Vincent van Gogh, De Turfschuit (1883)

Drents Museum

Wat zag Vincent van Gogh tijdens zijn verblijf in Drenthe?

Voetsporen Bijna niemand weet dat Vincent van Gogh drie maanden in Drenthe verbleef. Wat zag hij daar en wat is daarvan nog terug te vinden?

Op 11 september 1883 nam Vincent van Gogh de trein van Den Haag naar Hoogeveen. Afgaand op de brieven aan zijn broer Theo (die zijn treinkaartje betaalde) en de dienstregeling uit die tijd kwam hij bij donker aan, om 21.00 uur. Op het station vroeg hij naar onderdak, en mogelijk sprak hij daarvoor een kruier aan, want hij kwam zoals hij schreef terecht in het logement van „een echte sjouwer”: Albertus Hartsuiker, die behalve als kruier ook werkte als herbergier. Van Gogh kreeg, voor één gulden per dag, een kamer op de eerste verdieping, met zicht op het station.

Vandaag volgen we zijn voetsporen: Annemiek Rens, hoofdconservator van het Drents Museum in Assen, fotograaf Sake Elzinga, hij woont in Assen, en de verslaggever. Van Gogh verbleef drie maanden in Drenthe, op 4 december vertrok hij – om er nooit meer terug te keren. We bezoeken deze dag de plekken waar hij ook was, om te zien wat hij daar zag of – vooral eigenlijk – wat daarvan bijna honderdveertig jaar later nog terug te vinden is. Die route gaat van Hoogeveen naar Pesse, waar Van Gogh een klein kerkhof schetste, „graven die veelal bestaan uit witte palen met namen erop en deels begroeid met bunt en heide”, schreef hij aan Theo. Daarna volgen we de Hoogeveense Vaart naar Nieuw-Amsterdam/Veenoord – Van Gogh nam indertijd de trekschuit, die zes uur deed over de dertig kilometer – en tenslotte bezoeken we Zweeloo, een voormalig kunstenaarsdorp.

Wat meteen opvalt: het is zoeken. In de woorden van Sake Elzinga, die de tocht vorig jaar maakte voor foto’s in het boek Van Gogh, Erfgoedlocaties in Drenthe, gratis te downloaden op vangoghindrenthe.nl: „Ik ben gaan rondlopen in dezelfde tijd van het jaar dat hij hier was, het was denk ik net zo nat en koud. Maar verder: het is alsof je op de maan fotografeert, zo anders is het nu.”

Eetcafé

Wat hij daarmee bedoelt zien we al snel. Het station van Hoogeveen: vervangen. Het postkantoor, waar Van Gogh zijn brieven aan Theo postte en de wissels verzilverde die zijn broer hem stuurde: onherkenbaar verbouwd, tegenwoordig zit er een eetcafé. Het historisch centrum: zo goed als verdwenen. Alleen Pesserstraat 24 doet nog denken aan ‘logement Hartsuiker’ zoals dat te zien is op een ansichtkaart uit 1918. Het is ook meteen de enige plek met een gedenksteen, Hier woonde Vincent van Gogh staat op de gevel. Maar je moet goed kijken, of eigenlijk al weten dat die gevelsteen er is, anders loop je het huis gewoon voorbij.

Want dat valt ook op, niet alleen hier maar gedurende de hele tocht: anders dan Noord-Brabant (Van Gogh werd er geboren en groeide er op, er wordt nu gewerkt aan een Van Gogh Nationaal Park) doet Drenthe tot nu toe niet veel met Van Goghs ‘Drentse periode’. Misschien omdat hij er voor zover bekend niet meer dan vijf schilderijen en een aantal tekeningen maakte. Misschien ook omdat hij er niet zo lang bleef – en aan die tijd ook nog eens weinig goede herinneringen overhield. „Drenthe is superbe, maar het er uithouden hangt van veel dingen af”, schreef hij bij zijn vertrek. Het weer was slecht, zijn geld was op, hij voelde zich eenzaam.

Maar wellicht speelt óók een rol dat Van Gogh, anders dan collega-kunstenaars uit diezelfde tijd, niet ging naar het pittoreske zandgebied van Drenthe, met zijn rietgedekte boerderijtjes, schaapskuddes op de heide en schilderachtige heuvels onder hoge luchten. Nee, Van Gogh ging naar de vlakke, kale en armoedige zuidoosthoek, met zijn plaggenhutten, turfschepen en speciaal voor de veenafvoer gegraven, kaarsrechte kanalen. De armoede en kaalheid zijn verdwenen, maar toch is het niet meteen een toeristisch uitje, Van Goghs voetsporen volgen in Drenthe.

En dat moet het wel worden, althans: „De sporen die Van Gogh in Drenthe achterliet, moeten voor eens en voor altijd zichtbaar worden”, staat in Van Gogh, Erfgoedlocaties in Drenthe, een samenwerkingsproject van het Drents Museum, het Drents Archief en Stichting Het Drentse Landschap. Want: „Het is een feit dat het Drentse hoofdstuk van een van de bekendste kunstenaars ter wereld voor velen onbekend is”, terwijl Drenthe wel „impact heeft gehad” op Van Gogh.

Het kleine kerkhof

Samen hebben de drie organisaties zijn verblijf in kaart gebracht, vaak aan de hand van de brieven, soms door een tekening te combineren met bodemkundige, historische of topografische kennis. Zo werd het kleine kerkhof gelokaliseerd (het ‘bunt’ uit de brief aan Theo is een grassoort die op die plek voorkwam), net als de ophaalbrug uit de schetsen die hij maakte op de trekschuit. „We willen mensen laten ervaren hoe het hier voor hem was”, zegt Annemiek Rens. „Want het is toch magisch, dat je als het ware met hem mee kan reizen.”

