De Mol begrijpt dat hij het als talkshowhost vooral van zijn hartelijkheid moet hebben

Zap Mensentalkshows als het nieuwe HLF8 op SBS6, lijken eigenlijk wel op de hondentalkshow Tot op het bot.

Johnny de Mol in zijn nieuwe talkshow HLF8.
Johnny de Mol in zijn nieuwe talkshow HLF8. Beeld SBS6

Waar de meeste talkshows zich richten op het gesprek van de dag, wilde Johnny de Mol aan het begin van zijn nieuwe talkshow HLF8 (SBS6) van zijn gasten weten wat hun gevoel van de dag was. In het uur dat volgde werd dat verschil eer aangedaan. Zo liet de presentator zich ontvallen dat zijn gasten „lekker nieuw roken”, al was het stellig niet de eerste keer dat televisiekijkend Nederland aan Henny Huisman mocht snuffelen.

De gevoelszoekende talkshow kon niet om de Grand Prix in Zandvoort heen en zeker niet om het moment waarop, zei De Mol, „niemand het droog hield”. Hij doelde op de vertolking van het eerste couplet van het Wilhelmus door Davina Michelle. De 25-jarige zangeres was te gast in de studio en scheurde door de bochten van haar belevenissen alsof ze Max Verstappen zelf was: over de felicitatie die ze Verstappen had gestuurd, over haar vader die gratis bier had gekregen, over hoe ze zich in het volkslied had verdiept.

Ze maakte een korte pitstop toen De Mol vroeg naar haar dreigement om haar Wilhelmuspijp aan Maarten te geven als andere rondom de autorijdwedstrijd optredende artiesten niet betaald zouden worden voor hun werk. Haar eis was door de organisatie schielijk ingewilligd. „Dit was gewoon een festival”, zei Michelle over het Zandvoortse evenement. Ze stelde dat het dus tijd was om de coronamaatregelen snel te versoepelen.

Frisse doekjes

Daarmee was het moment van het grootste gewicht in HLF8 gepasseerd. In een interview over zeventig jaar tv nam Henny Huisman („Huismááán”, riep De Mol) de kijker mee naar het kleinste kamertje van de televisiegeschiedenis: het toilet waar hij belandde toen hij ooit solliciteerde bij de Evangelische Omroep. „Wat een frisse doekjes”, constateerde de jonge Huisman, maar al snel ontdekte hij zijn vergissing „Ik dacht: wat ik nu toch voel? Het waren Glorix-doekjes.” Er volgden opmerkingen over apen met rode billen, vragen over de huidige staat van Huismans kont en de conclusie: „Je was op zoek naar God, maar moest naar de dokter.”

Een vrolijke bende dus, die de vooravondkijker zich even deed afvragen waar deze mensen zich tussen half zes en half acht zoal mee vermaakt hadden. De Mol begrijpt dat hij het in dit nieuwe bestaan als talkshowhost vooral van zijn hartelijkheid moet hebben; hij maakte grapjes over zijn vader, erfenissen en zijn zenuwen. Aan het eind van de uitzending werd hij door Jeroen van den Boom toegezongen in een Hazes-variatie: „Als het dan wat beter gaat, hoop ik dat je scoren gaat.”

Meteen daarna kon de kijker op NPO3 de totstandkoming volgen van een andere nieuwe, zij het eenmalige, talkshow. In het kekke wetenschapsprogramma Anna’s brains (VPRO) zocht Anna Gimbrère naar de mogelijkheden om de communicatie tussen honden te achterhalen. Dat gebeurde met behulp van hartslagmeters, kwispelsensoren, camera’s en kapjes die de hersenactiviteit van de dieren maten. Het moest leiden tot een heuse hondentalkshow, Tot op het bot, met cabaretier Stefano Keizers als gastheer.

Zin van het (honden)leven

Zo zat Keizers, 35 jaar na het legendarische toneelstuk Going to the dogs van Wim T. Schippers, aan een botvormige tafel met enkele honden. De onderzoekers hadden zinnen ingesproken die door de computer aan de meetresultaten werden gekoppeld, waardoor de honden spraken. De beesten beperkten zich tot algemeenheden als „lekker hoor” en „zijn we al op de helft?” Toen Keizers informeerde naar de zin van het (honden)leven, hoorde hij: „Oh wow ja gaaf man!”

De onderzoekers concludeerden: „Een gesprek is misschien wat veel gevraagd, maar het uitlezen van emoties is goed gelukt.” Net een mensentalkshow, eigenlijk.