Nabestaande MH-17-ramp: ‘Sinterklaas is een kinderfeest, en ik ben geen vader meer’

Rechtszaak MH17 Nabestaanden van de ramp met de MH17 vertelden in de rechtszaal emotionele verhalen. Ook de rechters waren zichtbaar aangedaan.

Ria van der Steen en haar advocaat tijdens de rechtszaak maandag.
Ria van der Steen en haar advocaat tijdens de rechtszaak maandag. Foto Piroschka van de Wouw/Reuters

Nabestaande Ria van der Steen begon haar voordracht in de rechtszaal met een citaat uit De Goelag Archipel van de Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn over de sovjetterreur: ‘Zij liegen, wij weten dat ze liegen, zij weten dat wij weten dat ze liegen’.

Ria van der Steen verloor haar vader en stiefmoeder toen vlucht MH17 op 17 juli 2014 met een Boek-raket uit de lucht werd geschoten. Ze was niet de enige nabestaande die zich maandag tijdens het MH17-proces richtte tot de vier verdachten en hun opdrachtgever, de Russische regering.

Australiër James Rizk – ook hij verloor zijn ouders tijdens de ramp – sprak over de „tomeloze arrogantie” en de „botte ontkenningen” van Rusland, dat nog altijd iedere verantwoordelijkheid van zich afschuift. Robbert van Heijningen (zijn broer, schoonzus en neefje kwamen om) wil de verdachten zelf vergeven, maar sprak bittere woorden over het „gebrek aan medewerking” en „empathie” van de Russische regering.

Spreekrecht

91 nabestaanden van de 298 slachtoffers van de ramp zullen de komende drie weken gebruik maken van hun spreekrecht. Rechtbankvoorzitter Hendrik Steenhuis benadrukte steeds dat hij zich realiseerde hoe moeilijk het was te spreken over het verlies. Maar ook de rechters zelf waren zichtbaar aangedaan door het peilloze verdriet, dat soms hakkelend en snikkend onder woorden werd gebracht.

De grootste pijn schuilde in details. Adrian Essers werd twintig minuten voor het vertrek van vlucht MH17 gebeld door zijn broer Peter, die vertelde dat de vliegroute naar Kuala Lumpur over oorlogsgebied voerde. Peter had een slecht voorgevoel, maar Adrian stelde hem gerust. Hij vertelde maandag: „Ik word nog vaak besprongen door de gedachte dat ik medeschuldig ben aan zijn dood.”

Sommige nabestaanden moesten maanden wachten totdat hun dierbare was geïdentificeerd. Van de vader van Ria van der Steen – bijna twee meter lang – werd eerst alleen een botje van een hand teruggevonden. Fieke Meijer verloor haar jongere zus Sascha (24), maar moest het doen met „een dichte kist, een plukje haar en een ketting”. Daarna moest ze nog twee keer naar het crematorium voor een ander lichaamsdeel.

Lees ook: ‘Niet eerder voerden zoveel nabestaanden het woord tijdens een rechtszaak’

Peter van der Meer zag zijn drie dochters (7, 10 en 12) wél terug in het mortuarium in Hilversum. Om zich voor te bereiden had hij even gegoogled op ‘verbrande lichamen’, maar Fleur was alleen „wat opgezwollen” en Sophie had haar beugel nog in. Zijn moeder was geschokt over de gemangelde kinderlijkjes, vertelde Van der Meer, „maar ik zag alleen Sophie.”

Van der Meer bracht het verlies van de nabestaanden indringend onder woorden, door te vertellen over wat hij allemaal misloopt door de afgesneden levens van zijn dochters. „Vaderdag is een nare dag. Sinterklaas is een kinderfeest, en ik ben geen vader meer.”

Als Van der Meer ’s ochtends naar zijn werk rijdt en hij opgeschoten meiden naar school ziet fietsen, moet hij denken aan hoe zijn dochters zouden hebben gepuberd, of hoe trots hij zou zijn geweest als ze hun rijexamen zouden hebben gehaald. Zijn oudste dochter zou inmiddels eindexamen hebben gedaan en het studentenleven aan het verkennen zijn, vertelde Van der Meer.

„Het verdriet wordt niet minder. De wond heelt niet. Hij is open en gaat nooit meer dicht.” Zelfs rechtbankvoorzitter Steenhuis wist niet goed wat hij daarop moest zeggen. „Soms schieten woorden te kort om te kunnen reageren.”