Recensie

Recensie Film

Björn Andrésen: van ‘Dood in Venetië’ tot dood in ‘Midsommar’

Documentaire De mooiste jongen ter wereld noemde Luchino Visconti zijn ‘Tadzio’ uit ‘Dood in Venetië’. De documentaire ‘The Most Beautiful Boy in the World’ laat zien hoe het acteur Björn Andrésen sindsdien verging en is te zien in het Italië-programma ‘The Good, The Bad and the Ugly of Italian Cinema’ op Film by the Sea.

Björn Andrésen, beeld uit de documentaire ‘The Most Beautiful Boy in the World’.
Björn Andrésen, beeld uit de documentaire ‘The Most Beautiful Boy in the World’.

Hij staat op de cover van ‘The Boy’, dat de feministische schrijver Germaine Greer in 2003 publiceerde over mannelijke schoonheid in de kunsten. Een androgyn kind, haren in de wind, de ogen dichtgeknepen tegen de zon en van verlegenheid. ‘The Boy’ is een complex, zelfs controversieel boek. Het spreekt over lust en visueel genot. Greer wilde ‘de jongen’ terugclaimen voor de vrouwelijke blik. Het leverde haar het verwijt van objectivering en een pedofiele blik op.

Latere edities kregen de titel ‘Beautiful Boy’. Omdat dat was hoe filmregisseur Luchino Visconti hem bij de première van de film waar die coverfoto aan was ontleend had omschreven: ‘De mooiste jongen in de wereld.’ Dan hebben we het natuurlijk over Dood in Venetië. Die de wereld Tadzio gaf. En nu is er een gelijknamige documentaire over zijn leven en kennen we eindelijk de naam van de acteur die hem speelde: Björn Andrésen, in 1955 geboren in Stockholm.

The Most Beautiful Boy in the World van regisseursduo Kristina Lindström en Kristian Petri draait komende week als voorpremière in het Italië-programma ‘The Good, The Bad and the Ugly of Italian Cinema’ op Film by the Sea, voordat hij in december in de bioscopen te zien zal zijn. Andrésen zal als het goed is de voorstelling bijwonen, en ik kan hem van tevoren al spreken via Zoom. Het toeval wil dat precies op dit moment het filmfestival van Venetië plaatsvindt dat me naar het Lido brengt, het Venetiaanse eiland waar ook Dood in Venetië zich afspeelt.

Matrozenpakje

Voor Visconti was de verfilming van de roman van Thomas Mann over de ouder wordende componist Gustav von Aschenbach (Dirk Bogarde) die in een cholera-epidemie getroffen wordt door de aanblik van ‘doodsengel’ Tadzio een non-erotische, non-seksuele liefdesgeschiedenis over sublieme schoonheid. Heel anders dus dan Greer het interpreteerde. Maar niet alleen zij. Andrésens Tadzio werd met zijn matrozenpakje en zijn lange blonde lokken door de film een homo-erotisch icoon, een sekssymbool, en in de ogen van de wereld werd de kindster volkomen met zijn personage vereenzelvigd.

Zoals we in de documentaire kunnen zien leidt Andrésen tegenwoordig een teruggetrokken leven. En hoewel de film veel pijn en trauma blootlegt, zijn er nog een hoop vragen, onder andere over zijn beweegredenen om aan de docu mee te werken.

Terwijl het interview voor de tweede keer wordt verplaatst, loop ik langs het vervallen Grand Hotel des Bains, waar de film is gesitueerd. Door de jaren heen werd het een bedevaartsoord voor Visconti- en Tadzio-fans. Inmiddels is het al tien jaar gesloten, aan het zicht onttrokken door grote stalen schuttingen. In de openingsscène van de documentaire zien we Andrésen door de gangen dwalen alsof het een spookhuis is. Is dat hoe hij het zich herinnert? Als een boze droom?

Omgekeerde Dorian Gray

De castingtapes uit 1970 zijn bewaard gebleven. Je snapt wel wat Visconti in de destijds 15-jarige Andrésen zag. Met hedendaagse ogen is het misschien schokkend om te zien dat Visconti de jongen vraagt eerst zijn bovenkleding en dan zijn pantalon uit te doen. Tenger en timide staat hij daar in zijn onderbroek. Maar ook extreem fotogeniek en ongrijpbaar. Een symbool van pure schoonheid en jeugd. Precies zoals Visconti wilde.

Vandaag de dag ziet hij er ouder uit dan hij is, een knokige man met lang grijs haar en dito baard die het met de woningbouwdienst aan de stok heeft omdat hij zijn huis laat verslonzen en in slaap is gevallen met het gas nog aan. Een leven als zanger, muzikant en gelegenheidsacteur ligt achter hem. Twee jaar geleden was hij nog te zien als Dan, in horrorfilm Midsommar, die zich van de mythische Ättestupa-rots werpt in een mix van een gerontocidisch ritueel en zelfopoffering. Weinigen die de film van Ari Aster zagen zullen hem hebben herkend, en zich gerealiseerd dat er van Dood in Venetië naar dood in Midsommar een symbolische lijn loopt.

In een interview met The Irish Times noemt Andrésen het droogjes een omgekeerde Dorian Gray, naar Oscar Wildes klassieke boek over een schildersmodel dat na een pact met de duivel de eeuwige jeugd verwerft, terwijl een beeldschoon portret van hem achter gesloten deuren veroudert en zijn uiterlijke en morele verval ondergaat. Tadzio blijft altijd jong en mooi, gestold in de tijd op het filmdoek, terwijl het gezicht van de levende Andrésen de sporen van de tijd, depressie en alcoholisme draagt.

Lees meer over de aandacht voor Italiaanse Cinema op Film by the Sea: Italiaanse meesters konden vrijelijk hun talent botvieren

In Dood in Venetië zitten al die elementen natuurlijk ook al, al is de film zelf ook niet mooi oud geworden. In de documentaire vertelt Andrésen dat de belangrijkste regieaanwijzingen van Visconti bestonden uit: lopen, stilstaan, omdraaien en glimlachen. Dan zou je die aan acteur Bogarde met wat gevoel voor overdrijving kunnen omschrijven als: kijken, moeilijk kijken, staren. Een van de producenten zag nog problemen aankomen en wilde een meisje casten (alsof dat minder erg was geweest), maar daar ging Visconti voor liggen.

Het interview wordt voor de derde keer uitgesteld, Andrésen is indisponibel.

Elke dag loop ik even langs spookhuis Hotel des Bains om hem als het zover komt te kunnen vertellen hoe het er nu bij ligt. Alsof ik mijn eigen zoektocht naar de voetsporen van Tadzio onderneem. Ik loop het strand op in de hoop dat de zee in plaats van sporen uit te wissen een vergeten voetafdruk zichtbaar zal maken.