Opinie

Paul Schrader (Taxi Driver) is terug, maar houdt nu wijselijk zijn mond

Regisseur en scenarioschrijver Paul Schrader heeft zich de afgelopen jaren een paar keer dusdanig politiek incorrect uitgelaten, dat zijn Amerikaanse distributeur hem heeft verzocht niets meer op Facebook te plaatsen totdat zijn nieuwe film in de bioscopen draait. Daar houdt hij zich gelukkig aan, want ‘The Card Counter’ is een prachtige film, vindt Peter de Bruijn.

Peter de Bruijn

De première op het filmfestival van Venetië verliep zowaar vlekkeloos. The Card Counter, de nieuwe film van regisseur en scenarioschrijver Paul Schrader, werd onthaald met warm applaus. De eerste recensies zijn lovend. Bovendien heeft de regisseur zich op het festival nog niet in de voet geschoten met een politiek incorrecte uithaal die zijn kansen op succes danig zouden kunnen verkleinen.

Bij Schrader is dat laatste bepaald geen vanzelfsprekendheid. Enkele weken geleden verzocht zijn Amerikaanse distributeur, Focus Features, hem nadrukkelijk niets meer op Facebook te plaatsen, totdat The Card Counter in de bioscopen draait. Naar aanleiding van de affaire rond de New Yorkse gouverneur Cuomo had Schrader op Facebook bespiegelingen ten beste gegeven over hoe moeilijk het is om op het werk van mooie vrouwen af te blijven („Moeilijk, maar niet onmogelijk.”) Eerder had hij ophef veroorzaakt door het op te nemen voor Kevin Spacey („Elke kunstenaar is schuldig.”)

Schrader is de scenarist van legendarische films als Taxi Driver en Raging Bull. Hij regisseerde zelf memorabele films als Blue Collar en American Gigolo. Met zo’n staat van dienst kan hij zich in de praktijk meer horkerigheid in de media permitteren dan vele anderen. Hij roept dingen waarvoor mindere goden al lang zouden zijn ‘gecanceld’. Toch zag zelfs hij in dat het verstandig was om Facebook even dicht te slaan en in Venetië uitsluitend over zijn nieuwe film te praten.

Dat is een goede zaak, want The Card Counter is zijn beste film in jaren. Schraders glorieuze artistieke comeback werd vier jaar geleden al gevierd bij zijn vorige film First Reformed, waarin Ethan Hawke een gekwelde dominee speelde. Maar daar viel wel wat op af te dingen. First Reformed leunde wel heel sterk op Ingmar Bergmans De avondmaalgasten (1963). Eigenlijk was het een gotspe dat Schrader claimde dat First Reformed een ‘oorspronkelijk scenario’ was van zijn hand. Hij kreeg er nota bene zelfs een Oscarnominatie voor. Nou ja, elke kunstenaar is schuldig, moeten we maar denken.

The Card Counter is een ander verhaal: de film kan zich meten met zijn beste werk. Bewonderaars van Schraders films zullen in The Card Counter veel herkennen. Oscar Isaac speelt William Tell, een professionele pokeraar die van casino naar casino trekt. Tell is een man met een verleden: hij heeft een gevangenisstraf uitgezeten voor de oorlogsmisdaden die hij als militair pleegde in de Abu Ghraib-gevangenis. William ontmoet tijdens zijn nachtelijke escapades de zoon van een ex-militair die voor vergelijkbare vergrijpen in de gevangenis zat en een eind aan zijn leven heeft gemaakt. De zoon zint op wraak, want de bazen van zijn vader hebben nooit hoeven boeten voor hun misdaden.

Schrader leverde met The Card Counter een onversneden film noir af. Het neonlicht geeft aan de sobere vertelling een onwerkelijke sfeer; de casinowereld is mooi van lelijkheid. Isaac doet in de verte denken aan Richard Gere in American Gigolo. De film eindigt niet voor niets met een replica van de slotscène van die eerdere film. Schrader is nu echt terug – als hij maar van tijd tot tijd zijn mond houdt.

Peter de Bruijn is filmrecensent.