In de murw gebeukte popsector is niet alleen het geld, maar ook het geduld op

Corona en pop

De popsector wordt onevenredig hard getroffen. Kleine geplaceerde concertjes brengen te weinig op en missen de energie die popmuziek nodig heeft. De wanhoop neemt toe: „De regels zijn na dit weekend niet meer vol te houden, want Zandvoort toonde duidelijk aan dat het kan.”
Demonstratie van de evenenementenbranche en de popsector onder de naam Unmute Us.
Demonstratie van de evenenementenbranche en de popsector onder de naam Unmute Us. Foto Olivier Middendorp

Een huis kopen zit er voorlopig niet in voor Carlijne Schreijer. Van het spaarpotje dat ze daarvoor aan het vullen was, is de afgelopen twee jaar weinig overgebleven. De Haarlemse tourmanager werkt voor artiesten als Suzan & Freek en Rondé, voor wie ze alle voorbereidingen regelt, van techniek tot hotels, schema’s en leveranciers. Maar dit jaar: niks. „Ruim tachtig concerten zijn verdwenen. Ik heb van twee shows een deel van mijn gage terug gehad.”

Schreijer heeft nog iets van werk gehad het afgelopen jaar, vertelt ze aan de telefoon, omdat Suzan & Freek wat streamconcerten en radio- en televisiepromo’s deden waar zij voor aan de slag kon. Maar dat is niet genoeg om de motivatie vast te houden. „Ik hou van mijn vak, maar de koek is op. Zeker na de blunders van het demissionair kabinet van het afgelopen half jaar voel ik dat het echt klaar is.” Schreijer bedoelt het te vroege openstellen van zalen en clubs in ongeventileerde ruimtes, het Testen voor Toegang dat niet werkte en ‘dansen met Janssen’. „En dan is er natuurlijk de Formule 1 en de voetbalstadions met al hun publiek. Het voelt zo oneerlijk. Ik zag hier in Haarlem de stromen mensen richting Zandvoort gaan, en ik gun het ze echt, maar het doet zo’n pijn.”

Schreijers verhaal staat niet op zichzelf in de Nederlandse popmuzieksector. Van beginnende acts tot A-artiesten, sessiemuzikanten, boekers, promotors, technici, barpersoneel, managers: ze voelen zich genegeerd en de wanhoop slaat toe, omdat er op hun gebied nog zo weinig mogelijk is.

De popsector is de somberste van de culturele wereld in Nederland. In de klassieke concertgebouwen en theaters gaan volle seizoenen van start, bioscopen brengen uitgestelde films en musea openen tentoonstellingen. Die sfeer van heropening, van we mogen weer, is ver te zoeken in popland.

Over de grens

Er zijn binnen de regels wel kleinere concerten en evenementen mogelijk, maar het levert niets op. Dat is al het geval bij een normale tour. Er wordt verdiend aan een paar grote festivalshows. Nu zijn tours niet rendabel, zijn er geen buitenlandse acts en gaan er weinig Nederlandse acts de grens over. Ook al is er in andere landen meer mogelijk: veel bands zien op tegen het risico dat een band- of crewlid positief test en de hele karavaan tot stilstand wordt gebracht en het nóg meer geld kost.

Lees ook: ‘Er is geen reden meer om festivals te verbieden’

Niet alleen het geld, ook het geduld is op. In een van ingehouden emotie beladen video uitte Chef’Special-zanger Joshua Nolet zijn onvrede over het aanbod om uitgerekend bij de Grand Prix van Zandvoort voor niets te komen optreden. Juist daar waar afgelopen weekend wél 70.000 bezoekers bij elkaar kwamen om te genieten van een evenement, waarvan de beelden van samendrommende racefans als zout in de wonden prikte „Ik heb het idee dat mijn video mensen even heeft wakker geschud”, zegt Nolet er aan de telefoon over, terwijl zijn bandmaten gitarist Guido Joseph en bassist Jan Derks hem af en toe bijvallen. „We worden niet als serieuze ondernemers gezien, die mensen te betalen hebben en keihard werken. We hebben echt het gevoel nodig dat de overheid onze sector draaiende probeert te houden, en dat voelen we nu niet.”

We snakken naar duidelijkheid, en naar mogelijkheden

„Onze laatste normale show in Nederland was eind 2018, daarna hebben we een plaat opgenomen”, zegt gitarist Joseph. De timing was slecht voor ze. Ze hebben wat akoestische concerten op anderhalve meter gedaan, maar geen normale concerten. „En we hebben bij Fieldlabs gespeeld, maar ook dat was geen normale show. Daar dachten we iets te kunnen doen voor onze sector, en wat schetst onze verbazing? De aanbevelingen die daaruit kwamen werden niet overgenomen. Alleen België maakt nu gebruik van dat onderzoek.”

Lees ook: Kabinet wachtte resultaten van Fieldlab-experimenten niet af

Geplaceerde concerten kunnen wel, maar dat is in deze van energie afhankelijke sector niet mogelijk, in tegenstelling tot andere podiumkunsten, waar stoelen de norm zijn. „Je speelt met de handrem erop”, zegt Nolet. „Begrijp me niet verkeerd, maar we hebben niet anderhalf jaar in de studio gezeten om die muziek te spelen voor mensen die met een hapje en een drankje zitten.”

