Hollywood kon niet verbeelden hoe akelig echt 11 september 2001 was

Achtergrond | Film 20 jaar na 11 september Welke invloed had 9/11 op de film? Het nationale Amerikaanse trauma liet zich slecht verfilmen, maar had grote invloed op de film.

Beeld uit de speelfilm ‘World Trade Center’.
Beeld uit de speelfilm ‘World Trade Center’. Foto ANP

De speelfilm Worth, waarin Michael Keaton als jurist Kenneth Feinberg de verdeelsleutel zoekt om de nabestaanden van 9/11 te compenseren, brengt de catastrofe discreet in beeld. We zien Feinberg in de forensentrein op zijn walkman naar het Bloemenduet luisteren als rondom mobieltjes overgaan en passagiers geagiteerd naar de ramen lopen. Als Feinberg eindelijk beseft dat er iets gaande is, zien we zijn geschokte gezicht door een treinraam dat een zwarte rookpluim spiegelt.

Lees hier de recensie van ‘Worth’

Zaterdag is 9/11 twintig jaar geleden. De aanslag door Al Qaeda-terroristen op het World Trade Center en het Pentagon heeft veel documentaires, maar betrekkelijk weinig speelfilms opgeleverd. Toen vanaf 2006 de eerste films uitkwamen over 9/11 en zijn gevolgen, brachten die de aanslag in beeld zoals Worth dat anno 2021 nog steeds doet: met discrete verwijzingen. Niet de rechttoe-rechtaan-horror van vuurbal, vallende mensen en instortende wolkenkrabbers, maar een rokende toren in de verte, met as bedekte New Yorkers, neerdwarrelend kantoorpapier.

Weggegumd

Hollywood liet nooit zijn special effects los op 9/11. Dat is niet alleen piëteit, omdat het pervers voelt een spektakel te maken van dit collectieve trauma. Het is simpelweg zo dat geen special effect de emotionele impact van de echte beelden benadert. Hoe op die heldere nazomerochtend op Manhattan twee vliegtuigen zich ins Blaue hinein in de Twin Towers boorden, verbazing en ongeloof wereldwijd plaatsmaakten voor verbijstering en paniek omdat alles opeens op losse schroeven leek te staan.

Welke impact had 9/11 op de film? Oppervlakkig gezien niet veel. Hollywoods eerste reactie was ontkenning. Films met bomaanslagen, explosies, wolkenkrabbers, terroristen, vliegrampen of zelfs stewardessen werden in de herfst van 2001 op de lange baan geschoven: Gwyneth Paltrows nostalgische stewardessenkomedie View from the Top ging pas in 2003 uit.

Speelfilms en tv-series gumden het World Trade Center digitaal weg. In Mr. Deeds, Stuart Little, Igby Goes Down, Léon, Zoolander en in de begintitels van Sopranos en Sex and the City verdwenen de Twin Towers uit de skyline van Manhattan. Een trailer waarin Spider-Man een helikopter vol boeven in een web tussen de twee torens vangt, werd snel ingetrokken. De schaar ging in de tv-versies van recente rampenfilms als Armageddon (1998: het WTC geraakt door astroïden) of Deep Impact (1998: na een tsunami steken de Twin Towers boven water uit). Het verwoesten van monumenten en ‘landmarks’, een geheide hit in rampenfilms, was een paar jaar taboe.

Herrijzenis

De romkom Kissing Jessica Stein ging op 10 september 2001 in première op het filmfestival van Toronto, met suikerzoete beelden van de Twin Towers bij zonsondergang. Bij de tweede vertoning op 12 september snikte de zaal luid op een feel good-moment; filmmaker Jennifer Westfeldt besloot de torens uit haar film te knippen. Nu spijt haar dat, vertelde ze The New York Times; het lijkt op witwassen van de geschiedenis, je kop in het zand steken. Anderen weigerden de Twin Towers indertijd te wissen. Cameron Crowe liet ze overeind staan in Vanilla Sky (2001), al was dat vrij eenvoudig omdat de film grotendeels een droom is. Steven Spielberg zag het verwijderen van de Twin Towers uit de dvd-versie van zijn sciencefictionfilm A.I. (2000) als een capitulatie. In het ondergelopen Manhattan van de verre toekomst steken ze obstinaat boven de golven uit.

