Oude garde Taliban domineert regering

Afghanistan Van een inclusieve regering, zoals de Taliban beloofden, is geen sprake. Eén minister leidt zelfs een, in de ogen van de Verenigde Staten, terreurgroep.

Woordvoerder Zabihullah Mujahid tijdens een persconferentie in Kabul, waar de interim-regering van de Taliban wordt aangekondigd.
Woordvoerder Zabihullah Mujahid tijdens een persconferentie in Kabul, waar de interim-regering van de Taliban wordt aangekondigd. Foto Aamir Qureshi/AFP

Een week nadat de laatste Amerikaanse militair is vertrokken uit Afghanistan, hebben de Taliban dinsdag hun interim-kabinet gepresenteerd. Van een inclusieve, islamitische regering, zoals de beweging had beloofd, is geen sprake. Het voorlopige kabinet wordt gedomineerd door oude kopstukken van de Taliban. Dat de vorming van een regering zo lang op zich liet wachten, had volgens analisten te maken met interne verdeeldheid en de laatste verzetshaard in de Panjshir-vallei.

Hassan Akhund, een relatief onbekende Talibanleider die op een sanctielijst van de Verenigde Naties staat, wordt premier. Hij is een van de medeoprichters van de Taliban en stond de afgelopen twintig jaar aan het hoofd van de Rahbari Shura (leiderschapsraad). Zijn vicepremier wordt Abdul Ghani Baradar, ook een man van het eerste uur, die sinds zijn vrijlating uit een Pakistaanse cel aan het hoofd staat van de politieke afdeling en leiding gaf aan de onderhandelingen met de VS.

Compromis

Baradar werd eerder nog genoemd als mogelijke premier. De benoeming van Akhund wordt gezien als een compromis na berichten over rivaliteit tussen andere leiders. Het grootste meningsverschil zou gaan tussen de Rahbari Shura, in de Pakistaanse stad Quetta, die voornamelijk bestaat uit Pashtuns uit Zuid-Afghanistan, en het beruchte Haqqani-netwerk, dat wordt gedomineerd door Pashtuns uit Oost-Afghanistan. Zo’n 40 procent van de Afghaanse bevolking is Pashtun.

Hoewel de Taliban gesprekken voerden met politiek leiders buiten de beweging, zoals oud-premier Hamid Karzai en oud-minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Abdullah, lijken zij geen deel uit te maken van de nieuwe regering. Dit was wel een belangrijke eis van de internationale gemeenschap. Wat hiervan de gevolgen zijn voor de relaties met de rest van de wereld, waaronder eventuele humanitaire hulpoperaties, is nog onduidelijk.

Lees ook: Contouren van Talibanbewind: sharia, geen democratie

Haqqani-netwerk

Na de aankondiging van het kabinet riepen de Taliban Afghanistan uit tot een islamitisch emiraat. „We willen sterke en gezonde relaties met onze buren en andere landen, gebaseerd op wederzijds respect en interactie”, aldus een Engelstalige verklaring, die werd toegeschreven aan opperste leider Haibatullah Akhundzad. Hij beloofde internationale wetten en verdragen te respecteren, zolang ze niet in strijd zijn met het islamitisch recht.

Akhundzada blijft zelf buiten de nieuwe regering, maar zijn plaatsvervangers krijgen wel belangrijke posities. Sarajuddin Haqqani, de leider van het zeer radicale Haqqani-netwerk, die door de Verenigde Staten wordt beschouwd als een terreurgroep, is benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken. En de zoon van de in 2013 overleden Talibanoprichter Mullah Omar, Mawlavi Yaqoob, die het bevel voerde over alle militaire operaties van de afgelopen jaren, wordt minister van Defensie.

De kabinetsbenoeming kwam enkele uren nadat de Taliban voor de tweede keer deze week op hardhandige wijze een einde hadden gemaakt aan een demonstratie in de hoofdstad Kabul. Betogers hadden zich verzameld bij de Pakistaanse ambassade omdat ze Islamabad ervan betichten de Taliban te hebben gesteund bij hun machtsovername. De Taliban claimden maandag de overwinning in de Panjshir-vallei.

Nu het verzet is gebroken, en er een interim-regering is gevormd, moeten de Taliban de overgang maken van een rebellenbeweging naar een landsbestuur. Ze hebben herhaaldelijk geprobeerd Afghanen gerust te stellen dat ze niet zullen terugkeren naar de wrede praktijken van de jaren 90. Maar de berichten over huiszoekingen en wraakacties tegen opponenten doen anders vermoeden.