Componist Oscar Bettison bij een repetitie voor The Light of Lesser Days met Asko|Schönberg.

Foto Roger Cremers

Interview

‘Naar Nederland komen heeft mijn perspectief op muziek totaal veranderd’

Oscar Bettison componist

Asko|Schönberg speelt de eerste opera van Oscar Bettison. Daarin zitten twee vrouwen opgesloten in een kamer. Ze maken fantastische reizen, met een kleurencatalogus als gids.

Hij bestelt in vloeiend Nederlands een witbiertje van de tap, maar de Brits-Amerikaanse componist Oscar Bettison vindt niet dat hij de taal beheerst. „Ik kom hier vaak genoeg om het beter te willen leren, maar niet vaak genoeg om er ook daadwerkelijk in te slagen”, zegt hij in het café van het Muziekgebouw. Nu is Bettison in Amsterdam om zijn eerste opera te repeteren, The light of lesser days. Donderdag is de wereldpremière op festival Gaudeamus in Utrecht. Een week later volgt een uitvoering in Amsterdam.

Niet alleen is The light of lesser days zijn eerste opera, het is ook de eerste keer dat Bettison samenwerkt met ‘het legendarische ensemble’ Asko|Schönberg, voor wie hij het werk componeerde. Bettison roemt hun opnames, die hij heeft grijsgedraaid. Van onder meer Louis Andriessen, de componist voor wie Bettison begin deze eeuw als student naar Nederland kwam. „Heavy”, noemt hij de dood van Andriessen, afgelopen zomer. „Hij was een kolossale figuur, met afstand de belangrijkste Nederlandse componist. Maar zo gedroeg hij zich niet: hij kwam ook naar alle concerten van mij en mijn medestudenten. Hij hoorde onze muziek net zo veel als wij die van hem. Dat egalitaire tekende hem én de Nederlandse muziekscene.”

Componist en regisseur Oscar Bettison.

Foto Roger Cremers

Den Haag

Voor Bettison was het een ervaring van doorslaggevend belang om in Den Haag te studeren. Dankzij docenten als Andriessen en Martijn Padding vond hij zijn eigen stem, zegt hij: „Zij stimuleerden me om anders te durven zijn, om mezelf te worden. Naar Nederland komen heeft mijn perspectief op muziek totaal veranderd. Eigenlijk heeft het mijn hele leven veranderd.”

Uit zijn studietijd kent Bettison ook het Haagse ensemble Klang, waarvoor hij in 2006 al de schitterende rauwe cyclus O death componeerde, geënt op Amerikaanse folk uit de Appalachen.

Lees ook deze recensie van de Klang-cd met O death

Tien jaar later maakte Bettison voor Klang de cyclus Presence of absence, die aanstaande vrijdag op cd verschijnt. Na de lange maanden van de lockdown is het opeens een beetje Oscar Bettison-week in Nederland. „Het is pretty crazy”, lacht hij. „We zijn er zo aan gewend geraakt dat dingen níet doorgaan dat het tamelijk surrealistisch is. We hebben die cd trouwens opgenomen in oktober, vlak voor alles dichtging – het is pure mazzel dat het gelukt is.”

The light of lesser days gaat over twee vrouwen, vertolkt door sopraan Katrien Baerts en mezzo Barbara Kozelj, die opgesloten zitten in een kamer. Gedurende één nacht maken ze vandaaruit fantastische reizen, met een negentiende-eeuwse kleurencatalogus als gids. De opera zou een jaar geleden al in première gaan, maar moest vanwege de coronacrisis geannuleerd worden. In zekere zin werd Bettison ingehaald door de actualiteit: „Twee mensen in lockdown – dat klinkt inmiddels bekend, nietwaar?”

Geschraap en getik

Collectief Theatermachine ontwierp het licht en het scènebeeld. De musici zitten op het podium en af en toe „stroomt de handeling over naar het ensemble”, zegt Bettison, die zelf de regie doet, in samenspraak met de performers. Zo is er een paleisscène waarvoor de slagwerkers de vrije hand krijgen: minutenlang mogen zij, met voorgeschreven materialen als leisteen, hout en metaal, de suggestie wekken dat er dingen gemaakt en gebouwd worden. Bettison plaatst hen pontificaal op het podium, met een spotlight erop, zodat het publiek de sonische ontdekkingsreis van geschraap en getik goed kan volgen.

Zulke vrijheden implementeert Bettison in een gelaagde muzikale constructie die gromt en glittert. Tijdens de eerste repetitie legt dirigent Clark Rundell veel nadruk op de basale grammatica – hoe hij bepaalde maten indeelt, wie op welk moment het voortouw heeft. Toch klinkt het al verrassend goed, met aan de oppervlakte zeer diverse kleuren: een kwetterende volière, een collectieve scheepstoeter. Ook zijn er schrille microtonale dissonanten, schurende grooves, verrukkelijke lyrische zanglijnen, en reciteert Barbara Kozelj uit het kleurenboek.

Repetitie voor The Light of Lesser Days met Asko|Schönberg in Amsterdam.Foto Roger Cremers

Dat boek, Werner’s Nomenclature of colours, bestaat echt, zegt Bettison: „De kleurbeschrijvingen zijn ongelooflijk poëtisch. Ze zijn een uitnodiging voor de verbeelding, en dat is waar het stuk over gaat.” Zodra hij het boek in handen kreeg wist Bettison dat hij er ‘iets’ mee wilde doen. Toch ging er de nodige tijd overheen voor het met enkele andere fascinaties (voor vrouwelijke ontdekkingsreizigers en sanatoria voor tuberculosepatiënten, bijvoorbeeld) samensmolt tot een idee waarvan hij meteen wist: dit is het. Het libretto maakte hij zelf: „Ik heb wel vijftien versies geschreven, om helder te krijgen wat ik wilde zeggen. Uiteindelijk had het niet veel zin meer om nog een schrijver te vragen.”

Bettison’s The light of lesser days door Asko|Schönberg: 9/9 TivoliVredenburg Utrecht & 16/9 Muziekgebouw A’dam. Inl.: askoschoenberg.nl