Reportage

Buitenlandse studenten kunnen amper op kamers, ‘dat zou je bij Harvard of Yale niet zien’

Kamernood De kamernood onder buitenlandse studenten is weer groot. In Groningen helpt Shelter Our Students hen aan tijdelijk onderdak.

Buitenlandse studenten bivakkeren in een Groningse noodopvang.
Buitenlandse studenten bivakkeren in een Groningse noodopvang. Foto Reyer Boxem

‘We hebben gisteren hutspot gegeten. Ik leer hier veel over Nederland”, zegt Olusola Gbangbola (33) lachend. Zes dagen verblijft de masterstudent nu in een logeerkamer bij Anne-Margreet ten Berge, de Groningse vrouw die ervoor zorgde dat hij sinds zijn aankomst uit Nigeria een dak boven zijn hoofd heeft.

De twee werden aan elkaar gekoppeld via Shelter Our Students (SOS), een initiatief van acht studentenverenigingen. Groningers kunnen zich aanmelden als zij voor een kortere of langere periode een matras of bank beschikbaar hebben, een team vrijwilligers brengt een dakloze buitenlandse student met hen in contact.

Student Olusola Gbangbola verblijft tijdelijk bij Groningse Anne-Margreet ten Berge.

Foto Reyer Boxem

Het is bittere noodzaak. Volgens SOS-initiatiefnemer Marinus Jongman (23) werden tot dinsdag al 170 studenten gekoppeld, maar zijn er 632 aanmeldingen van buitenlandse studenten. Daarnaast bieden de gemeente en onderwijsinstellingen noodopvang aan in lege gebouwen, een hostel en hotels – goed voor inmiddels driehonderd, grotendeels bezette, bedden.

Weer fysieke colleges

De huisvestingsproblemen zijn terug van weggeweest. Na een jaar van online lessen gaat het hoger onderwijs weer over op fysieke colleges, dus moeten studenten in de buurt wonen om te studeren. Nederlandse studenten kunnen soms nog bij hun ouders blijven, maar voor buitenlandse studenten zit er niets anders op dan vlak voor het collegejaar een kamer te bemachtigen.

Bovendien blijft het totale aantal studenten toenemen, vooral aan universiteiten. De Vereniging van Universiteiten (VSNU) voorspelde voor de zomer een groei van 5 procent ten opzichte van vorig collegejaar, toen bij alle universiteiten samen 327.000 studenten stonden ingeschreven. Nu zouden dat er pakweg 344.000 worden, van wie 72.400 uit het buitenland. De Groningse universiteit, met vorig jaar 36.023 studenten, zag zelfs een stijging van 25 procent in het aantal vooraanmeldingen.

Er zijn meerdere oorzaken voor de groei. Zo kiezen buitenlandse studenten sinds de Brexit vaker voor de Engelstalige opleidingen in Nederland, nu studeren in het Verenigd Koninkrijk duurder is geworden. Ook groeit de wens in de maatschappij om een zo hoog mogelijk diploma te halen. Verder wordt vanuit de overheid geld verdeeld over de universiteiten op basis van hun studentenaantallen, dus zien zij zich genoodzaakt elk jaar meer studenten aan te trekken.

Volgens de meest recente ramingen van het ministerie van Onderwijs stijgt het aantal universitaire studenten de komende jaren verder naar 395.000 in 2027. Ook als de geplande 18.000 jongerenwoningen in studentensteden er allemaal komen, neemt het landelijke kamertekort volgens kenniscentrum studentenhuisvesting Kences in ‘luwe periodes’ toe van 22.000 naar 50.000 in het studiejaar 2024-2025. Aan het begin van een semester, als buitenlandse studenten arriveren en massaal op zoek zijn naar onderdak, kan dit zelfs nog hoger liggen, zegt Kences-directeur Jolan de Bie.

‘Geen internationals’

Aan tafel in de woonkamer van Ten Berge vertelt Gbangbola over zijn vergeefse zoektocht naar een kamer. Vijf maanden geleden begon hij vanuit Nigeria met reageren op advertenties, meestal zonder antwoord. Vorige week zondag zwierf hij een lange reis met zijn bagage door Groningen, om te ontdekken dat de noodopvanglocaties al vol zaten: „Ik was aan het piekeren wat ik moest doen, toen ik contact kreeg met SOS en ik hierheen kon.”

Gbangbola, wiens vrouw is achtergebleven in Nigeria, ergert zich aan de ‘geen internationals’-teksten bij oproepjes: „Ik wil graag de Nederlandse cultuur leren kennen zoals hier”, wijst hij naar het schaaltje ministroopwafels op tafel. „Maar dan moet ik wel die kans krijgen.” Hij koos bewust voor de studie Energy and Climate Law in Groningen: „Een universiteit in de top-100 van de internationale ranglijsten.” Het stelt hem teleur dat er niet genoeg woningen zijn voor alle studenten: „Dat zou je bij Harvard of Yale niet zien. Dit is slecht voor het imago van de universiteit en de stad.”

„Een sociaal drama”, noemt wethouder Roeland van der Schaaf (wonen, PvdA) de situatie. „Het is niet alleen erg wanneer mensen door de stad lopen met de vraag waar ze die nacht kunnen slapen, maar ook als ze wekenlang in onzekerheid in een noodopvang zitten.” Volgens hem zijn er niet meer studenten dan voor de zomer werd verwacht, maar komen er vooral weinig kamers vrij: „Dat komt doordat afgestudeerde studenten op hun beurt geen starterswoning kunnen vinden.”

Studenten protesteren voor de Rijksuniversiteit Groningen tegen de studentenhuisvestingcrisis in de stad.

Foto Reyer Boxem

Nieuwe woontorens

De gemeente probeert met nieuwe woontorens voor jongeren de wooncrisis te lijf te gaan. De afgelopen acht jaar werden 7.000 woningen opgeleverd, waarvan 1.500 tot 2.000 in de laatste twee jaar. In 2013 leek dat voldoende. „Maar tegen de groei van de onderwijsinstellingen valt niet op te bouwen”, verzucht de wethouder.

Volgens Van der Schaaf leeft bij hem en wethouders van andere studentensteden „het besef dat de groei van instellingen niet meer te behappen is”. Met hen wil hij aandringen op nieuwe wetgeving, waarbij onderwijsinstellingen niet meer studenten kunnen toelaten dan dat er kamers en studio’s beschikbaar zijn.

Voor Gbangbola komt zo’n wetswijziging te laat. De komende weken zet hij zijn zoektocht voort vanuit een van de noodopvanglocaties, waar een bed voor hem is vrijgekomen: „Ik ben Anne-Margreet dankbaar, maar gun haar ook haar privacy.”

„Of ik nog iemand anders zou willen opvangen? Olusola was erg vriendelijk en sociaal, dus ik heb een hele goede ervaring gehad”, zegt Ten Berge. „Ik heb het gedaan omdat ik me schaam voor de situatie. Maar als ik studenten blijf opvangen, hou ik het systeem in stand.”