Opinie

Groene groei is niet de enige weg naar een schone toekomst

Toekomstvisie Rijke landen geloven in ‘groene groei’. Maar kun je met economische groei klimaatverandering eigenlijk wel bestrijden, vragen Thomas Franssen en Mandy de Wilde zich af.

Een mijn waar koper en cobalt gewonnen wordt bij Kolwezi in Congo
Een mijn waar koper en cobalt gewonnen wordt bij Kolwezi in Congo Foto Aaron Ross/Reuters

Wetenschappelijke kennis is van grote waarde voor de klimaatcrisis. Ze biedt inzicht in de effecten van het menselijk handelen op klimaat en natuur en draagt daarmee bij aan klimaatbeleid. Wetenschappelijke onderzoeksvragen en -doelen ontstaan echter niet in een vacuüm. Ze hangen nauw samen met toekomstvisies. Dat geldt zowel in de sociale wetenschappen als in de natuurwetenschappen.

Dat is op zichzelf geen probleem. Wij pleiten hier niet voor een ‘waardevrije’ wetenschap. Maar juist voor een wetenschap die vol waarde is, zich daar ook bewust van is en zich daar rekenschap van geeft. Nu milieuvervuiling en klimaatcrisis wereldwijd oprukken, wordt het hoog tijd om één de toekomstvisie die op dit moment het Europese klimaatbeleid en grote delen van de wetenschap vormgeeft eens onder de loep te nemen: die van een groene en schone energie.

De groene economie drijft op de volgende gedachte: door middel van technologische innovatie kan economische bedrijvigheid toenemen terwijl het gebruik van grondstoffen en CO2-emissies afneemt. De economie groeit dus nog steeds maar nu op een ‘schone’ en ‘duurzame’ manier door de ontwikkeling en bouw van windmolens, zonneparken en andere ‘schone’ technologieën.

Geen pijnlijke keuzes

Deze groene groeistrategie is van grote invloed geweest op het vormgeven van het Parijse Klimaatakkoord en de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Politiek gezien is het natuurlijk een aantrekkelijke oplossing: politici kunnen het klimaat redden én economische groei blijven beloven. Er hoeven geen pijnlijke keuzes te worden gemaakt.

Een publicatie in het invloedrijke tijdschrift Nature Geoscience van afgelopen zomer laat heel mooi zien hoe deze toekomstvisie ook in de natuurwetenschappen doorwerkt. Amerikaanse en Australische aardwetenschappers schreven daar dat samenlevingen die willen omschakelen naar een schone energie afhankelijk zijn van innovatieve technologieën. Voor de productie van die technologieën zijn allerlei metalen nodig. Denk aan lithium en koper. En juist die grondstofvoorraden raken op. Maar niet gevreesd, als de tak van de wetenschap die zich onder andere bezighoudt met de fysieke samenstelling van de aarde, kan de geologie haar kennis en kunde inzetten en op zoek gaan naar kostbare metalen onder het aardoppervlak.

De publicatie liet zien dat grote metalen afzettingen alleen op plekken voorkomen waar de aardkorst heel specifieke kenmerken heeft. Een geweldige vondst voor de aardwetenschap, voor het Parijse Klimaatakkoord, maar ook voor de mijnbedrijven die met deze kennis het gebied waar ze moeten zoeken naar nieuwe afzettingen kunnen verkleinen. Althans, ‘geweldig’ voor wie meegaat in deze schone toekomstvisie.

Groene groei gaat uit van een ‘ontkoppeling’ van economische groei en de uitstoot van CO2

Er zijn twee redenen om daar vraagtekens bij te plaatsen. Ten eerste is het nog maar de vraag of een snelle reductie van CO2-emissies met behoud van economische groei haalbaar is. De haalbaarheid van de groene-groeistrategie gaat uit van een ‘ontkoppeling’ tussen economische groei aan de ene kant en de uitstoot van CO2 en het gebruik van grondstoffen aan de andere kant. Maar er is geen empirisch bewijs voor een absolute ontkoppeling, waarbij dus de economie groeit terwijl de CO2-uitstoot en het grondstofgebruik daadwerkelijk afnemen.

Daarbij komt dat de mensheid maar beperkte tijd heeft om dit gedaan te krijgen. Alle toekomstscenario’s waarin die ontkoppeling lukt, maken gebruik van innovatieve technologieën om CO2 uit de atmosfeer te halen en op te slaan. Die technologieën zijn echter nog niet beschikbaar. Andere technologische oplossingen zoals geo-engineering zijn zeer omstreden. Een experiment van Harvard is stopgezet na protesten van milieuorganisaties wereldwijd.

Ten tweede leiden innovatieve technologieën die in westerse landen gepropagandeerd worden vaak op andere plekken tot vervuiling. Alleen het wijdverbreide gebruik van hoogtechnologische systemen kan de ‘groene groei’ bewerkstelligen. De sleutel tot het ontwikkelen en produceren van zulke technologieën, bijvoorbeeld elektrische auto’s, zijn metalen. Het delven van deze metalen heeft grote gevolgen voor de gebieden waar ze gedolven worden. Dit stelt ons dus voor een nieuw dilemma. De economie van schone energie is misschien wel schoon in Europa maar vuil in Chili, China, of Groenland, waar metalen gedolven worden onder vaak erbarmelijke werkomstandigheden en met grote gevolgen voor het milieu daar.

Wij pleiten daarom voor het verkennen van alternatieve toekomstvisies, zoals ‘ontgroei’. Wetenschappers die al jaren pleiten tegen de groene groeistrategie stellen dat we niet het extractieregime van de fossiele brandstoffen moeten inruilen voor dat van metalen. Ze onderzoeken hoe we op een goede manier kunnen leven met ‘radicaal’ minder grondstofgebruik.

Herstelbaarheid

In zo’n toekomstvisie zijn technologieën ook belangrijk, maar zijn het vaak juist laagtechnologische systemen die een grote rol spelen. Technologieën worden geëvalueerd vanuit de vraag of ze de basis kunnen vormen voor ecologisch duurzame relaties tussen de mens en de aarde, bijvoorbeeld door herstelbaar te zijn mochten ze kapotgaan. Ze verkiezen daarom de fiets en compostbak boven de elektrische auto en biomassacentrale.

Deze toekomstvisie roept andere wetenschappelijke vragen op dan die van de groene groei. We pleiten daarom voor wetenschap die zich bewust aan bepaalde toekomstvisies committeert en vanuit daar haar vragen formuleert. Een brede discussie over de toekomstvisies waarop (klimaat)wetenschap én klimaatbeleid zijn gebaseerd, leidt hopelijk tot een breder palet aan inspirerende visies op de toekomst. Om te voorkomen dat groene groei als onvermijdelijk wordt gepresenteerd.

Dit is een bewerking van een artikel dat verscheen in Nature Geoscience.