Opinie

De dictatuur was nog nooit zo ver weg

Marcel van Roosmalen

Wat een zondag! Het voelde als de Apocalyps waar we met z’n allen al meer dan anderhalf jaar naar toe werken. Op het circuit van Zandvoort zong Davina Michelle een nieuwe, tokkie-bestendige versie van het Wilhelmus. Het volkslied teruggebracht tot vier, voor iedereen begrijpelijke zinnen. Gezongen met schorre stem en lekker lange pauzes, makkelijk mee te schreeuwen vanaf de tribunes. Wat werd hier gevierd?

Dat behalve cultuur alles weer kan in ons land.

Interview met de Koning, direct na afloop van The Dutch GP, hij had op de tribunes van zijn neef heerlijk met zonnebril tegen de zon in zitten kijken naar iets wat eigenlijk alleen op televisie te volgen is: „Een waanzinnig evenement dat Nederland van zijn beste kant heeft laten zien.”

Geweldige zin.

Uitgesproken voor tribunes vol oranje, helemaal in ‘gek-gekker-gekst’-sferen.

Zou dat wereldwijd echt de gedachte zijn?

Zouden ze elkaar in Montreal, ik noem maar een willekeurige wereldstad, echt aanstoten en zeggen: ‘Kom eens kijken jongens, Nederland laat zich weer eens van zijn beste kant zien’?

En dan zien wat wij zien.

Max Verstappen met een Nederlandse vlag om het lichaam gevouwen.

Trots op ons!

Een half uurtje verderop, op de Dam in Amsterdam, begon een demonstratie waar ze voor het gemak al het ongenoegen – coronamaatregelen, de huizencrisis, de toeslagenaffaire, ‘Groningen’ – op een hoop gooiden om maar tot een grote menigte te komen. De gemeenschappelijkheid werd gevonden in ‘weg met de regering’. Een bonte stoet misfits trok door de stad, zichzelf vierend met elkaar. Daartussen Thierry Baudet (FVD) die vanaf een platte kar, waarop ook mensen stonden die zichzelf een Jodenster hadden opgespeld omdat ze de Jodenvervolging gelijkstellen aan coronamaatregelen, waarschuwde voor een dictatuur. Op Twitter had RTL Nieuws-lezer Jan de Hoop ook al gezegd dat ‘we’ op weg zijn naar een dictatuur als er bij uitgaansgelegenheden en bioscopen gevraagd gaat worden naar een vaccinatiebewijs. Dan lees je al jaren teksten over Afghanistan, Irak en Syrië voor en dan kom je tot deze conclusie.

Ik zag juist het omgekeerde.

De dictatuur was nog nooit zo ver weg.

De mensen die het hardst voor Thierry klapten zouden in een beetje dictatuur als eerste een straatverbod krijgen. De idioten vieren feest bij het circuit of gaan de straat op om te roepen dat ze niets meer mogen, de rest kijkt ernaar en wacht tot het weer voorbij is. De angst voor een dictatuur is ongegrond, onze democratie is veel enger.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.