Hans van den Berg, directievoorzitter van Tata Steel.

Foto Roger Cremers

Interview

Topman Tata Steel: ‘Nul uitstoot van schadelijke stoffen lukt niet, dat is een dilemma’

Hans van den Berg topman Tata Steel IJmuiden

Na het RIVM-rapport over schadelijke stoffen staat het bestaansrecht van Tata Steel in IJmuiden onder druk. Alles staat „op scherp”, zegt de topman. „Als ik een grijze wolk zie, denk ik: maar dat kan niet meer!”

Hans van den Berg was wel een beetje benieuwd of hij aangesproken zou worden. Maar toen hij vrijdagavond na een hectische week een „pizzaatje” ging eten in Wijk aan Zee, gebeurde er niks. Een dag ervoor was uit een RIVM-rapport gebleken dat ‘zijn’ fabriek, Tata Steel, zoveel schadelijke stoffen (lood en pak’s) uitstoot dat het gevaarlijk kan zijn voor spelende kinderen in de omliggende dorpen. En dan vooral in Wijk aan Zee.

Met de bewoners van het dorp heeft hij er nog niet over gesproken, vertelt Van den Berg op het hoofdkantoor. Hij is een local: werkt al dertig jaar in de fabriek en woont zelf in Beverwijk, dat ook zo’n beetje naast het fabrieksterrein ligt. Hij denkt de omwonenden wel een beetje te kennen. Hij wil pas met ze in gesprek, zegt hij, als hij „wat te vertellen” heeft. „Veel omwonenden zeggen: je kan wel weer komen luisteren, maar je weet het toch wel? Of niet dan? Laat actie zien.”

Hans van den Berg (1962) is directeur van de meest controversiële fabriek van Nederland. Dat was al maanden zo, maar de afgelopen dagen is er meer discussie dan ooit over Tata Steel IJmuiden (9.000 werknemers). Sinds het RIVM-rapport lijkt het bestaansrecht van de fabriek – tevens verantwoordelijk voor 7 procent van de nationale CO2-uitstoot – voor het eerst onder druk te staan. Na publicatie van het RIVM-rapport vroeg de Noord-Hollandse gedeputeerde Jeroen Olthof (PvdA) zich hardop af of er nog wel plaats is voor staalindustrie in de IJmond. Donderdag staat een debat in de Tweede Kamer over de fabriek op de planning.

Lees ook: Tata Steel: van industrietrots tot grote vervuiler

Wat was uw eerste gedachte, toen u het RIVM-rapport las?

„Het is zwaarder dan ik had verwacht. Het is echt een stevig rapport. Expliciet opgeschreven, het staat er zwart op wit. Dit is de nieuwe realiteit.”

De zorgen over wat Tata allemaal uitstoot, bestaan al jaren. Denkt u nu: we hadden sneller in actie moeten komen?

„Dat is een vraag die mij veel wordt gesteld. We hebben al heel veel gedaan. We hebben eind vorig jaar 300 miljoen vrijgemaakt om de overlast in de omgeving te beperken. Maar goed, al vóór de grafietregens in 2018 kregen we duizend klachten per jaar – dat zijn er drie per dag. Daar waren we aan gewend. Maar als ik terugkijk, denk ik: daar hadden we feller en eerder op moeten reageren.”

Er lag al een plan om de uitstoot van stof, waaronder lood en pak’s, in 2025 terug te brengen met 55 procent. Dat duurt nog jaren. Kunt u er niet bijvoorbeeld dit jaar nog iets aan doen?

„We doen wat we kunnen. We gaan filterinstallaties bouwen, maar die zijn gigantisch – dat kost tijd. Maar misschien zijn er wel sneller creatieve dingen te verzinnen. Twee jaar geleden heb ik de zorgen gezien over grafiet, huilende moeders. Toen hebben we afgesproken dat we iedere ochtend de speeltoestellen zouden schoonmaken. Dat konden we direct gaan doen.”

Met een reductie van 55 procent kunnen kinderen nog niet veilig buitenspelen. Kunt u de uitstoot terugbrengen naar nul?

„Nul gaan we het niet krijgen. En dat is een dilemma. Want het RIVM zegt: Nederlanders kríjgen al veel meer lood binnen dan gezond is, via voedsel. Dus alles wat extra is, is ongewenst. De maatschappij kan en mag verwachten dat we de invloed op de gezondheid absoluut minimaliseren. En dat we voortdurend aan het verbeteren zijn, sneller dan we tot nu toe gedaan hebben.”

Maar we moeten wel accepteren dat kinderen enig gezondheidsrisico blijven lopen, als ze hier opgroeien?

„Nee, dat moeten we niet accepteren. Kinderen moeten veilig kunnen buitenspelen.”

Maar eigenlijk zegt u: dat is onmogelijk.

„We moeten daar zo dicht mogelijk in de buurt komen.”

Politici vragen zich openlijk af of Tata Steel op deze plek wel moet blijven.

„Ja, het staat op scherp. Wij kunnen ons als bedrijf niet vaak genoeg realiseren dat dat zo is. Ik sta er absoluut niet zo in van: die grote Goliath, die draait wel door.”

Hebt u het gevoel dat Tata Steel in z’n bestaansrecht wordt bedreigd?

„Nee, ik wil niet in die termen denken. Er is maar één optie voor de toekomst. Op groene wijze staal produceren in een schone omgeving. Dat staal maken we niet voor niets. Alles is op staal gebouwd, zonder stort de hele zaak in elkaar. De energietransitie is ook gebaseerd op staal, denk aan windmolens.”

Er is niet bepaald een staaltekort geweest de afgelopen jaren. Waarom moet het per se hier gemaakt worden?

