Reportage

Van Gaal kan na zege op Turkije bouwen, door Depay en z’n ‘lopers’

Nederland-Turkije Het Nederlands elftal wint een cruciaal WK-kwalificatieduel en geeft Louis van Gaal de gewenste start als bondscoach. Memphis Depay en Georginio Wijnaldum waren belangrijk, zoals bijna altijd bij Oranje.

Memphis Depay maakte drie doelpunten tegen Turkije.
Memphis Depay maakte drie doelpunten tegen Turkije. Foto’s John Thys/AFP, Maurice van Steen/ANP

Zweetdruppels lopen van zijn gezicht. Ze vallen in het gras. Drup, drup, drup. Hij heeft zijn gezicht omlaag, richting de bal, maar zijn ogen zijn gericht op het doel. Hij voelt zich goed, hij weet dat de Turkse verdediging geen grip op hem heeft. Assist in minuut één, doelpunt na een kwartier. De wedstrijd is eigenlijk al beslist. Wat zal hij doen? Korte aanloop. Panenka. 3-0, Memphis Depay.

Het was te voelen in de Johan Cruijff Arena. De belangrijkste kwalificatiewedstrijd voor het WK van volgend jaar in Qatar. Tegen Turkije, een directe concurrent voor de eerste plaats in de groep. Door het Turkse publiek leek het bijna een uitwedstrijd, voorafgaand. „D-day” had bondscoach Louis van Gaal het genoemd. Alles in eigen hand houden, of achtervolgen en vrezen opnieuw een WK te moeten missen. Het was een wedstrijd die de derde periode van Van Gaal als bondscoach niet direct kon maken, maar wel breken.

Als twee spelers er móésten staan dan waren zij het: Memphis Depay en Georginio Wijnaldum. Tandem worden ze genoemd. ‘Gouden’ duo soms. Zonder hen scoort Oranje niet veel. Te weinig om succesvol te zijn. Altijd wordt naar hen gekeken. Geen tweetal is de afgelopen jaren zo bepalend en productief voor het Nederlands elftal.

Vanaf minuut één voelt Depay zich dinsdagavond vrij. Hij zakt uit, loopt naar links, dan weer naar rechts, zakt nog verder uit. Zijn „oriëntatie” is beter geworden de laatste jaren, zei hij vooraf. En precies daarom durft Louis van Gaal te spelen zoals hij nu doet. Met Depay in de spits en twee ‘lopers’ („dat is geen oneerbiedige benaming”, aldus Van Gaal) naast hem: Wijnaldum en Davy Klaassen. Een trio dat samenwerkt als een harmonica. Zakt Depay in, dan sprinten Wijnaldum en – vooral – Klaassen de diepte in.

Van Gaal en Depay hebben voor de wedstrijd omstandig uitgelegd hoe dat werkt. Tijdens een persconferentie waarin ze vooral níéts wilden zeggen dat de Turken informatie kon geven over hun tactiek, gaven ze – achteraf gezien – een belangrijke tactische les. „Als ik in de bal kom, is het niet per se altijd om de bal te krijgen. Er komt ruimte achter me, daar kunnen lopers in duiken. Komt de verdediger niet mee, dan kan ik draaien, met mijn gezicht naar de goal”, zei Memphis. De Turkse bondscoach leek niet te hebben geluisterd.

Minuut één: Klaassen duikt op in het strafschopgebied, kaatst met Depay en scoort. Na een kwartier: Depay is achter Klaassen gekropen, gaat weer een één-twee aan en rondt met een puntertje af.

Wijnaldum is van het drietal – de heer in de spits en zijn ‘lopers’ eromheen – het minst zichtbaar. Maar kleine momenten laten zijn rol zien. Met één handbeweging haalt hij Klaassen terug als die te diep staat, wijst hij Steven Berghuis naar de buitenkant, geeft hij een seintje aan Depay.