Schreijer: „Ik had laatst een show in een openluchttheater waar het publiek ging staan en op hun plek danste. De sfeer was ernaar, maar we werden erop aangesproken: geen gedans. Ik werd zó kwaad. Niet op die persoon hoor, die deed haar werk, maar om de situatie: hoe kan het in godsnaam dat ik nu moet gaan nadenken over hoe mensen, die allemaal getest of gevaccineerd zijn, niet mogen dansen bij onze concerten?”

Demonstratie

Drie weken geleden ging de sector de straat op onder de naam ‘Unmute Us’ om te eisen dat vanaf 1 september alle evenementen weer mogelijk moesten zijn binnen de aanbevelingen die uit het Fieldlab onderzoek kwamen. Dat bracht 70.000 man in zes steden op de been, een aanzienlijk en breed gedragen protest. Na het uitblijven van een reactie van het kabinet, wordt zaterdag 11 september opnieuw gedemonstreerd, dit keer in elf steden.

Zulke eenheid is geboden, zegt producer en gitarist Bart Janssen, die speelt met artiesten als Tino Martin, Lex Uiting en Jeroen van der Boom en een eigen studio runt. „Popmuziek wordt wel eens bestempeld als linkse hobby, maar het maakt deel uit van een mega-industrie. Daar horen ook de Toppers, de Vrienden van Amstel Live en de enorme dance-sector bij.” Hij put hoop uit de beelden uit Zandvoort, waar bleek dat het wel kon.

Demonstratie in Amsterdam tegen de coronamaatregelen voor de evenementenbranche en de popmuzieksector.

Foto Olivier Middendorp

De aanhoudende situatie kost uiteindelijk veel motivatie, zegt Casper Starreveld, gitarist van de Utrechtse rockband Kensington. „We zijn een beetje murw gebeukt. Een groot deel van ons vak is ergens naartoe leven, alles in het werk zetten om die ene show op die ene datum te nailen. To rise to the occasion, maar die occasion wordt de hele tijd doorgeschoven, wij snakken naar duidelijkheid, en naar mogelijkheden.”

Kensington speelt volgende week drie akoestische concerten in TivoliVredenburg in Utrecht, rendabel doordat er in de Grote Zaal veel mogelijk is met zitplaatsen, zegt Starreveld. „Maar onze Europese clubtour hebben we na drie keer verplaatsen gecancelled, omdat het niet meer te doen was om die puzzel nog een keer te leggen met de versnipperde agenda’s van zalen in verschillende landen, die ook allemaal verschillende regels hebben over publieksgroottes. Het was al niet rendabel geworden, het werd ook praktisch onmogelijk.”

België

Nog een frustratie: in veel omringende landen kan veel meer. Festivalgangers wijken uit naar België, waar volgende week bijvoorbeeld het driedaagse dancefestival Extrema Outdoor Extra is met per dag 25.000 bezoekers, en afterparty op de camping tot 3:00 uur ’s nachts. Starreveld: „Het doet pijn om een filmpje van Biffy Clyro te bekijken, die twee weken geleden 500 kilometer verderop het Reading Festival kapotspeelden voor 60.000 man. We voelen ons echt in de kou gezet.”

Lees ook: Geen Lowlands, wel cultuurprotest

Vanaf 20 september kan er mogelijk ook in Nederland weer meer, de dag waarop Rutte en De Jonge zeggen te hopen dat de coronaregels losgelaten kunnen worden. Bandmanager Ronald Keizer, die werkt met de groepen Altın Gün, Cut_ en Yin Yin zucht. „Nou ja, wij staan in elk geval op scherp om zoveel mogelijk te boeken vanaf die dag. We zijn met alles en iedereen in gesprek, maar we gaan niet koste wat kost alles meteen volplempen. Er komt later bijvoorbeeld nog nieuw materiaal van Yin Yin uit en dan wil je ook weer op tour, dus we wachten nog even af. En voor de shows die nu gepland staan in november en december hou ik m’n hart vast. Niemand die er op durft te rekenen.”

„Wij hebben wel overwogen iets in een grotere zaal te doen, zoals de Afas Live of de Gashouder in Amsterdam, maar omdat zulke zalen zo gillend duur zijn kom je niet in de buurt van break-even”, zegt Keizer. „Niet omdat ze in de Afas Live of Ziggo Dome onwelwillend zijn, maar simpelweg omdat hun vaste lasten hoog zijn.”

De energie om creatief om te gaan met de situatie is er nog wel, zegt Keizer. Zo spelen ze met hun acts ineens een aantal shows in Denemarken – voorheen op z’n hoogst een tussenstop naar de rest van Scandinavië – gewoon omdat het daar kan en er fans zitten. „Verder is het een kwestie van bands aan het werk houden, deel laten nemen aan schrijfkampen, platen uitbrengen. Samenwerkingen aangaan met collega-managers en agenten houdt ons op de been. Maar na klap op klap is die energie wel eindig.”

De mannen van Chef’Special verwachten niet dat er op 20 september weer van alles kan. Nolet: „Daar is nog niets over gezegd, niet eens een reactie op het protest.” Joseph: „Ik hoop dat Rutte en De Jonge in elk geval zullen erkennen dat onze sector het helemaal alleen moet dragen. We doen dit niet met één hand op de rug, zoals Rutte de vorige persconferentie zei, maar alsof je zonder armen en met je benen bij elkaar gebonden in de rivier wordt gegooid.”