Opinie

Wees terughoudend in het meten van sociale ontwikkeling kinderen

Onderwijsblog Het leerlingvolgsysteem waarmee kinderen al vanaf groep 3 aan worden onderworpen is onbetrouwbaar, schrijft . Scholen doen er goed aan dit soort meetinstrumenten te weigeren.
Leerlingen van de Rotterdamse basisschool Het Open Venster in een klaslokaal.
Leerlingen van de Rotterdamse basisschool Het Open Venster in een klaslokaal. Foto Koen van Weel

Stel dat jouw werkgever tweemaal per jaar laat meten of je voldoende gemotiveerd bent, of je de aandacht goed bij je werk kunt houden, of je kunt omgaan met conflictsituaties en daar gepaste oplossingen voor kunt vinden, of je rekening houdt met de ander en open staat voor de opvattingen van anderen. Hieruit volgt een rapportage, die komt in handen van jouw werkgever, en die geeft hij weer door aan je volgende werkgever. Hoe zou je dat vinden? Wat zou jouw (toekomstige) werkgever met die informatie kunnen? Misschien verbaast het je, maar iets vergelijkbaars gebeurt op onze basisscholen, bij onze jongste kinderen.

Scholen zijn verplicht om jaarlijks de beleving van veiligheid, de aantasting van die veiligheid en het welzijn van hun leerlingen te meten, door middel van een goedgekeurd en gestandaardiseerd instrument. Op welke manier scholen de sociale veiligheid in beeld brengen en welk instrument ze daarvoor gebruiken, daarin zijn basisscholen vrij. Commerciële bedrijven spelen daar handig op in. Zij proberen hun instrument aan de man te brengen door een zo totaal mogelijk beeld van de sociaal-emotionele ontwikkeling te kunnen presenteren. Maar, nu komt het: dit beeld reikt in sommige gevallen veel verder dan enkel de sociale veiligheid en het welzijn.

Contextafhankelijk

We nemen als voorbeeld Viseon van Cito, het meest gebruikte leerlingvolgsysteem op de Nederlandse basisscholen. Dit meetinstrument zou inzicht moeten geven in de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen vanaf groep 3, zodat de leerkracht tijdig en correct kan handelen. Bovendien geeft het leerkrachten in de daarop volgende jaren de nodige informatie over elk kind. Het doel is om kinderen sociaal beter te laten functioneren en ze goed te leren omgaan met hun gevoelens, het emotioneel functioneren. Dit zou leiden tot een ‘gelukkigere groep’, aldus Cito. Viseon meet daarom, naast de verplichte sociale veiligheid, onder andere ook de volgende categorieën: proactief sociaal gedrag, teruggetrokken gedrag, taakgericht gedrag, motivatie voor leren en hyperactiviteit/impulsiviteit. Vanaf groep 3 meten we dus of kinderen wel voldoende betrokken zijn bij de rekeninstructie en of kinderen niet te impulsief, of juist teruggetrokken zijn.

Zijn we nou helemaal van de ethische pot gerukt?

Lees ook: Alle onderwijsvernieuwing gaat ten koste van ‘zwakke’ kinderen

Onderzoek laat zien dat gedrag voor een groot deel contextafhankelijk is. Kinderen kunnen bij de ene leerkracht heel gemotiveerd en taakgericht zijn, terwijl ze bij de andere leerkracht het tegenovergestelde laten zien. We spreken hier dus niet over vaststaande eigenschappen maar over gedragingen die sterk worden beïnvloed door de context. Denk aan het handelen van de leerkracht, het gedrag van klasgenoten, de aan- of afwezigheid van de nodige voorkennis, afleidingen in en rond het klaslokaal, de opstelling van tafels, enzovoort. Het is dan ook de vraag of de informatie in zo’n leerlingvolgsysteem betrouwbaar en valide is. Gedrag is contextafhankelijk en daarmee dus ook een moeilijke voorspeller voor later gedrag.

Evenzeer moeten we onszelf afvragen of leerkrachten genoeg kennis hebben om deze informatie goed te kunnen interpreteren en daar correct naar kunnen handelen. Leerkrachten zijn immers geen therapeuten, hebben ook geen verstand van psychometrie. Het zou toch vervelend zijn als het introverte kind op basis van twijfelachtige informatie allerhande interventies om de oren geslingerd krijgt.

Zichzelf waarmakende voorspelling

Daar komt bij dat de verwachtingen van de leerkracht mede bepalend zijn voor het leersucces van de leerling. Deze verwachtingen worden het meeste gevoed door eerdere prestaties, dus uit voorgaande schooljaren. Ook het gedrag van een leerling beïnvloedt de verwachtingen van een leerkracht. Een leerling waar de leerkracht lagere verwachtingen van heeft wordt anders behandeld, die krijgt bijvoorbeeld minder beurten in de klas, minder inhoudelijke feedback, makkelijkere opdrachten en minder bevestiging. Het resultaat: de leerling leert en presteert minder, de leerkracht denkt: zie je nou wel. De welbekende self-fulfilling prophecy.

Lees ook dit interview met statisticus Kimberley Lek: De sociaal-economische achtergrond van een kind is bepalend bij schooladvies

Als een leerkracht aan het begin van een nieuw schooljaar hoort dat een leerling in de voorgaande jaren weinig gemotiveerd was bij het onderwijs en veel impulsief gedrag liet zien, dan is de kans groot dat deze leerling al met 1-0 achter staat, nog voordat het schooljaar écht is begonnen. Terwijl de oorzaak van dat gedrag misschien wel lag in de kwaliteit van de lessen.

Nog even voor de goede orde, over die zichzelf waarmakende voorspelling: dit alles gebeurt vaak onbewust, dus leerkrachten hoeven zich niet meteen schuldig te voelen. Ze moeten zich hier wel bewust van zijn en hun eigen menselijke vooringenomenheid actief bestrijden. Dat begint onder meer met het weigeren van dit soort instrumenten.

We hebben hier te maken met kinderen vanaf vijf jaar. Kinderen die deze eerste jaren op school nodig hebben om te oefenen, om te leren welk gedrag wel en niet gepast is. Geef kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen. Leg dit niet meteen vast, daar komen ze nog maar moeilijk vanaf. Dat we in kaart brengen of kinderen zich veilig voelen en of ze lekker in hun vel zitten lijkt me vanzelfsprekend. Dat we de sociaal-emotionele ontwikkeling meten en bijhouden, daar moeten we zeer terughoudend in zijn. Stop de therapeutisering van het onderwijs.