Trucs helpen parkinsonpatiënten beter te lopen

Revalidatiegeneeskunde Parkinsonpatiënten kunnen soms volledig ‘bevriezen’. Artsen verzamelden 59 trucs waarmee patiënten zich in beweging zetten.

Illustratie Dirma Janse

Compensatiestrategieën kunnen parkinsonpatiënten helpen beter te lopen. Ruim driekwart van de patiënten gebruikt zo’n strategie, maar de kennis over welke alternatieve strategieën ook zouden kunnen werken is nog heel beperkt. „En dat is nu juist belangrijk, omdat de beste strategie verschilt per persoon en per situatie”, zegt revalidatiearts Jorik Nonnekes aan de telefoon. Samen met zijn team van het Radboudumc in Nijmegen inventariseerde hij de kennis van parkinsonpatiënten op dit gebied. De resultaten verschenen woensdag in het vakblad Neurology.

„Door parkinson worden hersengebieden aangetast waar geautomatiseerde bewegingen worden aangestuurd, en daardoor wordt het lopen lastiger”, legt Nonnekes uit. „Dat varieert van een beetje schuifelen tot letterlijk aan de grond zijn vastgeplakt en niet meer kunnen bewegen. Vaak gebeurt dat bij een nauwe doorgang zoals een deur of een lift, of midden in een drukke supermarkt.”

De biologische oorzaak van parkinson ligt diep in de hersenen, waar door afstervende cellen een dopaminetekort ontstaat. Met medicijnen kan dat worden aangepakt, maar lang niet altijd betekent verdwijnen alle symptomen. Met name de loopproblemen zijn hinderlijk voor patiënten.

Gelukkig zijn er eenvoudige oplossingen. Door ‘omweggetjes’ te zoeken worden automatische bewegingen in het brein op een andere manier aangesproken, waardoor het lopen ineens wel gaat. „Dat werkt onmiddellijk”, zegt Nonnekes vanuit zijn ervaring in zijn polikliniek voor loopstoornissen bij Parkinson.

Loopproblemen verlichten

Hij inventariseerde in eerder onderzoek al eens wat patiënten allemaal bedacht hadden om hun loopproblemen te verlichten. „Dat leverde maar liefst 59 unieke trucs op”, vertelt hij, „die hebben we vervolgens gecategoriseerd in de zeven hoofdstrategieën. Maar ik sluit niet uit dat er nog meer trucs zijn die werken.”

In het nieuwe onderzoek ging het erom in hoeverre patiënten optimaal gebruikmaken van de kennis over strategieën. Via online platforms in Nederland en Noord-Amerika werden 4.324 mensen met parkinson en loopproblemen hierover bevraagd.

Veel patiënten hadden nog nooit gehoord van de compensatiestrategieën

Er blijkt nog wel wat werk aan de winkel. Bijna een op de vijf deelnemers had überhaupt nog nooit van de compensatiestrategieën gehoord en slechts 4 procent was op de hoogte van alle zeven categorieën. Slechts een op de drie was door zijn zorgverlener voorgelicht over compensatiestrategieën. Anderen hadden het ergens gelezen of bij toeval zelf ontdekt. Bijna een kwart had nooit een van de strategieën uitgeprobeerd.

De juiste behandeling is maatwerk, zegt Nonnekes. „Wat bij de een heel goed werkt, kan bij de ander minder effectief zijn. Zelfs per patiënt kan de beste strategie per moment verschillen, afhankelijk van de situatie. Beter lopen kan de kwaliteit van leven van parkinsonpatiënten aanmerkelijk verbeteren, omdat ze veel mobieler worden en minder vallen – waarbij ze hun heup kunnen breken.”

In Nederland zijn naar schatting 63.000 mensen met parkinson. De meeste patiënten zijn al over de zestig, maar de ziekte kan ook op jonge leeftijd al ontstaan. „De jongste patiënt in mijn polikliniek is in de twintig”, zegt Nonnekes.

Als een patiënt eenmaal zijn best werkende omweggetjes gevonden heeft, blijven die dan altijd werken? Nonnekes: „Daar is nog wel discussie over. Soms lijkt inderdaad het effect op den duur wat af te nemen. Een verklaring zou kunnen zijn dat ook de alternatieve beweging geautomatiseerd raakt en dus moeilijker wordt. Ikzelf denk dat het komt doordat na verloop van tijd een groter gebied van de hersenen getroffen wordt. Maar in beide gevallen is het belangrijk om dan weer te gaan zoeken naar alternatieven die nog wel werken.”

Omweggetjes

Zeven verschillende strategieën helpen parkinsonpatiënten beter te lopen. Niet elke strategie werkte even goed bij iedereen en daarom is het voor patiënten belangrijk ze allemaal te kennen en te proberen.

Zeven mentale hulpjes voor beter lopen

1 Maak gebruik van externe prikkels, bijvoorbeeld lopen op het ritme van muziek of het stappen zetten op hele tegels.

2 Maak gebruik van interne prikkels, bijvoorbeeld door tellen van de stappen.

3 Doe minder beroep op de balans, bijvoorbeeld door een ruime draai te maken of een loophulpmiddel te gebruiken.

4 Verbeter de mentale alertheid; bijvoorbeeld door ademhalingsoefeningen.

5 Visualiseer de loopbeweging, bijvoorbeeld door jezelf lopend voor te stellen of door naar een ander te kijken die loopt.

6 Kies een minder geautomatiseerd looppatroon, bijvoorbeeld zijwaarts lopen, of knieheffen tijdens het lopen.

7 Kies een alternatieve beweging, bijvoorbeeld fietsen of steppen.