Recensie

Recensie Muziek

Blomstedts legendarische uitvoering van Bruckner en Schubert mag je niet missen

Klassiek Op voorhand legendarisch was het, en historisch werd het. Met de Wiener Philharmoniker bracht dirigent Herbert Blomdstedt (94) een geweldige uitvoering van Bruckners ‘Vierde symfonie’ en Schuberts ‘Unvollendete’, de strijkers gonzend van eensgezinde klankschoonheid.

Herbert Blomstedt dirigeert het Wiener Philharmoniker.
Herbert Blomstedt dirigeert het Wiener Philharmoniker. Foto Milagro Elstak

Elke keer dat je de Zweedse dirigent Herbert Blomstedt (94) aan het werk ziet, zou je hem hetzelfde willen vragen. Hoe lukt het u de tijd stil te zetten? Niet alleen tijdens concerten slaagt hij daar (vaak) in, Blomstedt lijkt ook heer en meester over zijn eigen tijd. Hoe kun je zo ver in de negentig zijn, én nog op het allerhoogste niveau succesvol op het concertpodium? Antwoord: focus. Alleen muziek uitvoeren waar je echt van houdt. Geen tijd vermorsen aan bijzaken. En een dosis geluk, al zou Blomstedt – godsvruchtig – daar wellicht eerder een ge-woord als genade voor kiezen.

Terug naar muziek als vitaliteitselixer. Met de Wiener Philharmoniker maakt Blomstedt een nazomertourneetje. Tijdens een concert in Grafenegg werd hij eerder deze week even onwel – voorstelbaar na de intensiteit van een lange Bruckner. Maar in het Concertgebouw was dinsdag van vermoeidheid niets te merken.

De avond bood exact de extase waar zaaldirecteur Simon Reinink in een (uitzonderlijk) woordje vooraf op hintte: in die anderhalf jaar van talloze uitgestelde evenementen was het een concert als dit waar je naar verlangde: een geweldige, tot in detail uitgebalanceerde uitvoering door een orkest als de Wiener, met die klank die door geen ensemble is te evenaren (laat staan door een cd).

Het programma was Wienerisch pur sang, met Schuberts ‘Unvollendete’ symfonie en Bruckners ‘Vierde (Romantische) symfonie’. Met zijn zeventig jaar ervaring is Blomstedt een grootmeester in verticale en horizontale ordening. Voortdurend ben je overtuigd door de hiërarchie van het betoog, van welke stem de voorgrond krijgt. Constante: de schoonheid van het spel in alle geledingen. Alleen al dat dalende basloopje aan het begin van het Andante con moto (vanaf 16’07” op de registratie): alsof er een troostend warme reuzenhand op je hoofd wordt gelegd.

Wie in Bruckners ‘Vierde’ bedaagde mildheid had verwacht: niets daarvan. Langs erupties van overdonderende intensiteit leidde Blomstedt een uitvoering die vooral zal bijblijven door afwerking en de ongekende diepgang van de strijkersklank. Tedere melodieën, waarin de ‘Vierde’ uitmunt? Onder Blomstedt was het ondoenlijk onaangedaan te blijven door de altvioolsolo in het ‘Andante’. Het ‘Scherzo’ ademde zo’n swing dat één luisteraar op het podium zich (nooit eerder gezien) liet verleiden tot ritmische kniebuigingen aan de reling van de zaaltrap. In de finale zetten de contrabassen de toon met pizzicati voelbaar tot in de ruggengraat. Het predicaat „niet te missen” was volledig van toepassing. Over terugkomst van Blomstedt naar het Concertgebouw ligt nog niks vast, maar ze „hopen het van harte”.