Opinie

Met stoere taal over vluchtelingen schiet Europa niets op

Afghaanse crisis

Commentaar

Het Europese medelijden met het lot van de Afghanen is van korte duur geweest. Vorige week kwamen asielministers bijeen in Brussel om de situatie in Afghanistan te bespreken. Zij kwamen naar buiten met een harde boodschap: Afghaanse vluchtelingen zijn niet welkom. De ministers willen geen herhaling van de „ongecontroleerde, grootschalige illegale migratiebewegingen uit het verleden”, een verwijzing naar 2015, toen meer dan een miljoen, vooral Syrische vluchtelingen naar de EU kwamen. Ook waarschuwen ze voor „nieuwe veiligheidsrisico’s voor EU-burgers”. Om Afghanen te ontmoedigen, komen er informatiecampagnes.

Lees ook: EU-landen willen Afghaanse vluchtelingen gaan tegenhouden

Ook demissionair premier Mark Rutte (VVD) maakte duidelijk dat Afghanen „die geen enkele band met ons land hebben” niet zomaar kunnen komen, anders dan bijvoorbeeld Afghanen die voor Nederland hebben gewerkt in Kabul. Net als de ministers in Brussel hamert Rutte op het belang van opvang in de regio. Wie Afghanistan weet te ontvluchten en geen direct gevaar meer loopt, moet in omliggende landen blijven.

De harde Europese opstelling is om meerdere redenen problematisch. Om te beginnen is het nog niet gezegd dat Afghanen in grote getalen de Europese Unie zullen bereiken. Afghanistan ligt, anders dan Syrië, niet bij de EU ‘om de hoek’. Afghanen hebben vaak niet de (financiële) middelen om mensensmokkelaars te betalen. Turkije heeft de eigen grenzen flink versterkt en weert Afghanen actief, onder meer met een hard uitzettingsbeleid.In 2019 werden volgens de Verenigde Naties 23.000 Afghanen gedeporteerd.

Veruit de meeste vluchtelingen worden bovendien al in de regio opgevangen. In Pakistan en Iran zitten meer dan 2,5 miljoen Afghaanse vluchtelingen, volgens cijfers van de UNHCR. Je kunt zeggen: regeren is vooruitzien. Dat er nu niet veel Afghanen komen, betekent niet dat dit over een aantal jaren nog steeds zo is, als de uitzichtloosheid in Iraanse of Pakistaanse opvangkampen alsnog te groot wordt. Er kan ook altijd iets onverwachts gebeuren: de Wit-Russische autocraat Aleksandr Loekasjenko verraste de EU door vluchtelingen naar Minsk te laten vliegen en ze vervolgens richting EU-grens te dirigeren.

Lees ook: Hoe 32 Afghanen al wekenlang vastzitten in het niemandsland tussen Wit-Rusland en Polen

Toch voelt de stoere taal vanuit Europa ongemakkelijk. Juist van beleidsmakers mag worden verwacht dat ze problemen niet groter of fundamenteel anders voorstellen dan ze zijn. Oproepen tot meer opvang in de regio klinkt goed richting de eigen kiezers, maar is op basis van de harde data bijna pervers. Het wekt bij het Europese publiek de onterechte indruk dat dáár niet zoveel wordt gedaan. Steun zoeken voor vluchtelingenbeleid is niet gemakkelijk, maar zal zeker niet gevonden worden door vluchtelingen meteen in verband te brengen met mogelijk terroristisch gevaar.

Na een jarenlange militaire aanwezigheid in Afghanistan heeft ook Europa een verantwoordelijkheid richting de regio. Neem die serieus. Als opvang in de regio zo belangrijk wordt gevonden, moeten daar ook voldoende financiële middelen tegenover worden gezet. Dat gebeurt niet. VN-organisaties die zich met opvang bezighouden, hebben voortdurend geldgebrek. Europa schiet ook zwaar tekort in het hervestigen van de meest kwetsbare vluchtelingen uit de overvolle opvangkampen, onder het VN-programma dat hiervoor bestaat. Door zelf meer vluchtelingen op te nemen zou goodwill worden gekweekt in die landen waar nu al de meeste vluchtelingen zijn en waar de EU zelf ook een extra inspanning van verwacht. Dat levert meer op dan stoere praat.