht op Manhattan, genomen de dag na 9/11.
Sattelietfoto van NASA met zicht op Manhattan, genomen de dag na 9/11. FOTO EPA/NASA / USGS LANDSAT 7 TEAM

Moesten we nu al een man van de eeuw kiezen dan zou Osama bin Laden een goede kandidaat zijn. Niemand had meer invloed op ons dagelijks leven, op de manier waarop we met elkaar omgaan of op de Verenigde Staten, zowel in binnen als buitenland, dan de man die twintig jaar geleden 9/11 wist te organiseren.

Volgens president Bush was het ‘een aanval op onze manier van leven’. Een treurige misvatting, het was veel eenvoudiger: 9/11 was een oorlogsdaad. Het was een aanval op Amerika’s gedrag in de wereld. ‘Ze haten ons’, een andere Bush-wijsheid, was meer terzake. Hij had geen idee waarom. Collectieve blindheid en begrijpelijke verontwaardiging verhinderden een koele analyse. Bin Laden nodigde uit tot een overdreven reactie en Amerika stapte met twee benen in die val.

In Reign of Terror: How the 9/11 Era Destabilized America and Produced Trump leidt de Amerikaanse journalist Spencer Ackerman ons met superieure kennis en ingehouden woede door de daaropvolgende oorlog tegen terrorisme. De Republikeinen, de regering-Bush voorop, krijgen ervan langs, maar in het toedelen van verantwoordelijkheid voor wat hij de ‘Security State’ noemt, spaart Ackerman de Democraten niet. Slechts één senator stemde tegen de burgerrechten uithollende Patriot Act. Bush kreeg een blanco volmacht, de aanval op Afghanistan werd vrijwel unaniem gesteund. De meeste Democraten stemden voor de oorlog in Irak, gerechtvaardigd met leugens over Saddam Husseins betrokkenheid bij 9/11.

Schaamteloos

Ackerman laat zien hoe de oorlog tegen terrorisme Amerika zelf ook fundamenteel beïnvloedde. President Bush wilde geen oorlog tegen de islam, maar ‘als je niet met ons bent, ben je tegen ons’ en termen als ‘evil’ en ‘kruistocht’ garandeerden dat het dat wél werd. De terminologie was schaamteloos gericht op zijn evangelische achterban. Het uit de grond gestampte giga-departement van Home Security verbond immigratie met terrorisme.

Een donkere onderstroom van nationalistische woede manifesteerde zich, in eerste instantie gericht tegen moslims, later tegen alles wat buitenlands of anders was. Donald Trump onderkende hoe hij die stroom kon aanwenden. Hij maakte van de oorlog tegen terreur een ‘instrument dat hij naar willekeur kon gebruiken’, schrijft Ackerman.

Trump en 9/11

In de vele boeken over de oorlog tegen terreur springt dat van Ackerman eruit doordat hij niet alleen een volledig verhaal vertelt maar bovenal de verbanden helder maakt. Dat 9/11 Amerika uit zijn evenwicht bracht, zoals de ondertitel stelt, is ontegenzeggelijk het geval. Dat 9/11 ook Trump produceerde, zoals Ackerman zegt, is wat kort door de bocht. Ongelijkheid, de crisis van 2008, en een waaier aan andere ontwikkelingen speelden daarbij zeker een rol. Maar vergeleken met recente boeken over Trumps presidentschap, zoals Landslide en Only I Can Fix It, blinkt Reign of Terror uit in diepte en complexiteit. President Trump kan niet in isolement bekeken worden.

Ackerman maakte deel uit van het team van journalisten van The Guardian dat in 2014 een Pulitzer-prijs won met zijn reportages over Edward Snowden en diens lekken over de praktijken van het National Security Agency. De kracht van zijn boek bestaat er niet alleen uit dat hij details weet toe te voegen aan de deels overbekende feiten van de afgelopen twintig jaar, maar vooral dat hij deze verbindt aan een Amerikaanse overheid die extreem reageert en de voornamelijk volgzame politiek.

