Nabestaanden herdenken in november 2020 de aanslag op concertzaal Bataclan, vijf jaar eerder.

Foto Francois Mori/AP

Interview

Zes jaar later nog steeds wakker worden met angstaanvallen – proces Bataclan begint

Jean Reinhart advocaat De 111 overlevenden en nabestaanden van de aanslagen in Parijs worden vertegenwoordigd door Jean Reinhart. Zijn eigen neef werd doodgeschoten in de Bataclan.

Een advocatentoga past niet helemaal bij een concert van de Eagles of Death Metal. Maar de 26-jarige Valentin Ribet kwam die dag rechtstreeks van zijn werk op een internationaal advocatenkantoor. Hij gaf zijn toga af aan de vestiaire van de Bataclan, waar hij had afgesproken met zijn vriendin Eva, eveneens advocate.

Bijna zes jaar later herinnert Ribets oom en peetvader Jean Reinhart zich hoe hij zich daags nadien toegang wist te verschaffen tot de concertzaal dankzij zijn eigen contacten als advocaat. „Het was afschuwelijk, maar ik had het gevoel dat ik het gezien moest hebben om het te kunnen verwerken”, zegt Reinhart in zijn kantoor aan de Avenue Kléber, met uitzicht op de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe.

Op het proces dat woensdag begint, vertegenwoordigt Reinhart de slachtoffervereniging 13onze15 (13elf15) en zijn eigen neef. Maar Valentin was meer dan een neef, vertelt Reinhart. „Mijn zus en haar man werkten allebei voltijds, ik had zes kinderen en een vrouw die niet werkte. Dus Valentin was bij ons altijd kind aan huis. Toen bleek dat hij ook advocaat wilde worden, heeft hij bij mij stage gelopen. Wij waren maatjes.”

Lees ook Reconstructie Bataclan: zodra de agent schiet, ontploft het bomvest

Een jaar na de terreuraanval zal vriendin Eva bij de openbare omroep getuigen over die avond in de Bataclan. Hoe zij en Valentin allebei in de pit voor het podium liggen en zich voor dood houden terwijl de terroristen één voor één de concertgangers executeren. „In mijn herinnering duurt het ongelooflijk lang, zo lang dat ik wil dat het voorbij is, basta.”

Wanneer het hun beurt is krijgen Eva en Valentin allebei een kogel in de rug. Eva overleeft het. „Valentins ogen zijn open, hij staart naar het plafond, hij beweegt niet meer. Ik wil hem niet achterlaten, maar ik besef dat ik geen andere keuze heb.” Hoewel ze afschuwelijk veel pijn heeft, trekt Eva zich overeind. „Ik zie dat er geschoten wordt op mensen die proberen weg te komen. Ik weet dat ik één kans op twee heb. Ik kan niet lopen, dus ik strompel. Ik glijd uit over bloedplassen. En dan sta ik plots buiten, alleen.”

Valentins toga, achtergebleven in de vestiaire van de Bataclan, wordt in de dagen na de aanslagen een obsessie voor oom Reinhart.

„Op de eerste donderdag na de aanslagen moest ik pleiten in Aix-en-Provence. Ik vond het belangrijk dat het leven zijn gewone gang bleef gaan. Maar ik wilde absoluut pleiten in Valentins toga.”

Reinhart belt de procureur en twee politiecommissarissen helpen hem de toga terug te vinden. Aangekomen in het hof van beroep in Aix-en-Provence vertelt Reinhart zijn verhaal. „Ik ben emotioneel. Maar de rechters zeggen niets. Wanneer ik de rechtszaal verlaat, vraag ik mij af: zijn dit nog mensen van vlees en bloed? Maar vijf dagen later krijg ik twee brieven van rechters om te zeggen hoe mijn betoog hen had geraakt.”

Op het proces over de aanslagen van januari 2015 was er juist veel aandacht voor overlevenden en nabestaanden. Ook in dit proces zijn daar vijf weken voor uitgetrokken. Is justitie in Frankrijk menselijker geworden door de aanslagen?

„Dat de betrokkenen eerst aan het woord komen, voordat men gaat discussiëren over wie wat heeft gedaan, is heel belangrijk om de muur van leed af te breken. Want voor de mensen die wij bijstaan, zijn de aanslagen nog heel vers. Zij worden ’s nachts wakker met angstaanvallen, of ze zijn bang in het openbaar.

Lees ook Terreurproces Parijs: ‘Eerst de slachtoffers, dan pas de feiten’

Het is bijna zes jaar geleden, maar voor de betrokkenen is het alsof het gisteren is gebeurd. Zij leven nog elke dag met de gevolgen, of die nu fysiek zijn of psychologisch. „Maar er is een essentieel verschil tussen de aanslagen van januari 2015 (op Charlie Hebdo en de joodse supermarkt Hypercacher, red.) en die van november 2015. In januari zijn miljoenen mensen de straat op gegaan, wereldleiders zijn speciaal naar Parijs gekomen. Na de aanslagen van november is er niets geweest, behalve wat bloemen en kaarsen.

„Dat is begrijpelijk: men was bang voor een nieuwe aanslag, er waren nog daders op vrije voeten. Maar op de nabestaanden en overlevenden heeft dat een grote impact gehad. De aanslagen van januari zijn op een heel publieke manier verwerkt, die van november juist niet.”

In het proces van januari vertegenwoordigde u de familie van Frédéric Boisseau, een naam die bijna niemand kent omdat hij niet voor Charlie Hebdo werkte. Is er een hiërarchie van slachtoffers?

„Dat is het andere verschil tussen de twee aanslagen, hé? Ik wik mijn woorden nu. Maar de aanslagen van januari waren gericht tegen de journalisten van Charlie Hebdo, de politie, de joden. Wie buiten die categorieën viel, zoals Frédéric Boisseau, is een beetje vergeten.

„Bij de slachtoffers van november zitten helemaal geen bekende namen. Er zijn ook geen echte helden in dit verhaal, zoals de politie- en brandweermannen in New York na 11 september. De aanslagen in Parijs waren gericht tegen een onbezorgde jeugd. Het zijn doden zonder gezicht, en het proces dient ook om hen juist wel een gezicht te geven.”

Bij terreuraanslagen zijn de daders meestal dood. In dit geval is er Salah Abdeslam als het gezicht van het kwaad.

„Niet alleen Abdeslam, je hebt ook Mohammed Abrini en anderen die een rol hebben gespeeld. (Abrini gaf Abdeslam een lift naar Parijs op 11 november, red.) Het klopt dat het in andere terreurprocessen vaak de kleine garnalen zijn geweest die in de beklaagdenbank belandden. Dat resulteert ook in relatief lage straffen die worden uitgesproken. Dat is deze keer wel anders. Het parket heeft echt minutieus werk afgeleverd, het dossier telt een miljoen pagina’s.”

Lees ook Salah Abdeslam voor de rechter: wat weten we van hem?

Maar is er nog altijd twijfel over de opdrachtgever van de aanslagen. Het parket ziet de Belg Oussama Atar in die rol, maar het dossier is niet echt overtuigend op dat punt.

„Kijk, op een bepaald moment moest het dossier afgesloten worden of het zou nooit tot een proces komen. We gaan zien of er in de rechtszaal nog meer elementen aan het licht komen. De hamvraag daarbij is natuurlijk of Salah Abdeslam gaat praten of niet.”