Recensie

Recensie Theater

Jonge performers tonen hun klasse op Fringe Festival

Theaterfestival Op het Fringe Festival spelen jonge theatermakers een ironisch spel met de vraag wie ze zijn, wat echt is en wat gemaakt. Het veelzijdige spel van de performers is opvallend.

Foto Annelies Verhelst

Het Amsterdam Fringe Festival lijkt ieder jaar aan kwaliteit te winnen. Het is een voorzichtige vaststelling na het zien van vier voorstellingen in het openingsweekend, die elk een hoop te bieden hadden. Het festival neemt inmiddels een onmisbare plek in voor up and coming theatermakers, die de kans krijgen hun werk en hun ontwikkeling te tonen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor Annica Muller, die met Yogi Anni venijnig en geestig commentaar geeft op de zelfverwezenlijkingsindustrie. Haar Yogi Anni is vol van idealisme, het vinden van geluk en de zoektocht naar je eigen ik. Maar laat het maar aan een theatermaker als Annica Muller (30) over om zulke verleidelijke thema’s in een mistroostige vorm te gieten.

Mede dankzij haar Engels met dik Amerikaans accent vormt alles wat ze zegt over zingeving en spiritualiteit onontwarbaar dikke slierten zelfhulptaal. Yogi Anni is ook een voorstelling over de maskerade van holle terminologie, waarachter de zoekende mens zich verschuilt.

Lees ook het interview met choreograaf en danser Issam Zemmouri die zijn eerste voorstelling heeft tijdens het Fringe Festival

Wansmaak

Ook als Muller knap de lagen afpelt waarachter de ware Anni zou kunnen zitten, klinkt er dezelfde retoriek, over „het gat in haar ziel” dat moet worden gevuld. Ze openbaart een miserabele jeugd met gebrek aan liefde en misbruik bij haar werk als paaldanseres, én legt haar kostuum met gevulde bh af. Maar dichterbij komen we niet. Achter het masker zit een volgend masker.

Crybaby van actrice Emma Buysse en regisseur Luna Joosten is eveneens satire over de zoektocht naar het echte ik. Buysse (25) speelt een vrouw die graag zou kunnen huilen. Maar ze heeft geen gevoel, zegt ze. Pretentieuze kunst windt haar op, authentieke gevoelens in levenskunst stoten haar af. Die botsing tussen echt en nep en tussen verschillende kunstvormen wordt op verschillende niveaus uitgespeeld, met het wendbare, dubbelzinnige acteren van Buysse als grootste troef.

Ajax

Bij A horse with no name nemen Marieke Giebels (1991) & Jip van den Dool (1992) een loopje met de theaterwerkelijkheid. Het publiek zit rond een arena waarin hij de theaterillusie in stand wil houden en de held Ajax op het slagveld wil spelen, terwijl zij vragen stelt over hun relatie. Het leidt tot een prettig schurende wirwar van realiteiten en vragen over wat theater moet zijn. Waarbij de aandacht gaande wordt gehouden door de rauwe energie van beide acteurs. In het acteerduel dat ze uitvechten, wint Giebels op punten door haar onbevangen, extraverte bejegening van het publiek.

Ook Lars Brinkman (van 1993) neemt de toeschouwers mee naar zijn jeugd in Nader tot U. Zoals de Reve-titel doet vermoeden, vertelt hij over de momenten waarin hij zijn homoseksualiteit ontdekte. Op die tedere, intieme anekdotes volgt een harde breuk als Brinkman ontdekt dat hij niet wil neuken, maar geneukt wil worden. Zonder overgang start hij een uitgebreide seksuele fantasie waarin hij de onderdanige is, en elke zin begint met „Alstublieft meester”, daarbij zijn wensen tot in detail benoemend.

Waarna Nader tot u uiteindelijk een pleidooi wordt om te mogen dromen van onderdanigheid. De wijze waarop hij op het toneel zijn bewegingsvrijheid beperkt door zijn voeten in een laken te snoeren, en dat hij genoot als zijn vader hem als kind strak instopte in bed, blijkt achteraf symbolisch voor zijn verlangen om gedomineerd te worden.

Waar dat verlangen vandaan komt, kan hij niet zeggen, verklaart Brinkman. Wat jammer is, want door dat deel van zijn persoonlijkheid onontgonnen te laten, laat hij een origineel vraagstuk links liggen.