Na 2006 kwamen de eerste films over 9/11 en de gevolgen: Oliver Stones survivaldrama World Trade Center (2006) en traumafilm Reign over Me (2007). Ze flopten, wat Hollywood sterkte in de overtuiging dat 9/11 ‘box office poison’ was en bleef. Een pijnpunt waarmee mensen in de bioscoop hooguit zeer indirect kunnen worden geconfronteerd. Toch veranderde de gevoelswaarde van de Twin Towers. De gedoemde iconen stonden voor trauma, maar ook voor nostalgie naar een verloren New York. Ze veroorzaakten een tintelende schok van herkenning en verlies. In enkele films werden de weggegumde torens weer teruggeplakt. Het WTC maakte in 2008 een triomfantelijke comeback in de hitdocumentaire Man on Wire over de Fransman Philippe Petit, die in 1974 tussen de torens koorddanste. Een 3D-speelfilm over die stunt, The Walk, had in 2015 minder succes.

Een wonderbaarlijke herrijzenis, maar had 9/11 een diepere impact dan dat? Uiteraard leidde de nasleep tot talloze films: de ‘war on terror’, invasies in Afghanistan en Irak, surveillance en opschorting van mensenrechten. ‘The end of history’ maakte plaats voor ‘the clash of civilizations’, en ook in de film leidde dat direct tot politisering en polarisering, tot patriottenfilms en antioorlogfilms.

Revanche van de realiteit

In zijn serie The Story of Film uit 2012 kwam Mark Cousins met een boudere claim: 9/11 bracht een cinematografische ontnuchtering na het visuele bacchanaal van de jaren negentig. In dat decennium brak namelijk CGI door, digitale effecten, en kon je plots alles in beeld brengen: dinosauriërs (Jurrassic Park), het oude Rome (Gladiator), natuurrampen. Dat dit digitale spektakel wat kunstmatig oogde, deed niks af aan de opwinding. Postmoderne films toonden een subjectieve, fragmentarische realiteit, Quentin Tarantino vouwde tijd en ruimte binnenstebuiten in Pulp Fiction (1995). Zijn films gingen niet langer over de werkelijkheid, maar over andere films, popcultuur, moderne mythes, beeldvorming.

Mark Cousins stelt in The Story of Film dat met 9/11 de geschiedenis een heftige comeback maakte: de realiteit bleek opeens veel groter, dramatischer en emotioneler dan alles wat de filmindustrie kon verzinnen. „Aan een camcorder in de straten van New York kon Hollywood gewoon niet tippen.” Dus brachten de jaren nul een revanche van de realiteit. Niet dat digitale effecten of postmodernisme verdwenen, maar de nieuwe trend was echtheid, rauwheid en soberheid. Dat zag je in de onopgesmukte, filosofische films van de ‘Roemeense Golf’, maar ook in de populariteit van pseudo-documentaire technieken in actiefilms: bewust gruizige beelden, chaotische actie en een schuddende camera die moest suggereren dat de camerman zelf onder vuur lag. Scripts ‘straight from the headlines’ scoorden, liefst met een begin, een midden en een eind – in die volgorde.

Paul Greengrass definieerde de nieuwe actiefilm met The Bourne Supremacy (2004), en maakte school met de semi-documentaire thriller United 93 (2006), een reconstructie van de vlucht van het ‘vierde toestel’ van 9/11 dat neerstortte in Pennsylvania terwijl de passagiers de kapers overmeesterden – een van de weinige 9/11-films die wel winst maakten. Over documentaires gesproken: zag je die voorheen vooral op tv, na Michael Moores monsterhit Fahrenheit 9/11 (2004), een schotschrift over hoe het Witte Huis 9/11 misbruikte om Irak binnen te vallen, vielen er steeds vaker documentaires op het grote doek te zien. De bioscoop was niet alleen meer voor escapisme.

Heeft 9/11 die revanche van de realiteit in de film echt veroorzaakt? Daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Reacties op glad CGI-spektakel en postmodern navelstaren waren er al in de jaren negentig. De Deense ‘kuisheidsgelofte’ Dogme, die elke filmtruc verbood, stamt uit 1995. De Belgische broeders Dardenne wonnen in 1999 hun eerste Gouden Palm met hun quasidocumentaire melodrama Rosetta. Steven Spielberg pionierde al in 1998 met chaoscinema in Saving Private Ryan, Ridley Scott in 2001 met een semidocumentaire actiefilm: Black Hawk Down.

Toch heeft de shock van 9/11 die revanche van de realiteit in de film zonder twijfel bespoedigd. Op die dag kluisterde een rampenfilm de hele wereld dagenlang aan de televisie. Veel indrukwekkender dan Hollywood, want echt. Dus werd film ook weer echt. Even dan.