Topman Tata: ‘Omgeving fabriek weegt zwaar mee’

Vergroeningsbeleid Snel lagere CO2-uitstoot of snel minder overlast voor de omgeving, dat is het dilemma waar Tata Steel IJmuiden op afkoerst.

Hans van den Berg, directievoorzitter van Tata Steel.
Hans van den Berg, directievoorzitter van Tata Steel. Foto Roger Cremers

De overlast voor de omgeving van de staalfabriek Tata Steel in IJmuiden gaat een „zware rol spelen” bij het bepalen van de vergroeningsstrategie. Dat zegt topman Hans van den Berg in een interview met NRC. De route die de overlast sneller vermindert, zou wel kunnen betekenen dat de fabriek langer meer CO2 blijft uitstoten, bleek vorige week uit een studie in opdracht van Tata Steel.

Bij Tata Steel, met 7 procent van het totaal de grootste CO2-uitstoter van Nederland, speelt al een jaar een discussie over de wijze waarop de fabriek wil vergroenen. De directie was oorspronkelijk van plan CO2 af te vangen en op te slaan onder de Noordzee, om vervolgens op de langere termijn staal te maken op basis van waterstof.

Onder druk van de lokale afdeling van vakbond FNV en een groep ex-managers is daar een andere optie bijgekomen: direct overstappen op de schonere productiemethode, maar eerst op basis van aardgas en, als dat voldoende beschikbaar is, op basis van waterstof. Zij vinden CO2 afvangen niet slim, omdat het betekent dat er twee keer geïnvesteerd moet worden.

Volgens eerste tussentijdse resultaten van een haalbaarheidsstudie van consultantskantoor Roland Berger levert CO2 afvangen sneller een lagere uitstoot op. Van de andere route is de verwachting dat deze juist de overlast voor de omgeving sneller terugdringt.

Uitstoot nooit op nul

De fabriek gaat allerlei factoren tegen elkaar afwegen, zegt topman Hans van den Berg. Dat zijn er nog veel meer, zoals mogelijke overheidssubsidies en technische haalbaarheid. Maar het terugdringen van de overlast noemt hij een van de belangrijkste zaken.

De discussie over de overlast werd afgelopen week op scherp gezet na een rapport van het RIVM. Daaruit bleek dat met name in Wijk aan Zee te hoge concentraties lood voorkomen. Dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid van buitenspelende kinderen die met het lood in aanraking komen. De Noord-Hollandse gedeputeerde Jeroen Olthof (PvdA) vroeg zich in een eerste reactie af of staalindustrie in de regio wel kon blijven bestaan.

Van den Berg zegt ook dat het RIVM-rapport „zwaarder” was dan verwacht. Volgens de topman is het de bedoeling dat de uitstoot van schadelijke stoffen de komende jaren daalt door investeringen in bijvoorbeeld filters. Tegelijkertijd blijft hij erbij dat het onmogelijk is de uitstoot helemaal op nul te krijgen.

Interview Hans van den Berg E4-5