Prins Constantijn, erevoorzitter van het jubilerende Prins Claus Fonds: „Wederkerigheid is nu vanzelfsprekender.”

Interview

‘Steun landen waar cultuur onder druk staat’, zegt prins Constantijn

Prins Constantijn Cultuur wordt ondergewaardeerd, vindt de erevoorzitter van het Prins Claus Fonds, dat deze week 25 jaar bestaat. „Je hebt bij het fonds nog een extra laag: het gaat niet om ónze cultuur.”

Het zijn geen makkelijke onderwerpen om aandacht voor te vragen: cultuur en ontwikkelingssamenwerking. Toch doet het Prins Claus Fonds dat al 25 jaar, met ondersteuning voor kunstenaars, vrijdenkers, cultuurdragers en erfgoedbeschermers in de hele wereld.

De uitdaging, zegt erevoorzitter prins Constantijn, is om daarvoor voldoende middelen te behouden. Na het overlijden van zijn vader werd hij in 2003 samen met zijn broer Friso, die in 2013 overleed, erevoorzitter van het Prins Claus Fonds. Hij ontvangt in de tuin van zijn Haagse kantoor, naast zijn huis. Om te praten over het fonds en het belang dat hij hecht aan kunst en cultuur.

Zowel ontwikkelingssamenwerking als cultuur staan „als begrippen onder enorme druk, ook van overheidsfinanciering”, zegt hij. „Dus hoe zorg je als fonds dat je je én zelfstandiger organiseert en financiert, én aan de andere kant met de beperking die je hebt meer impact kunt maken.”

Van de ruim 7,6 miljoen euro inkomsten van het fonds in 2020 kwam 45 procent van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de rest onder meer van de Nationale Postcode Loterij en particuliere sponsors.

Hieruit klinkt een zorg uit of de subsidiegever, het ministerie van Buitenlandse Zaken, wel voldoende aandacht heeft voor cultuur.

„Nou een zorg. Het is gewoon een feit. Vanuit het perspectief van het fonds zou Buitenlandse Zaken meer moeten doen aan cultuur en ontwikkelingssamenwerking. Maar de realiteit is dat de subsidie wordt afgebouwd en dat je je ook zelfstandig staande moet kunnen houden.”

Komt het doordat cultuur wordt ondergewaardeerd?

„Ja, dat denk ik wel. Maar je hebt hier nog een extra laag: het gaat niet om ónze cultuur. Het fonds ondersteunt cultuur in het buitenland. Dat is moeilijker meetbaar. En daarmee voor politici moeilijker te objectiveren.”

Afgelopen weken kwam uw neef Bernhard in het nieuws doordat de organisatie van het circuit van Zandvoort, waarvan hij de eigenaar is, had gevraagd of de band Chef’Special gratis kon optreden…

„Ik weet niet hoe dat is gegaan, ik wil niet interpreteren waarom hij bij die keuze kwam.

„Het gaat nu over de Formule-1. Ik hoorde ook de klacht van een saxofoniste uit Groningen die voor de kleine zaal van het Concertgebouw niet werd betaald. Dat is fundamenteler: dat zijn professionele musici in een professionele omgeving waar zij hun brood móeten verdienen, zoals het Concertgebouw.

„Dat heeft wel iets te maken met hoe je cultuur waardeert. We zijn langzamerhand in een situatie gekomen waar blijkbaar zo weinig geld is voor cultuur dat cultuurhuizen moeten bezuinigen op het geld dat ze kunnen betalen voor hun kunstenaars.”

Lees ook een eerder interview met de prins: ‘We vervlakken wel heel erg als we cultuur afdoen als frivole luxe’

Vijf jaar geleden uitte prins Constantijn (51) al zijn zorgen over het verslechterde klimaat voor culturele expressie. Dat is niet veranderd, vindt hij. Al heeft de lockdown er ook voor gezorgd dat mensen inzien „hoe belangrijk cultuur is”. Hij miste zelf de moderne kunstmusea het meest: „Gelukkig gingen die iedere keer een beetje meer open.”

Voor zijn vader was overduidelijk dat cultuur een noodzaak is. Voor de zoon ook: hij praat er met passie over, zet af en toe zijn handen in om een zin kracht bij te zetten: „We noemen eten, veiligheid, een dak boven je hoofd basisbehoeften, infrastructuur, onderwijs en zorg. Dat is allemaal súperbelangrijk. Maar het is niet zo dat cultuur helemaal aan het einde komt.

„Dat zie je nu in Afghanistan. Wie zijn de eersten die worden aangepakt? Dat is niet alleen het onderwijs, maar ook de cultuurdragers, de journalisten. Jullie hadden in NRC een verhaal over een Afghaanse volkszanger die is geëxecuteerd. Daar zie je hoe venijnig een corrupte macht optreedt tegen cultuur. Het betekent dus iets voor mensen.”

Betaling van musici heeft te maken met hoe je cultuur waardeert

Voor de prins is daarom overduidelijk hoe relevant steun daarom is in landen waar cultuur onder druk staat. Maar hij ziet ook het dilemma: het geld komt uit Nederland en wordt besteed in het buitenland.

Ik aarzel, dit is een heel Nederlandse vraag: wat levert het Nederland op?

„Soms rendeert iets veel meer op de lange termijn. Het feit dat je zo’n fonds hebt, dat je uitstraalt naar opiniemakers in de wereld, naar mensen die opkomen voor het vrije woord, dat Nederland achter hen staat. Dat zie je niet direct, maar dat betekent veel voor het imago van Nederland.

