Twintig jaar na 9/11 zijn we terug bij af

Zap De 9/11-herdenking brengt een bonte stoet mensen op tv wier levens zijn aangetast door de aanslagen in New York van 2001. De mooiste beelden zaten in ‘My 9/11’ van Sinan Can en Floortje Dessing.

Sinan Can met vredesactivist Bashir in My 9/11 BNNVARA
Sinan Can met vredesactivist Bashir in My 9/11 BNNVARA

Heel kleine dingen bleken ineens het verschil tussen leven en dood te bepalen. Een horloge dat gerepareerd moest worden, iemand die vroeg of een vergadering misschien een halfuurtje later kon, de collega die een dienst wilde ruilen in restaurant Windows on the World. Die plek was „de Amerikaanse droom, vermomd als restaurant”, zei Eelco Bosch van Rosenthal in Nieuwsuur. De reportage ging over de nachtmerrie: de dag waarop personeelsleden in wanhoop met tafelkleden uit de weggeslagen ramen van het World Trade Center wapperden.

Dezer dagen is 11 september elke avond wel op een tv-zender te zien. Nieuwsuur maakt een mooie serie reportages. Maandag ging het over moslims in New York. Een week na de aanslagen verklaarde president Bush in een moskee dat islam vrede was, maar de praktijk was pijnlijk, merkte Mohammed Bahe. Een speciale politie-eenheid infiltreerde bij zijn moskee. „Misschien moet ik maar terrorist worden, als toch niemand me vertrouwt,” begon hij te denken. De eenheid werd na veertien jaar opgegeven. Niks ontdekt.

De merendeels zwarte kleuters die in 2001 werden voorgelezen door Bush toen de president het nieuws over de terreurdaad ingefluisterd kreeg, werden twee decennia later geportretteerd in de sterke documentaire Die Klasse von 9/11, die Arte vertoonde. Nadat de president spoorslags was vertrokken, zong de juf eindeloos „A Change is Gonna Come” met haar leerlingen. Inmiddels zijn zij twintigers met wisselende levensverhalen. Het populairste meisje van de klas vertelt hoe haar broer is neergeschoten bij een politiecontrole – die change is in twintig jaar nog niet gekomen.

Meteen na de documentaire volgde een interview met arabist Gilles Kepel, die aan een halve vraag genoeg had om een kwartier uit te weiden over Afghanistan, van de invloed van Pakistan tot de moeilijkheid om de grens met Iran te bewaken – waarna de naar adem happende kijker zich alweer schrap moest zetten voor het lijden van een gevangene in Guantánamo Bay, terwijl op de Vlaamse tv jongeren aan het woord waren die werden geboren nadat hun vaders waren omgekomen op 9/11.

Twan Huys, destijds correspondent van de publieke omroep in de Verenigde Staten, vertelde in Op1 hoe hij op 11 september de laatste trein naar New York nam. Aan boord werden de wildste geruchten verspreid: ook Chicago, San Francisco en andere grote steden zouden zijn aangevallen. Even leek de Derde Wereldoorlog echt begonnen. „Maar eigenlijk dachten we dat toch wel.”

Huys toonde zich bijzonder pessimistisch over Afghanistan, waar vorige maand de mensen van de vliegtuigen vielen zoals twintig jaar geleden de slachtoffers zich ten einde raad uit het WTC lieten vallen. „We zijn weer terug bij af.”

Bashir bouwt vliegmachine

De sterkste beelden zaten in My 9/11 (BNNVARA), een vrijdags tweeluik van Sinan Can en Floortje Dessing. Can bezocht in Afghanistan Bashir, een man wiens broer door de Taliban was vermoord en die nu de zorg over diens twee kleine kinderen had overgenomen. Hij had met een propeller en een parachute een eenpersoons vliegmachine gebouwd, waar hij ook daadwerkelijk mee opsteeg.

Zwiepend won deze moderne Icarus langzaam aan hoogte. Eenmaal boven de stad Herat liet hij enkele stapels met pamfletten los, waarin de Taliban en andere „ontevredenen” ertoe werden opgeroepen om vrede te sluiten. Het zag er prachtig uit, een man in rouw die twintig jaar na 11 september laat zien dat er niet alleen rampspoed, maar ook vrede uit de lucht kan vallen. De beelden zijn vier maanden oud. Bashirs hoop voor een beter Afghanistan is alweer verwaaid.