Reportage

Groen is de mode, bleek tijdens de Amsterdam Fashion Week

Mode Tijdens de Amsterdam Fashion Week waren upcycling en hergebruik eerder regel dan uitzondering. ‘Groen’ bleek de rode draad in deze editie.

Koelkast gevuld met groene Wandler-schoenen en -tassen.
Koelkast gevuld met groene Wandler-schoenen en -tassen. Foto Studio Pim Top

Bij de ingang van het Noorderpark in Amsterdam-Noord kreeg iedereen een koptelefoon. Terwijl de lange stoet bezoekers, onder wie speciaal ingevlogen buitenlandse influencers – zich in beweging zette, werd verteld over de kracht van licht en kleur en, op het moment dat aan de overkant van de snelweg een verlaten benzinepomp in beeld kwam, gemeld dat het een goed moment was een foto te nemen.

Dat verlaten tankstation is nu een cultureel centrum en roze geverfd. Voor de gelegenheid was het helemaal ingepakt in zilver. Toen het gezelschap het viaduct over was, begon een licht- en rookshow, waarna dan eindelijk het klapstuk werd onthuld: in het gebouw van het station stond een brede koelkast die was gevuld met groene Wandler-schoenen en -tassen. Een geestige anticlimax.

De onthulling van de installatie was afgelopen woensdag de officiële aftrap van de Amsterdam Fashion Week, dat op een digitale show na helemaal bestond uit live presentaties en evenementen – bij de ingang werd consequent naar QR-codes gevraagd. Het officieuze begin was een show van het duo Schepers Bosman in hotel The Grand, waarbij de stoelen op flinke afstand van elkaar waren neergezet.

Het groen van Wandler was niet zomaar gekozen: een appelgroene handtas zorgde drieënhalf jaar geleden voor de internationale doorbraak van het merk van de Nederlandse Elsa Wandler, dat naast schoenen en tassen binnenkort ook met een collectie jeans en leren broeken komt.

Links: collectie van Ronald van der Kemp. Rechts: collectie van Schepers Bosma.
Foto Marijke Aerden/Peter Stigter

Gebruikte denim

Groen bleek de rode draad deze editie, en dan vooral in overdrachtelijk zin. Hergebruik en upcycling waren in het werk van de ontwerpers die hier hun werk presenteerden eerder regel dan uitzondering. Natuurlijk, de nieuwe outfits die een grote groep ontwerpers had gemaakt van winkeldochters van Batavia Stad in opdracht van datzelfde outletcentrum, kun je zien als een pr-stunt, maar steeds meer jonge modehuizen kiezen ervoor nooit meer nieuwe materialen te gebruiken, zonder daar verder heel veel ophef over te maken.

De steeds van combinaties van verschillende stoffen gemaakte kledingstukken van Schepers Bosman – gecompliceerd en prettig nonchalant tegelijk – zijn bijvoorbeeld grotendeels gemaakt van in Nederland geproduceerde denim (dat deels bestaat uit vezels van gebruikte denim) en restpartijen stoffen. De nieuwe materialen die Sanne Schepers en Anne Bosman inkopen, worden in elke collectie gebruikt, waardoor er nooit iets hoeft te worden weggegooid.

Alles wordt bovendien in hun eigen Amsterdamse atelier gemaakt. Voorheen produceerden ze ook voor anderen, maar vanwege het toenemende succes van hun eigen merk, gebeurt dat nu nog maar mondjesmaat.

Reconstruct Collective, de naam zegt het al, werkt uitsluitend met ‘deadstock’: overgebleven kleding en stoffen, waar vaak gecompliceerde nieuwe outfits met een streetwear-vibe van worden gemaakt. Voor de showcollectie was gebruikgemaakt van restanten van biermerk en sponsor Bud, waaronder een banner die ooit een heel gebouw in Rotterdam bedekte. De show was de clubavond die het publiek al zo lang heeft moeten missen, met een flinke knipoog naar de jaren tachtig en negentig: modellen op rolschaatsen, voguende dansers en zelfs een paaldansact.