Die hopeloos verdeelde politiek was eensgezind in het optuigen van de Security State. Dat is een van de redenen dat er, tot ongenoegen van Ackerman (en menig Democraat), nooit verantwoording is afgelegd over misdragingen van de CIA en hun Orwelliaanse ‘enhanced interrogation’ (dit marteling noemen zou het illegaal maken).

Sterker, betrokkenen kwamen op belangrijke posten terecht. Een voorbeeld uit tamelijk vele: Gina Haspel leidde in 2002 een ‘black site’ in Thailand en hielp later met het vernietigen van video’s van de marteling van twee gevangenen. In februari 2017 werd ze onderdirecteur van de CIA, in maart 2018 directeur.

De Security State had (en heeft) een grote mate van autonomie, betoogt Ackerman met kracht van argumenten. Politici laten zich overweldigen: president Obama omarmde de oorlog in Afghanistan en liet zich overhalen om extra troepen te sturen. Volgens Ackerman miste Obama de kans om na de dood van Osama bin Laden in 2011 het 9/11-tijdperk te beëindigen. Evenmin slaagde hij erin om de gevangenis in Guantanamo Bay te sluiten en die schandvlek op Amerika’s blazoen te verwijderen.

Dit maakt Reign of Terror tot een deprimerend boek. Wat Ackerman laat zien is hoe 9/11 en de daarop volgende oorlog tegen terreur leidden tot ‘het manipuleren van de werkelijkheid en de normalisering van wreedheid’. Zoals hij schrijft: ‘Trump haalde sommige aspecten van de oorlog naar het thuisland, maar in de grond van de zaak was de oorlog altijd in eigen huis’. Dezelfde middelen die werden gebruikt om het buitenland te destabiliseren, konden niet anders dan Amerika zelf destabiliseren. Een oorlog waarin de vijand nooit echt gedefinieerd is, kan overal voor gebruikt worden.

Normen en waarden

Ackerman benadrukt in zijn boek nog twee punten. Namelijk dat de erosie van Amerika’s normen en waarden in het buitenland ook die normen en waarden in het binnenland hebben aangetast. En ten tweede dat het militair industrieel complex, waarvoor president Eisenhower al in 1960 waarschuwde, nu een militair industrieel politiek complex is. Ackerman noemt het niet zo, maar vanwege de historische continuïteit was het goed geweest als hij zijn Security State – een uitgebreide variant van dat complex – ook in Eisenhowers termen had geplaatst. Een van de redenen voor president Biden om de Amerikaanse oorlog in Afghanistan te beëindigen was de kracht van dat complex te breken. Hij brak nadrukkelijk met een deel van de (oud)-militaire leiders, zoals generaal Petraeus, die oneindig wilden doorgaan.

In het slothoofdstuk vergelijkt Ackerman 2001 met 2020. In corona vond Trump een vijand die ongevoelig was voor zijn manipulaties. Het is niet het sterkste deel van Reign of Terror. Veel trefzekerder is de lange lijn die Ackerman legt tussen de white supremacy-terroristen die in 1995 het federale gebouw in Oklahoma opbliezen en de rechtse terroristen die de gouverneur van Michigan wilden ontvoeren en op 6 januari het Capitool bestormden. Toen en nu werd die terreur gebagatelliseerd.

Uiteindelijk is Ackerman op zijn best in het rapporteren van de excessen van de oorlog tegen terrorisme, die, ooit nieuws van de dag, nu dreigen te verdwijnen uit het collectieve geheugen. ‘De belangrijkste van de oneindige kosten van terrorisme’, schrijft Ackerman, ‘wordt het minst onderkend: wat het vechten ertegen onze democratie heeft gekost’. Hij waarschuwt dat ook de aanpak van binnenlands (potentieel) terrorisme gemakkelijk uit de hand kan lopen.

Nu zijn het de Democraten die vragen om meer bevoegdheden voor inlichtingendiensten en nieuwe wettelijke mogelijkheden om mogelijke terroristen aan te pakken. Als Reign of Terror een slotboodschap bevat – en een waarschuwing – dan is het dat de oorlog tegen terrorisme zeker niet voorbij is.