Opinie

Het is niet de tijd om de staalsector vaarwel te zeggen

TATA STEEL

Commentaar

Het sloeg vorige week donderdag in als een bom, het rapport van het RIVM waaruit bleek dat de concentraties van lood en sommige andere gevaarlijke stoffen in de omgeving van Tata Steel riskant kunnen zijn voor de gezondheid van kinderen. Het rapport komt na andere zorgen voor de volksgezondheid. En dáár weer bovenop komt de ongerustheid over de uitstoot van kooldioxide: het concern neemt maar liefst 7 procent van het nationale totaal voor zijn rekening.

De roep om het concern te kortwieken of zelfs te sluiten wordt dan ook luider. Maar zo simpel is dat niet. Allereerst kunnen politiek of openbaar bestuur moeilijk een vuist maken tegen een private onderneming die zich grotendeels aan alle voorschriften houdt en soms zelfs méér doet dan dat. Het bedrijf kan moeilijk worden onderworpen aan regels en normen die strikter zijn dan in de EU is afgesproken – dat zou tegen het principe van eerlijke concurrentie ingaan.

De verhouding tussen Hoogovens, het Nederlandse deel van het Indiase Tata-concern waar het hier om gaat, en de samenleving is altijd complex geweest. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog weerspiegelde de oprichting de hang naar zelfvoorziening, die de wereld in haar greep kreeg. Na een technologische en globaliseringsgolf die vergelijkbaar zijn met die in de afgelopen kwart eeuw, zag de wereld er destijds opeens anders uit. Het zou tot begin jaren negentig van de twintigste eeuw duren voor de globalisering weer op het peil was van vóór 1914.

Hoogovens zorgde voor werkgelegenheid en vervulde ook een strategische functie: het op eigen bodem maken van ijzer en staal. Daar tegenover stond een regelmatig haperende rentabiliteit en een moeilijke wereldmarkt, die het bedrijf na reorganisaties en fusies uiteindelijk in Indiaas eigenaarschap deden belanden.

In tegenstelling tot veel andere Europese staalbedrijven is Hoogovens geen tot op het bot verdedigde industriële mammoet geworden. Het is juist uitgegroeid tot een hoogwaardig en innovatief concern. Dat het moeilijk past in de huidige tijdgeest is begrijpelijk. Er is meer bekend over de schade die vervuiling aanricht, de uitstoot van CO2 verhoudt zich moeilijk tot de klimaatdoelstellingen. Tegelijk is er ook behoefte aan ijzer en staal. Het zou hypocriet zijn de bijbehorende CO2-uitstoot elders maar te laten plaatsvinden.

Beter is het om het concern, in welke eigendomsverhouding dan ook, te laten doen waar het zich al heeft bewezen: het vinden van innovatieve oplossingen. Dat geldt voor de uitstoot van broeikasgassen, en misschien nog wel meer voor die van vervuilende stoffen. Daar valt zeer veel te winnen, of dat nu gaat via het opslaan van broeikasgas of – misschien wel beter – de overgang op waterstof als brandstof.

In zekere zin lijkt de tijd van nu op die tijdens de oprichting van Hoogovens. Want het is nog maar de vraag of in de wereld van vandaag, globalisering en onderlinge afhankelijkheid de norm blijft. Productielijnen worden korter, de wereld zelf gevaarlijker en onvoorspelbaarder. De Amerikaanse veiligheidsparaplu is niet zo vanzelfsprekend meer. China wordt assertiever – en wellicht ook agressiever. Zoals 1918 een geschikte tijd was voor een eigen staalindustrie, is 2021 niet het moment om deze vaarwel te zeggen. Dit is eerder het moment om te zorgen dat deze bedrijfstak, rendabel, veilig voor de omgeving en klimaatneutraal kan opereren. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Tata Steel in Wijk aan Zee verdient de kans, en steun, om te bewijzen dat het bedrijf die aankan.