Collectie van Bodil Ouédraogo en Patta. Foto Anne Lakeman

Dierenkoppen

Ronald van der Kemp, die al in 2014 besloot zijn collecties uitsluitend van overgebleven stoffen te maken, liet evenmin een nieuwe collectie zien. Van de zoals altijd uitbundige, elegante en verfijnde collectie die hij in juli digitaal had gepresenteerd, had hij nu een presentatie gemaakt, die werd ingeleid door een performance van Het Nationale Ballet-danser Ahmad Joudeh. De paspoppen hadden speciaal voor de gelegenheid gemaakte, theatrale dierenkoppen. De Ark van Noach was Van der Kemps inspiratiebron voor de opstelling, „en dat bedacht ik nog voor de overstromingen van deze zomer”, zei hij. Naast de couturecollectie waren er ook tassen: van oude textielvezels gemaakte shoppers van textielverzamelaar Sympany, door Van der Kemp voorzien van dierentekeningen.

Ook Duran Lantink werkt al jaren uitsluitend met deadstock. Wat hij óók doet: mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt betrekken bij projecten. Eind van de maand heeft hij een tentoonstelling in Museum van de Geest in Amsterdam, dat gespecialiseerd is in ‘outsider art’ en deel uitmaakt van de Hermitage. Lantink werkte daarvoor samen met de dansers van Theater LeBelle en kunstenaar Bruin Parry, die allemaal een verstandelijke beperking hebben. Zijn show tijdens de Fashion Week vond plaats in de Hermitage en begon met de stem van Bea Otte, een vijftigjarige vrouw met een beperking, die vertelde hoe mensen dieren in hun bestaan bedreigen. Naast professionele modellen liepen ook twee mensen met een beperking mee, zonder dat dat geforceerd overkwam.

Het dierenthema van de show kwam van Otte, net als bepaalde kleurencombinaties en het idee om ‘Geef mij maar Amsterdam’ te laten horen aan het einde van de show. Er was een IJmuidens dameskoor voor naar het museum gekomen.

Het dierenthema werd overigens subtiel gebruikt in de sexy – een overall met een pijp en een mouw, zeer korte jurkjes met asymmetrische zoom – collectie: panterprints, veren, een brede zebrastreep. Opvallend was dat de designerstukken waarvan de kleding was gemaakt, dit keer nauwelijks meer te herkennen waren.

Collectie van Reconstruct Collective. Foto Peter Stigter

Tuinen

Zaterdag, de laatste dag van de modeweek, verplaatste een groep van ongeveer tweehonderd man zich letterlijk naar het groen: de Tuinen Mien Ruys in Dedemsvaart. Hier vond de presentatie plaats van Moerheim, een boek van Bonne Suits en fotografen Viviane Sassen, Guus Kaandorp en Lou-Lou van Staaveren. Foto’s die Sassen had gemaakt van gehypnotiseerde (!) modellen in de katoenen ‘werkmanspakken’ van Bonne Reijn, waren door Kaandorp en Van Staaveren in de tuinen geplaatst en opnieuw gefotografeerd. Bijzondere beelden, die niet zomaar in de tuinen waren gemaakt: Mien Ruys was de oudtante van Reijn. Tot zijn achtste woonde hij deels hier, toen zijn moeder Ruys verzorgde.

Het slot van de Amsterdamse modeweek was net zo groen van kleur als de opening. In het leegstaande gebouw aan de Nieuwezijds Voorburgwal, waar ook Van der Kemp presenteerde, toonde Bodil Ouédraogo de kleine collectie die ze met Patta had gemaakt: trainingspakken en shirts met een fotoprint van groene en grijze geplooide stof, een verwijzing naar Bazin Riche, een in West-Afrika geliefde glanzende stof waarvan grand boubous worden gemaakt. Het podium was bekleed met een groene stof met dezelfde print, zwarte dansers voerden een verstilde, indrukwekkende performance op. Een prachtige afsluiting van een overtuigende en actuele modeweek.