Met Depay heeft hij sowieso een „bijzondere connectie”, zei Wijnaldum eens. Hun productiviteit is niet voor niets al jaren de kurk waarop Oranje drijft. Dat begon met de aanstelling van Ronald Koeman als bondscoach, in 2018. Hij zette Depay en Wijnaldum dicht bij elkaar. Vanaf dat moment was Depay betrokken bij 42 doelpunten van het Nederlands elftal (25 goals, zeventien assists) en Wijnaldum bij 23 goals (achttien doelpunten, vijf assists). 65 doelpunten samen – in de vier jaar ervoor waren ze gezamenlijk betrokken bij 23 goals. Het is ruim meer dan driekwart van alle Oranje-doelpunten in die periode.

Gevoel is van belang

Het moet kloppen, de tactische uitvoering, om zo’n samenwerking succesvol te laten zijn. Zoals dat dinsdagavond gebeurde, met ook Klaassen in een glansrol. Maar in het voetbal is ook gevoel van belang, op elkaar vertrouwen. Depay en Wijnaldum doen dat. Volgens Wijnaldum al sinds hun periode bij PSV, waar ze samen speelden tussen 2011 en 2015.

Davy Klaassen (midden) speelde op het EK niet, maar was dinsdag een van de uitblinkers.

Fred Rutten trainde de twee daar en zag het ook. „Memphis was toen een jong talent dat net op het hoogste niveau speelde. Hij was heel ongeduldig, wilde meteen de top bereiken. Wijnaldum kwam van Feyenoord en was wat verder. Hij heeft goede sociale voelsprieten. Hij heeft Memphis geholpen om rustig te blijven en zijn kans af te wachten”, vertelt Rutten.

Bij PSV al groeiden Wijnaldum en Depay uit tot de belangrijkste spelers van hun team. In 2014 besloten ze, ondanks mooie aanbiedingen van clubs in het buitenland: wij blijven in Eindhoven om kampioen te worden. Dat lukte. Inmiddels zijn ze jaren verder en hebben ze een spectaculaire carrière opgebouwd. Depay is eerste spits van FC Barcelona, Wijnaldum won de Champions League en het landskampioenschap met Liverpool en vertrok deze zomer naar het sterrenteam van Paris Saint-Germain.

Juist vanwege hun status valt het op als ze er een keer níét staan. Want ondanks hun ontegenzeggelijke belang voor het Nederlands elftal, krijgen beiden nogal eens kritiek. Dat is niet zomaar. Het komt soms voor dat ze het, juist op beslissende momenten, ineens laten afweten. Het overkwam Wijnaldum in de verloren achtste finale van het EK tegen Tsjechië. In de hele wedstrijd kwamen maar tien van zijn passes aan. Sportstatistiekenbureau Opta zag sinds 1980 nog nooit een speler van het Nederlands elftal die zo weinig goede passes gaf.

Hattrick Depay

Depay kwam vorige week tegen Noorwegen – net als het duel met Turkije een belangrijke WK-kwalificatiewedstrijd – niet in zijn spel. Veel balverlies, weinig kansen, soms geneigd om met frivoliteiten toch iets moois te laten zien. Een groot verschil met het duel tegen Turkije. Nu probeerde hij ook veel, maar lukte ook het meeste. Na rust maakte hij zijn hattrick compleet met een kopbal; Turkije speelde toen al met tien man door een rode kaart en was nergens meer. Het werd uiteindelijk 6-1.

Louis van Gaal zal het als een belangrijke taak beschouwen: zorgen dat zijn elftal, zeker de topspelers, het niet meer zomaar laten afweten. Voor Van Gaal is zijn eerste week een succes geworden. Nederland staat nu eerste in de WK-kwalificatie, met nog vier relatief eenvoudige duels te gaan. Deze week, zei hij, moest Oranje „doorkomen”, daarna zou hij kunnen bouwen. Dat is gelukt, met dank aan de spits en zijn lopers. En daarna? Van Gaal lachte: „Dan wordt het wel wat.”