„Renderen blijft een platte vraag. Je kunt ook zeggen: we doen dit omdat we geloven dat we als Nederland een bijdrage dienen te leveren aan de ontwikkeling, economische en ook sociale en culturele groei van landen die het moeilijker hebben.”

De prins begrijpt de vraag wel. Als erevoorzitter hoort hij de verhalen van de laureaten wel, de meeste Nederlanders niet. Hij weet daarom wat de steun betekent en ook wat voor „ongelooflijke projecten, waanzinnige kunst, bijzondere mensen” achter de prijswinnaars schuil gaan.

Hij vertelt over Maung Thura (artiestennaam Zarganar, pincet), een komiek uit Myanmar die in 2012 de prijs kreeg. „Hij zat in totaal, met intervallen, twintig jaar gevangen. Hij vertelde hoe hij eens werd ingegraven en er met een jeep over hem heen werd gereden. De man die dat deed, de beul, kwam bij een latere machtswisseling zelf in de gevangenis. Thura moest beslissen of hij hem zou aangeven. Dat deed hij niet. Van dat soort vergevingsgezindheid kunnen wij zo veel leren.”

Hij vertelt over de Colombiaanse ‘bamboe-architect’ Simón Vélez, laureaat in 2009, ook een voorbeeld om te laten zien hoe laureaten mensen aan het denken zetten. „Hij maakte van een materiaal dat veel voor handen is, weer een bouwmateriaal. Terwijl je daarvoor werd geacht met beton te werken, milieuvervuilend. Door Vélez werd nieuwe wetgeving aangenomen waardoor bamboe nu gebruikt wordt.

„Soms zijn er ook activistische kunstenaars die een effect willen bereiken. De Mexicaanse Teresa Margolles werkt met menselijk vet en verdampt dat met vocht uit mortuaria. Dat was haar aanklacht tegen het geweld in Mexico. Zo maakte ze dat in musea en op kunstbiënnales tastbaar: je kon het ruiken.” Constantijn trekt even zijn neus op bij de herinnering.

Het Prins Claus Fonds gaat – mede door de financiële beperkingen – zich meer richten op het steunen van individuen, terwijl in het verleden ook collectieven werden beloond, vertelt de prins. „De pijn komt ook bij een individu terecht. Ook dat zie je in Afghanistan: de mensen zijn het kwetsbaarst. Als je die weet te kraken… Neem Ali Ferzat in Syrië, de cartoonist bij wie de vingers werden gebroken zodat hij niet meer kon tekenen. Overheden denken dat als je die drijvende kracht, de mens, breekt, dat zij zich ook van de beweging ontdoen.”

Lees ook: De strijd met cartoonisten heeft Assad niet gewonnen

Door de individuen internationaal in de schijnwerpers te zetten, doe je dat ook met hun doel, is de redenering van het Prins Claus Fonds. De tijd is ernaar: de prins denkt dat er in vergelijking met 25 jaar geleden in de westerse wereld meer naar de rest van de wereld wordt geluisterd. „Ik denk dat wij meer ervaren hoe cultuur onder druk staat. En we ervaren in het Westen ook dat we niet het morele gelijk hebben.”

Grote moderne kunstmusea hebben ook steeds meer aandacht voor niet-westerse kunst. Wat vindt u van die ontwikkeling?

„Inderdaad is er een grotere waardering voor niet-westerse contemporaine kunst. Dat komt denk ik doordat de wereld kleiner is geworden door internet. Ik denk ook dat we door bewegingen als Black Lives Matter bewuster zijn geworden over hoe beperkt onze blik op de wereld is.

„Je ziet het ook bij World Press Photo [waarvan hij beschermheer is, red]. Het aanbod komt overal vandaan. Honderdduizenden foto’s van nieuwsfeiten die we vroeger nooit zouden meekrijgen, komen nu wel aan via internet. Als activist kan je de wereld bereiken.

„Het klinkt heel banaal, maar door TikTok krijgen onze kinderen ook input uit de meest uiteenlopende plekken. Dat is misschien niet heel erg hoogdravende cultuur, maar er zit meer achter. Als ik nu zie dat mijn negentien-jarige dochter [de op TikTok en Instagram actieve Eloise, red.] een tentoonstelling heeft mede-gecureerd over ‘jezelf zijn’, met een danser, een dragqueen en een full size model, daar zouden wij niet aan gedacht hebben toen we negentien waren.”

Het vraagt wat van oudere generaties, vindt hij. Zonder waardeoordelen en kijken naar iets wat misschien in eerste instantie niet begrepen wordt.

Hij komt met een analogie: „Onze neiging is te zeggen dat de online game Clash of Clans niet heel belangrijk is. Schaken wel. Het zijn allebei strategiespellen, en je doet het geconcentreerd en in internationaal verband. Waarom is het ene nu zoveel belangrijker?”

Datzelfde geldt voor niet-westerse kunst, voor de laureaten. „Daarom komen er ook wel eens bij onze prijzen dingen waarvan wij vanuit het Westen zouden zeggen ‘huh, wat is dat?’ Dat is juist mooi: het is dáár van waarde. Misschien daagt het ons uit om nieuwsgieriger te zijn.”

Misschien is dat het antwoord op de vraag: wat heeft Nederland aan prijzen voor buitenlandse cultuurdragers: de wederkerigheid. Toen zijn vader dat propageerde, was het „bijna activistisch” om te zeggen. „Toen moest je mensen overtuigen dat wederkerigheid belangrijk was. Ik denk dat die nu vanzelfsprekender is. Wij begrijpen dat wij ook niet alle antwoorden hebben.”