En ja, dat is het óók. Bijvoorbeeld wanneer we stoppen bij het kleine kerkhof van Pesse, dat Van Gogh zoals hij de volgende dag aan Theo schreef „stil en bedaard eenvoudig buiten” had zitten schetsen. In het oudste deel, waarschijnlijk dat van de tekening, is het gras niet gemaaid en waan je je terug in de tijd, ook al omdat je hier en daar een half vergane, houten zerk ziet, leunend tegen een boom of een steen.

Of neem de Hoogeveense Vaart naar Nieuw-Amsterdam/Veenoord, „een eeuwig lange vaart in de trekschuit door de heide”, schreef Van Gogh. Aan die brief voegde hij een pagina toe met daarop zes kleine schetsen, die hij in de trekschuit had zitten maken. Rechtsboven een ruiter te paard die de schuit voorttrekt, op de tekening maakt het kanaal een bocht waarachter een ophaalbrug zichtbaar is. Zo’n brug na een flauwe bocht, wezen historische kaarten uit, bevond zich ongeveer halverwege de tocht. Het is de Driftbrug bij Zwinderen, in 1923 vervangen door een draaibrug, en later nog een keer vernieuwd, in 2015.

Maar de nieuwe brug ligt nog op dezelfde plaats als toen, en ook al is de weg nu verhard, we volgen nog altijd een recht pad langs het kanaal. Ook het oude brugwachtershuisje staat er nog, met op de gevel de naam van de brug, zoals bij alle bruggen die we passeren nog brugwachtershuisjes staan met op de gevel die naam van vroeger. We stappen uit en lopen om het huisje heen, het staat te koop en is verlaten. Annemiek Rens: „Toen ik hier was voor ons onderzoek, woonde de weduwe van de laatste brugwachter er nog. De Driftbrug is ooit getekend door Van Gogh, vertelde ik. Dat was nieuw voor haar.”

Van Gogh besloot te blijven in Nieuw-Amsterdam/Veenoord, in het logement van Hendrik Scholte, diens vrouw Gezina en hun vier kinderen. De kamer was ruimer dan bij Hartsuiker in Hoogeveen, het licht was er beter, ook kon hij van daaruit goed de velden in trekken. De Turfschuit en Onkruid verbrandende boer, beide (deels) in bezit van het Drents Museum, zijn in die omgeving gemaakt.

Vincent van Gogh, Onkruid verbrandende boer (1883)

Drents Museum, Assen, Van Gogh Museum, Amsterdam, foto Heleen van Driel

Slaapkamer

Op onze route is ‘logement Scholte’ de enige plek waar Van Goghs verblijf te gelde wordt gemaakt. Het Van Gogh Huis, Van Goghstraat 1, is open voor publiek, de kamer waar hij logeerde ziet eruit zoals die mogelijk inderdaad is geweest: een houten eenpersoonsbed, een tafeltje met een lampetkan, een schildersezel, wat stoelen. Door je wimpers zie je de beroemde slaapkamer zoals Van Gogh die in 1888 zou schilderen in het Gele Huis in Arles – de kamer in Nieuw-Amsterdam/Veenoord heeft hij voor zover bekend nooit geschilderd of getekend.

Blijft over Zweeloo. Daar ging Van Gogh naartoe omdat hij er kennis wilde maken met Max Liebermann (1847-1935), een van de vele kunstenaars die hier indertijd het boerenleven kwamen schilderen. Jozef Israëls, Anton Mauve, Hendrik Willem Mesdag, George Hendrik Breitner, Liebermann: ze ontmoetten elkaar in plaatsen als Rolde, Vries, Exloo, Westerbork en Zweeloo, allemaal dorpen ‘op het zand’. En daar trokken ze naartoe in de zomer, als de zon scheen en je fijn buiten kon zitten schilderen. Na de zomer vertrokken ze weer.

Lees ook: Hoe grote schilders Drenthe ontdekten

Van Gogh trof geen enkele collega-schilder in Zweeloo, dat hij bezocht op 1 november 1883. Mooi vond hij het er wel: „Enorme mosdaken van huizen, stallen, schaapskooien, schuren. Hier zijn de woningen heel breed, tusschen eikenboomen van een superbe brons.”

Hij tekende de lindeboom die ook staat op De Bleek (1883) van Liebermann, Van Goghs Boomgaard (1883) met die boom is in bezit van Museum Boijmans Van Beuningen.

De boomgaard is er niet meer, maar in dit dorp is nog veel over uit die tijd: huizen, boerderijen, doorkijkjes. En de lindeboom, ook al staat die niet meer in een boomgaard. Als je het vraagt mag je achter de voormalige ‘herberg Mensingh’, nu Bistro Tante Sweel, wel even kijken. Sake Elzinga, die nieuwe foto’s neemt: „Nu hij in het blad staat zie je de grilligheid van de takken minder goed. Maar zo is hij wel echt heel mooi.” De boom van Max Liebermann, zeg maar.

Het Drents Museum organiseert in 2023 een grote Van Gogh-tentoonstelling, honderdveertig jaar na zijn bezoek aan Drenthe. Annemiek Rens: „Ik denk dat als je dan terugkomt, we een hele slag hebben gemaakt met het verankeren van zijn verhaal.” En wat ze hoopt: dat ze er voor die tijd nog achter zullen komen waar zich Van Goghs tekening Herder met kudde bij kleine kerk in Zweeloo (1883) bevindt, waarvan tot nu toe de verblijfplaats onbekend is.

Van Gogh aan Theo: „Ik kwam voorbij een oud kerkje, net precies, net precies l’église de Greville v.h. schilderijtje van Millet (…) hier kwam in plaats van het boertje met de spade van het schilderij, een herder met een koppel schapen langs de hegge.”