Opinie

De samenhang der dingen leren negeren

Tom-Jan Meeus

In Zandvoort waren zondag nogal wat mensen aan het feesten, terwijl even verderop, in Amsterdam, demonstranten klaagden dat je in dit land niet eens meer mag feesten. Een tijdsbeeld: mensen gaan niet uit van de werkelijkheid, maar van hun beleving van de werkelijkheid. Van dingen die ze zelf waarnemen, niet van de samenhang der dingen.

In Den Haag heb je dat ook. Na de Toeslagenaffaire en de ophef in de eerste formatieweken, eiste de Kamer een nieuwe bestuurscultuur. Geen dwingende regeerakkoorden meer, minder monisme – meer openheid en inhoudelijk debat.

Toch was dat monisme niet toevallig uit de hand gelopen. Als de Kamer elke verkiezing verder versplintert, heb je voor een coalitie vaker partijen nodig die elkaars ideologische tegenpolen zijn. 2010: CDA en PVV. 2012: VVD en PvdA. 2017: D66 en ChristenUnie.

Partijen kunnen dan in formaties alleen met een grote uitruil tot samenhang in een coalitie komen. Eisen op het ene thema, inschikken op het andere (en alles exact vastleggen). Het heet geven en nemen, maar het is meestal: nemen om te kunnen geven.

Deze formatie bevindt zich tussen de oude en nieuwe bestuurscultuur in. De belachelijke beslotenheid en de holle interviews met partijleiders bij het hek zijn héél oud. Maar de openlijke conflictstof tussen partijen – zie alle blokkades, zie Kaags Schoo-lezing maandag – hoort bij de nieuwe bestuurscultuur, die altijd ten koste zal gaan van de samenhang in een coalitie.

En je leest wel dat de mislukking, vorige week, van een meerderheidsregering het failliet van de zes betrokken middenpartijen (VVD, D66, CDA, PvdA-GroenLinks, CU) betekent. Daar zit iets in. Juist zij ontlenen hun positie aan hun vermogen tot samenwerking, en als ze dat niet meer waarmaken stellen ze hun eigen bestaansrecht ter discussie.

Maar ook hier kan het helpen de samenhang te bekijken. Middenpartijen die een of een paar keer hebben meegeregeerd worden vaak weggestemd. En flankpartijen weten steeds beter hoe ze hun zwakte kunnen maskeren: in de campagne suggereren ze dat ze willen regeren (PVV, SP, FVD, PvdD) terwijl het er daarna nooit van komt. Dan heb je de groep (Volt, SGP, Denk, Den Haan, BBB, BIJ1) die in de campagne zelden over regeren spreekt en in de formatie stilletjes op de reservebank plaatsneemt.

Het gevolg is dat die zes middenpartijen steeds worden aangevallen door een stuk of tien partijen die wel een nieuwe bestuurscultuur eisen maar zelf het besturen ontlopen. En hoewel oppositie elementair is in een democratie, zou de rol van deze partijen in de huidige impasse wel wat meer aandacht verdienen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft elke dinsdag op deze plek een column.