Necrologie

Jean-Paul Belmondo: charmante held in komische actiefilms

Jean-Paul Belmondo 1933-2021 De Franse acteur straalde een zorgeloze mannelijkheid uit: romantisch en rebels, charmant en gevaarlijk. Met zijn films trok Jean-Paul Belmondo in de jaren 60 en 70 een groot publiek.

Acteur Jean-Paul Belmondo in 2012.
Acteur Jean-Paul Belmondo in 2012. Foto PATRIK STOLLARZ

Een ondeugende glimlach om de mond, met daarin het liefst een sigaar. Dat was in de jaren zestig en zeventig het beeld van acteur Jean-Paul Belmondo dat in de hoofden van menig filmfan werd gegrift. De overleden filmster was met zijn komische actiefilmrollen in die jaren een grote kassamagneet, samen met vriend en rivaal Alain Delon. Belmondo overleed maandag. Hij werd 88 jaar.

Belmondo stond garant voor plezierig amusement en speelde helden waar je al snel om gaf: charmant, sexy, grappig en een beetje anti-autoritair. Rebelse en coole helden waren het, die de hele wereld over reisden en op allerlei exotische locaties komische avonturen beleefden, met een knappe vrouw nooit ver uit zicht. Belmondo vertegenwoordigde een zorgeloos soort mannelijkheid die zich vooral uit in avontuurlijke atletiek en fysiek acteren, en die niet naar binnen slaat zoals bij de broeierige Delon. Belmondo deed ook het liefst zijn eigen stunts, het publiek dat naar zijn ironische avonturenfilms ging wist wat het van hem kon verwachten: actie, een kwinkslag, meer actie en wat grappen en grollen. Zijn stuntcapriolen waren gedurfd maar ook altijd gracieus. Zijn training als bokser, begin jaren vijftig, kwam hem daarbij van pas. Die boksachtergrond verraadt ook de herkomst van zijn karakteristieke neus.

Bokser

Jean-Paul Belmondo werd op 9 april 1933 geboren in een artistiek gezin, zijn vader Paul Belmondo was beeldhouwer. Belmondo trainde als bokser, en speelde een aantal boksmatches, maar ging in 1952 studeren aan de prestigieuze Conservatoire National Superieur d’Art Dramatique. Het verhaal gaat dat hij uit onvrede over zijn afstudeerbeoordeling in 1956 zijn middelvinger naar de jury opstak. Het begin van zijn rebelse imago als ‘bad boy’.

Voor hij een groot publiek trok met zijn magnetisme was Belmondo de lieveling van de nouvelle vague, de Franse filmstroming die de filmwereld eind jaren vijftig opschudde met frisse films die vaak op locatie werden gedraaid. Belmondo kreeg de hoofdrol in Jean-Luc Godards À bout de souffle (1960), de film die exemplarisch is voor de nouvelle vague. Hierin speelde hij een naar Humphrey Bogart gemodelleerde crimineel die iets krijgt met een Amerikaanse in Parijs. Rol en imago vallen perfect samen: Belmondo is romantisch en rebels, charmant en gevaarlijk, met een sigaret die nonchalant tussen de wat vlezige lippen bungelt. Zijn nonchalante verschijning en kwajongensachtige bravoure vielen op, evenals zijn naturelle spel; hij beschikte over ‘de gave’. Rollen in andere nouvelle-vaguefilms volgden, waaronder Pierrot le fou (Godard, 1965), Moderato cantabile (Peter Brook, 1960) en drie misdaadfilms van Jean-Pierre Melville. In Melvilles Léon Morin, prêtre speelde hij een priester, een sterk staaltje tegencasting.

Franse James Bond

Begin jaren zestig had ‘Bebel’ genoeg van al die artistieke films en verzette hij zijn koers richting licht ironische avonturenfilms als Cartouche (1962), L’homme de Rio (1964, een soort Franse James Bond) en Le cerveau (1969), met incidenteel nog een auteursfilm als Truffauts La sirène du Mississippi (1969). In 1972 richtte Belmondo zijn eigen productiemaatschappij op, vernoemd naar zijn (Italiaanse) grootmoeder: Cerito Films. Cerito produceerde ook Stavisky van auteursregisseur Alain Resnais, maar ondanks Belmondo’s hoofdrol – zijn vijftigste – flopte deze. Na die flop maakte hij alleen nog maar mainstreamfilms, waaronder het populaire Le magnifique (1973) en Le professionel (1981). Stripachtige actiefilms waarin Belmondo dichter bij Roger Moore staat dan bij Sean Connery.

Omdat zijn Engels niet zo goed was en omdat hij het ook niet ambieerde, deed Belmondo nauwelijks mee in Amerikaanse films. Samen met Alain Delon maakte hij de nostalgische gangsterfilm Borsalino (1970), waarbij Belmondo Delon, de producent van Borsalino, aanklaagde wegens contractbreuk. Belmondo won maar bleef bevriend met Delon.

De films waarin hij optrad werden meer en meer formulewerk, hij werd ouder en strammer en midden jaren tachtig was hij minder populair, waarna Belmondo terugkeerde naar het theater, waar hij zijn loopbaan begon. Hij had succesvolle toneelrollen in Kean (1987) en Cyrano de Bergerac (1990). De César die hij in 1989 kreeg voor zijn rol in Claude Lelouch’ Itinéraire d’un enfant gâté haalde hij niet op, naar verluidt omdat de beeldhouwer van het Césarbeeldje (César Baldaccini) ooit iets lelijks over zijn vader zei. In 2001 kreeg hij een beroerte waardoor hij het noodgedwongen rustiger aan moest doen. Zijn comebackfilm, Un homme et son chien (2008), had weinig succes.

Belmondo schermde zijn privéleven zo veel mogelijk af. In 1952 trouwde hij met jeugdliefde Elodie Constant, met wie hij drie kinderen kreeg voor het huwelijk in 1968 stukliep, onder meer door zijn langdurige affaire met actrice Ursula Andress (1965-1972). Daarna had hij een verhouding met de Italiaanse actrice Laura Antonelli (1972-1980). In 2002 trouwde hij opnieuw en een jaar later kreeg hij een vierde kind. In 2008 begon hij een affaire met de 34 jaar jongere, voormalige Playmate Barbara Gandolfi, een relatie die in 2012 tot een einde kwam. Daarna bleek dat zij en haar zakenpartner Belmondo hadden opgelicht.

In 2011 kreeg hij op het filmfestival van Cannes een ere-Gouden Palm voor zijn hele oeuvre, vijf jaar later gevolgd door een Gouden Leeuw op het filmfestival Venetië voor zijn loopbaan, zo’n tachtig films.