Ook pensioenbelegger APG gaat nu ‘passief beleggen’. Wat is dat, en waarom kiest het daarvoor?

Aandelenmarkten Veel pensioenbeleggers deden het al, nu gaat ook APG een deel van zijn geld passief beleggen. Daarmee kan het kosten besparen.

Beursplein 5, zetel van de Amsterdamse effectenbeurs.
Beursplein 5, zetel van de Amsterdamse effectenbeurs. Foto Ramon van Flymen / ANP

Het is een opmerkelijke stap voor APG. De grootste pensioenbelegger van Nederland staat bekend als een actieve belegger, die de te kopen en verkopen aandelen nauwkeurig uitkiest. Maar nu gaat de pensioenuitvoerder – die het geld beheert van ambtenaren, onderwijzers en bouwvakkers – ruim 1 miljard euro passief beleggen, kondigde het woensdag aan. Dat geld wordt gestoken in een mandje aandelen van over de hele wereld die samen een goede afspiegeling vormen van de internationale aandelenmarkten.

Veel pensioenfondsen zijn allang passieve beleggers, maar APG is groot voorstander van het actief beheren van zijn aandelenportefeuille. Nog steeds, zegt APG-bestuurslid Ronald Wuijster, verantwoordelijk voor het vermogensbeheer. „Wij zijn ervan overtuigd en hebben in het verleden laten zien dat we rendement kunnen toevoegen door actief te beleggen.”

Toch gaat APG nu deels overstag, onder druk van een aantal klanten: de pensioenfondsen waarvan zij het geld beleggen. Voorlopig gaat het om een klein deel van de portefeuille: ongeveer 1 van de ongeveer 600 miljard euro die APG beheert, gaat bestaan uit indexvolgende beleggingen. Pensioenfonds Bouw is vooralsnog de belangrijkste afnemer.

Hoewel de beleggingen passief zijn, hebben pensioenfondsen nog wel iets te kiezen. APG heeft zelf vijf verschillende indices ontwikkeld, samen met vermogensbeheerder BlackRock en indexbouwer Qontigo. Elk met hun eigen criteria op het gebied van duurzaamheid en verantwoordelijk beleggen.

Actief beleggen is duur en tijdrovend. Bovendien is ‘de markt verslaan’ moeilijk

Het begint met één breed samengesteld aandelenmandje, zegt Wuijster. „Daar voegen we in vijf verschillende lagen duurzaamheidsaspecten aan toe.” Hoe meer je daarvan toevoegt, hoe minder de index gaat lijken op de gemiddelde marktontwikkeling. „Maar daar corrigeren we voor, zodat het resultaat in lijn blijft met de brede index waar het mee begon.”

Kosten besparen

Een van de redenen dat APG’s klanten om deze vorm van indexbeleggen vragen, is om kosten te besparen, zegt Wuijster. „Dat zal ik niet onder stoelen of banken schuiven.” Zo schreef het pensioenfonds voor de bouw in zijn laatste jaarverslag dat het zich ten doel stelt om de uitvoeringskosten – nu 97 euro per deelnemer per jaar – in vier jaar tijd substantieel te verlagen.

Volgens Rob Bauer, hoogleraar institutionele beleggers aan de Universiteit Maastricht en adviseur van pensioenfondsen, is dat een logische wens. Actief beleggen is arbeidsintensief en daardoor duur, zegt hij. Je verdient dat geld pas terug als je veel beter kunt beleggen dan anderen. „Bovendien laat de economische literatuur zien”, zegt Bauer, „dat het verrekte moeilijk is om langdurig betere beleggingsresultaten te behalen dan het gemiddelde van de markt.”

Bauer vindt het verstandiger als institutionele beleggers hun tijd en energie zouden steken in andere soorten beleggingen dan aandelen. Bijvoorbeeld in vastgoed, infrastructuur en private investeringsmaatschappijen.

Wuijster erkent dat actief beleggen gemiddeld genomen minder lucratief is. „Maar dat neemt niet weg dat de betere actieve beleggers het wél langdurig beter kunnen doen.” En dat doet APG, zegt hij.

Over een periode van vele tientallen jaren was het beleggingsresultaat van de pensioenbelegger op jaarbasis zo’n 1 procentpunt hoger dan het marktgemiddelde, volgens Wuijster. Al voegt hij eraan toe dat er veel verschillende manieren zijn om dit te meten.

Meer invloed

Een andere reden voor APG om vooral actief te blijven beleggen is volgens Wuijster dat je op die manier meer invloed kunt uitoefenen op bedrijven, bijvoorbeeld om hen te laten verduurzamen. „Een echt actieve belegger kan duidelijker met het management praten en eventueel zeggen: als dit niet gebeurt, bouwen we onze positie af.”

Hoewel pensioenfondsen al jaren bezig zijn met het onderwerp duurzaam en verantwoord beleggen, is de druk vanuit werknemers, verenigd in actiegroepen, de laatste maanden sterk toegenomen, onder meer om fossiele bedrijven uit te sluiten.

Lees ook: Pensioenfonds zet Shell onder druk en eist vergroening

Vorige week maakte metaalfonds PME als eerste grote pensioenfonds bekend volledig uit fossiele energie te stappen, kort nadat pensioenfonds Horeca en Catering, een middelgroot fonds, dezelfde beslissing nam. Veel andere fondsen zeggen dat ze in gesprek willen blijven met fossiele energiebedrijven, of dat ze hun positie langzamer willen afbouwen.

Volgens Bauer kunnen passieve beleggers nog prima invloed uitoefenen op bedrijven. Ze hebben immers, als ze groot genoeg zijn, stemrecht op de aandeelhoudersvergadering. „Dan kun je alsnog tegen Shell zeggen: dít moet anders. Als klein fonds heb je misschien niet veel invloed, maar als je samenwerkt met andere beleggers wel.”