Reportage

Op de architectuurbiënnale in Venetië klinkt de oproep tot revolutie

Architectuurbiënnale 2021 Venetië ‘How will we live together?’ is het thema op de 17de architectuurbiënnale in Venetië. Slechts weinig landen proberen op deze vraag in hun inzendingen antwoord te geven. Nederland volstaat met een wedervraag: wie zijn wij?

Bijenkorfarchitectuur (The Gate) van Studio Libertiny
Bijenkorfarchitectuur (The Gate) van Studio Libertiny

‘Zonder huizen voor iedereen sterft Venetië’ staat er, in het Italiaans, op een huismuur in de Venetiaanse wijk Dorsoduro. Vermoedelijk is de noodkreet geschreven door een jonge Venetiaan voor wie het wonen in zijn stad onbetaalbaar is geworden. De bevolking van de stad mag dan van zo’n 175.000 inwoners in 1950 zijn gedaald tot 40.000 nu, de huizenprijzen zijn vooral de afgelopen twee decennia hard gestegen. De vierkante-meterprijs van woningen is er nu niet veel lager dan die in Amsterdam. Het einde van de ontvolking is dan ook nog niet in zicht in Venetië, dat nu, net als voor de coronatijd, weer onder de voet wordt gelopen door miljoenen toeristen.

Niet alleen Venetië, waar nu de met een jaar uitgestelde 17de architectuurbiënnale is te zien, maar overal in de wereld zijn populaire steden als San Francisco, Amsterdam, Hongkong en Sydney getroffen door wat de Amerikaanse stadsgeograaf Richard Florida de new urban crisis noemt. In het begin van de 21ste eeuw werd Florida beroemd met zijn The Rise of the Creative Class, waarin hij steden een bloeitijd voorspelde door het ontstaan van een nieuwe ‘creatieve klasse’. De leden van deze klasse waartoe hij ook bankiers en advocaten rekent, zijn immers verzot op het wonen in loftappartementen in oude pakhuizen, zo wist Florida, die met zijn theorie de goeroe werd van burgemeesters en wethouders die hun stad wilden opwaarderen.

Het door robots vervaardigde ‘Maison Fibre Foto Andrea Avezzu/La Biennale di Venezia

Maar in de praktijk liep het anders. In 2017 bekende Florida in The New Urban Crisis dat hij zich deerlijk had vergist. Hoogopgeleide creatievelingen hebben juist een belangrijke rol gespeeld in de ‘nieuwe stedelijke crisis’ die steden nu overal op de wereld teistert, moest hij vaststellen. Niet alleen laten creatievelingen vervallen steden als Detroit links liggen, maar ook hebben ze samen met grote en kleine beleggers veel steden onbetaalbaar gemaakt voor bewoners met midden- en lage inkomens. Hierdoor raken steden ook in Nederland, eens wereldberoemd om zijn sociale woningbouw, gesegregeerd en veranderen ze in rap tempo in ‘lappendekensteden’ waar de verschillende bevolkingsgroepen in hun eigen stadsdelen wonen, met grote verschillen in welvaart en voorzieningen.

Onbegrijpelijk

Je zou denken dat de wereldwijde stedelijke crisis op de 17de architectuurbiënnale in Venetië overal opduikt in de 62 landenpaviljoens en de grote tentoonstellingshallen op en bij het biënnaleterrein. Het thema dat de artistiek directeur van de 17de Biënnale, de Libanese architect Hashim Sarkis (1964), heeft verzonnen is tenslotte: How will we live together? Maar vreemd genoeg hebben slechts enkele landen inzendingen ingestuurd waarin de urban crisis zijdelings aan de orde komt. Zo staan in het Britse paviljoen een aantal nogal knullige installaties die onder de titel The Garden of Privatised Delights laten zien hoe bijvoorbeeld de goede oude pubs, waarvan er in de coronatijd 2.500 sneuvelden, weer aantrekkelijke public houses kunnen worden waar het niet alleen gaat om drinken. De Scandinavische landen (Zweden, Noorwegen, Finland) hebben Sarkis’ vraag heel letterlijk genomen en laten in hun prachtige paviljoen met onder meer films zien hoe woongroepen in Scandinavië huizen bouwen met gemeenschappelijke voorzieningen. De nieuwe collectivistische huizen worden gepresenteerd als een probaat middel tegen segregatie en eenzaamheid.

In het Nederlandse paviljoen staat een bouwsel dat nog het meest lijkt op een doolhofje

De Verenigde Staten doen zelfs alsof het samenleven in de gesegregeerde Amerikaanse steden geen probleem is. Voor hun neoklassieke paviljoen staat een enorme houten stellage, die de ode aan de houtskeletbouw in de Amerikaanse suburbs binnen aankondigt. ‘De belangrijkste bijdrage van Amerika aan de wereldarchitectuur’ noemen de tentoonstellingsmakers de houtskeletbouw chauvinistisch, alsof er in landen als Nieuw-Zeeland niet ook al eeuwenlang op soortgelijke wijze huizen worden gebouwd. En aangezien 90 procent van de Amerikanen woont in een huis met een houten skelet, vinden ze de ‘constructies van zacht hout’ ook nog eens ‘buitengewoon egalitair’.