„Wij maken topkwaliteit staal. Dat kunnen anderen ook wel maken, maar zulk staal is helemaal niet zo overvloedig, hoor. En ik vind ook niet dat je als land je problemen moet exporteren.”

Er zijn wel plekken in de wereld denkbaar die minder dichtbevolkt zijn.

„Moeten we het dan daar de natuur in jagen? Wij kunnen nu juist vanuit deze positie, waarin we onder druk staan, een topprestatie neerzetten op het gebied van staal maken. Omdat we móéten.”

Hans van den Berg, gepromoveerd natuurkundige, begon in de jaren negentig bij wat toen nog de Hoogovens waren en klom gestaag op binnen het bedrijf. Het grootste deel van zijn carrière was de fabriek de industrietrots van Nederland. In 2018, vertelt hij, vierden ze in die sfeer nog het honderdjarig bestaan. „We waren on top of the world. We hebben toen een heel attractiepark gebouwd, er waren duizenden mensen uitgenodigd, ook uit de omgeving.”

Een paar maanden later begon het imago te kantelen, toen ‘grafietregens’ mensen deed realiseren dat die grote belangrijke werkgever óók allerlei troep uitspuugt. Tegelijkertijd kwam het bedrijf ook onder vuur te liggen vanwege zijn immense CO2-uitstoot.

Van de grandeur is weinig over. De overgang is lastig, geeft Van den Berg toe. „Dat merkten we ook met het RIVM-rapport. Onze reflex is: kijk eens wat we allemaal al doen en welke maatregelen we nemen! Het voelt bijna onrechtvaardig. Terwijl de omgeving zegt: ja het is prachtig wat je doet, maar hier heb je een rapport en hier is de overlast en dat is wat jullie doen.”

Lees ook: Hoe de relatie tussen Tata en omwoners drastisch veranderde: van trots naar afschuw

Is uw eigen kijk op het bedrijf veranderd de afgelopen jaren?

„Ik denk dat… hoe zal ik dat nou eens formuleren.” Van den Berg kijkt uit het raam en denkt even na. „Laten we zeggen: hoe we er bij de fabriek naar keken, wat we normaal vonden of acceptabel, dat is in rap tempo aan het veranderen. Als ik in IJmuiden ben en ik zie een grijze wolk, dan denk ik: ja maar dat kan niet meer! Dat kan niet meer!”

Gaat het personeel daar ook in mee?

„Ik denk dat we daar wel de slag aan het maken zijn. Maar ze vinden het ook lastig. Die lezen sociale media, en de kritiek en die reageren daarop. Zij zeggen: ja maar alle klachten, dat is allemaal import. Dat zijn geen echte Wijk aan Zee’ers. Maar ja, of je nou vanuit Amsterdam hier komt wonen of er al dertig jaar woont, je hebt dezelfde rechten. En er zijn ook oude Wijk aan Zee’ers die denken: wacht even, wat betekent het nu allemaal precies die fabriek?”

Behalve minder schadelijke stoffen uitstoten in de omgeving, moet Tata Steel dus ook groener: de CO2-uitstoot moet omlaag. Een ding is duidelijk: uiteindelijk zullen de steenkolen die nu worden gebruikt om staal te maken, vervangen worden door waterstof, zodra daar voldoende van beschikbaar is. Over de route daarnaartoe, woedt al lange tijd discussie.

Route één is deze: voorlopig staal blijven maken met steenkool en CO2 opslaan onder de Noordzee, en dan op termijn overstappen op waterstof – deze optie had steeds de voorkeur van de directie. Route twee: direct omschakelen naar de nieuwe manier van staal maken, en zolang er niet genoeg waterstof is, gebruik maken van aardgas. Dit is de favoriet van de lokale FNV en sommige politici. Bij deze tweede optie neemt ook de overlast voor de omgeving sneller af, maar volgens de eerste resultaten van een haalbaarheidsstudie daalt de CO2-uitstoot dan wel minder snel.

In hoeverre weegt de omgeving mee in de afweging tussen de twee opties?

„Dat gaat een hele zware rol spelen. We gaan verschillende opties langs de meetlat van de omgeving leggen.”

Dan is er maar een optie toch, als dat heel zwaarwegend is?

Van den Berg blijft stil.

U kijkt veelbetekenend.

„We laten de twee grote routes onderzoeken. De route zonder CO2-opslag is in een keer een grote stap voorwaarts.”

Welk idee trekt u meeste aan?

„Het in één keer goed doen is natuurlijk een hele aantrekkelijke optie. Maar alle andere dingen moeten ook kloppen. Het moet technisch haalbaar zijn. Het moet snel kunnen. De hoeveelheid CO2 die we reduceren is van belang. En het hele omgevings- en gezondheidsdossier. Voor CO2 afvangen bestaat bovendien een subsidieregeling, en voor de tweede route niet. Dat speelt een rol, want het gaat over verschrikkelijk veel geld – meer dan een paar honderd miljoen. Maar als aan een aantal andere dingen is voldaan, dan heeft de tweede route voorkeur.”

U suggereert dat de overheid moet helpen bij de vergroening. Waarom zou dat logisch zijn?

„Ik vind het niet logisch. Je zal daar een verhaal bij moeten hebben. Maar als je kijkt naar de overgang die wij moeten maken, zo groot en zo snel, dat is geen geleidelijk proces. Daar is geen business case voor te maken. We maken in Nederland niet genoeg winst om die overgang te maken.” De fabriek maakt gemiddeld rond de 300 miljoen euro winst per jaar, bij een omzet van zo’n 5 miljard.

Wat verwacht u van het debat in Den Haag donderdag?

„Ik hoop toch dat er een sfeer is van support voor bedrijf. En toch ook wel, hoe lastig ook, dat er vertrouwen is dat we het kunnen oplossen en dat gaan doen.”