Rutte probeert ijzige sfeer weg te lachen

Debat Rutte wilde niet reageren op Kaags uithaal in haar lezing. Zij vindt dat ze niets nieuws heeft gezegd. Maar de twee keken elkaar niet aan.

Debat over de formatie. Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA)
Debat over de formatie. Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA) Foto David van Dam

Al bijna twee uur zijn Mark Rutte en Sigrid Kaag dicht bij elkaar, in de grote debatzaal van de Tweede Kamer: eerst staat Rutte achter het spreekgestoelte en zit Kaag tegenover hem in de D66-bankjes. Daarna is Kaag aan het woord en zit Rutte bij de andere VVD’ers. Veel meer dan tien meter zit er niet tussen. Het debat gaat over de vastgelopen formatie, zes maanden na de Tweede Kamerverkiezingen.

Dan zegt Caroline van der Plas van BBB: „Ik wil dat u elkaar in de ogen kijkt en dan wil ik horen dat u elkaar vertrouwt.”

Maar Sigrid Kaag, die de avond ervoor in de HJ Schoo-lezing naar Rutte verwees als iemand die politiek ritselt en geen visie heeft, vindt dat „niet nodig”. Wat ze had gezegd, was volgens haar „niets nieuws”, ze noemt het „verbazingwekkend” dat het „een nieuwsfeit” werd.

Niet nodig?

Lees ook:De escalatie van Kaag is tactisch en persoonlijk

Dat klonk alsof er niet veel aan de hand was. Maar in de zaal kon het niemand ontgaan: de omgang tussen de leiders van de twee grootste partijen van Nederland was ijzig. Rutte en Kaag keken elkaar niet aan.

Aan het begin van het debat had Rutte al gezegd dat hij niet zou reageren op de HJ Schoo-lezing en „de opmerkingen aan mij gericht”, want „elke seconde en elke minuut” die hij daaraan besteedde, kon hij niet gebruiken om zijn best te doen voor een nieuw kabinet.

In het debat draait Rutte zich vaak lachend om naar VVD’er Sophie Hermans

Gaaf land

Ook van hem hadden de andere fractievoorzitters willen weten of hij Kaag nog vertrouwde. Rutte zei: „Het is niet het plan om mevrouw Kaag ten huwelijk te vragen.” Dat zou, zei hij ook, „tot allerlei problemen leiden, want mevrouw Kaag is al getrouwd”. Hij was overduidelijk van plan om vrolijk te doen. Tegen Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren praatte hij lang over wat er volgens hem allemaal goed was gegaan de afgelopen jaren. „Ik zou bijna zeggen: we leven in een gaaf land.”

Kaag had in haar lezing gezegd dat er „lessen te leren” waren over „medemenselijkheid, betrouwbaarheid, openheid en effectief bestuur” en dat dat ook gold voor mensen die „het hardst roepen hoe onwijs gaaf ons ‘landje’ toch wel is”. Zoals, hoorde iedereen haar zeggen, Mark Rutte.

In het debat draaide hij zich vaak lachend om naar VVD’er Sophie Hermans, achter hem. Na de dinerpauze ging hij in zijn stoel zitten, keek naar CDA-leider Wopke Hoekstra aan zijn linkerkant en zei: „Goedenavond, en nu moet ík iets zeggen over visie.”

En net voordat Hoekstra naar het spreekgestoelte liep, zei Rutte: „Dan nu een mooie toespraak over nieuw leiderschap.”

Vanuit het kabinetsvak kon Mariëtte Hamer, nog heel even informateur, zien hoe er nog niets terechtkwam van een van haar belangrijkste aanbevelingen: probeer de onderlinge verhoudingen te verbeteren en blijf niet boos op elkaar. Hoe langer het debat duurde, hoe meer collega’s Rutte aan het lachen kreeg – óók Sylvana Simons van BIJ1 en Jesse Klaver van GroenLinks. Maar Kaag, die aan zijn rechterkant zat, keek strak de andere kant op.

Kaag leek het niet eens te zijn met Hamers conclusie over de enig overgebleven optie die de volgende informateur zou moeten onderzoeken: een minderheidskabinet. Ze zei dat het nog steeds mogelijk moest zijn om „vanuit de zes” tot een kabinet te komen dat wel een meerderheid heeft in de Tweede Kamer: weer met VVD, D66, CDA, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie.

Klaver in zijn eentje

Gert-Jan Segers van de ChristenUnie kon het nauwelijks geloven. Hamer had er lang over gedaan, en die had toch álles onderzocht? In het kabinetsvak zat Hamer te knikken: alles. Rutte kwam nog zeggen dat het misschien kon, maar dan alleen „als Klaver in zijn eentje komt aanlopen”, en de PvdA dus zou loslaten, of als D66 de „blokkade” opgaf tegen de ChristenUnie.

Hoekstra vond wel dat moest worden onderzocht of er een minderheidskabinet kon komen. Daar zaten „grote nadelen” aan, vond hij. „Maar gegeven het groeiend ongeduld en het groeiende onbegrip vinden wij dat we op deze manier verder moeten.”

In de Tweede Kamer was het bij de andere partijen de hele dag gegaan over Kaags uithaal naar Rutte. Wat was haar doel? Wilde ze voor elkaar krijgen dat de VVD toch met GroenLinks én de PvdA ging onderhandelen? Of was ze uit op nieuwe verkiezingen? Rutte zei in het debat dat hij daar „geen voorstander” van was. Het zou „falen” betekenen van alle 150 Kamerleden.

Lees hier het liveblog van het formatiedebat

Het is nu eerst nog aan oud-VVD-minister Johan Remkes. De motie die hem aan het werk zet als informateur werd dinsdagavond aangenomen. En het lijkt wel zeker waar hij mee zal beginnen: kijken of het tussen Rutte en Kaag nog wat kan worden.