Bijna net zo armzalig als de Amerikaanse is de Nederlandse inzending, met bijdragen van kunstenaar Debra Solomon en architect Afaina de Jong, die onlangs de tentoonstelling Slavernij in het Rijksmuseum in Amsterdam heeft vormgegeven. In het Nederlandse paviljoen van Gerrit Rietveld staat nu een bouwsel dat nog het meest lijkt op een doolhofje met wanden van stof die is bedrukt met zwarte strepen, cirkels en andere geometrische vormen. Op beeldschermen aan de muren worden video’s vertoond, waaronder Multispecies Urbanism van Solomon. Hierin worden beelden van onder meer een zogenaamd ‘food forest’ in Amsterdam-Zuidoost afgewisseld met tips voor ecologisch tuinieren en algemene opmerkingen en vragen als: ‘What are some of the properties that make a place ugly?’.

Het Amerikaanse paviljoen Foto Francesco Galli

Vooral de betekenis van het constructivistische doolhofje dat het grootste deel van het Nederlandse paviljoen inneemt, is een raadsel dat niet wordt opgelost door de inleiding bij de ingang. Die maakt wel duidelijk dat het Nieuwe Instituut, dat de inzending heeft verzorgd, Sarkis’ vraag ‘hoe zullen we samenleven’ beantwoordt met een wedervraag: ‘wie zijn wij?’ Het doolhof en de video’s moeten de bezoekers ervan overtuigen dat ‘wij’ niet alleen alle mensen zijn maar ook ‘non-humans’ als grond, planten, dieren en zelfs microben. Die moeten allemaal een plaats krijgen in een ‘polyfone’ en ‘pluralistische’ stedenbouw ‘die vrij is van de dominante structuren die ruimtes definiëren’.

Lees ook: Niet alleen prostitués werken vanuit bed

De brede opvatting over ‘wij’ waarvoor wordt gepleit in de Nederlandse inzending, speelt ook een rol in de bijdragen aan de tentoonstelling As one Planet in de centrale expositiehal op het Biënnale-terrein. Hier wordt het begrip ‘architectuur’ tot het uiterste opgerekt in een groot aantal plannen en ontwerpen die in het teken staan van de klimaatcrisis en die zeeën, bergen en in enkele gevallen de hele aarde en zelfs de buitenaardse ruimte betreffen. Maar hoe hemelbestormend de plannen ook zijn, een geslaagde expositie vormen ze niet. Veel presentaties zijn niet veel meer dan opgehangen boeken en zijn zo breed en vaag dat ze even ondoorgrondelijk zijn als het doolhof in het Nederlandse paviljoen.

Stervend Venetië

De 17de architectuurbiënnale van Venetië wordt gered door de lange reeks tentoonstellingen met titels als As New Households in de oneindig lijkende hallen van het Arsenale. Hier is de architectuur weer geland op aarde. En hoewel artistiek directeur Sarkis vooral niet-westerse architecten en onbekende architectencollectieven om bijdragen heeft gevraagd en grote namen als Bjarke Ingels opvallend afwezig zijn op de biënnale, duiken er op de monstertentoonstelling steeds mooie verrassingen op. Zo presenteert de in Nederland werkzame Slowaakse ontwerper Tomás Libertiny ‘bijenkorfarchitectuur’, organische bouwsels van was die hij met hulp van duizenden bijen heeft gemaakt. Bijen zijn volgens Libertiny slimme ingenieurs, die lichte constructies van natuurlijke materialen kunnen maken.

Ook het door een Europees collectief ontworpen Maison Fibre, het eerste huis op ware schaal dat geheel uit koolstof- en glasvezels is gemaakt, staat te pronken in het Arsenale. Echt bewoonbaar is het door robots vervaardigde Maison Fibre overigens niet, het oogt als een geheimzinnige sculptuur die ruimtereizigers van een verre planeet in Venetië hebben achtergelaten.

Het Nederlandse paviljoen Foto Francesco Galli

Hier en daar komt in het Arsenale zelfs de stedelijke crisis aan de orde. Zo roept het in Nederland werkzame Mexicaans-Italiaanse drietal ontwerpers dat zich Cohabitation Strategies noemt in How to begin Again op tot revolutie. De wereldwijde stedelijke crisis is het gevolg van het kapitalisme, betogen de drie met een houten staketsel dat is behangen met affiches. Hierop staan niet alleen strijdkreten en adviezen als ‘Geef soevereiniteit aan alle levende wezens’, maar ook de koppen van oude communistische helden als Marx, Engels en Rosa Luxemburg.

Bijna aan het einde van de tentoonstelling ligt Venetië op sterven. In een van de laatste ruimtes van het Arsenale bevindt zich de installatie City to Dust, van Studio LA (Arna Mackic en Lorien Beijaert) en Baukje Trenning. Deze bestaat uit breekbare rood-bruine keramische platen die in de vorm van de plattegrond van Venetië in een terrazzovloer zijn gelegd. Toen de 17de architectuurbiënalle in mei eindelijk voorzichtig openging, waren Dorsoduro en de vijf andere Venetiaanse eilanden nog gaaf. Maar nu een groot aantal Biënnalebezoekers door het Arsenale heeft gelopen, is de plattegrond versplinterd onder hun voeten. Over tweeëneenhalve maand, als de biënnale sluit, zal Venetië verpulverd zijn.

Biennale di Architettura 2021. T/m 21 nov. in Venetië. Inl: www.labiennale.org/en/architettura/2021