Opinie

De sluiting van Tata? Da’s een fata morgana

Menno Tamminga

De tegenstelling in de economie wordt steeds omineuzer. Rokende schoorstenen raken in een existentiële crisis, terwijl ronkende beursrecords de gewoonste zaak van de wereld lijken te zijn geworden. Anders gezegd: de industriële economie kijkt in een donker gat, de financiële economie gaat door het dak. Staalproducent Tata in IJmuiden (8.000 werknemers) is een bedreiging voor de volksgezondheid geworden.

Lees ook:Nieuw RIVM-rapport zet bestaansrecht Tata Steel op politieke agenda

Olie- en gasgigant Shell verkeert in feite in een vergelijkbare positie en moet op last van de rechter in Den Haag pronto maatregelen nemen.

Daartegenover staan de uitzonderlijke stijging van huizenprijzen, de ultralage rente en het idee dat cryptovaluta ons allen heil zullen brengen. Al is het aanmaken van die crypto’s een energieslurper vanjewelste.

De beursgraadmeter van Euronext Amsterdam, die er meer dan twintig jaar over deed om dit voorjaar het oude record van 702 punten te doorbreken, koerst nu naar 800 punten.

Welkom terug in de wondere wereld van de economie. Waarom zou je nog iets máken als je geld met geld kunt verdienen? En dat is, op het gevaar af dat deze woorden als reclame worden verstaan, lucratiever en democratischer dan aan de vooravond van 2008, toen een financiële crisis de economie een kopje kleiner maakte. Lucratiever omdat de rente zo laag is. Democratischer omdat iedereen nu mee kan doen met daghandel en Robinhood-apps, niet alleen gevestigde financiële partijen zoals (zaken)banken en hun handelaren.

De existentiële dreiging voor Tata en de rechterlijke bemoeienis met de strategie van Shell illustreren de karakterverandering van de industrie die op gang komt. Wie in of ten behoeve van de digitale economie werkt, kan zijn lol niet op. Chipmachinefabrikant ASML is op de beurs ruim tweemaal zoveel waard (306 miljard euro) als Shell.

Wie in of voor de duurzame economie werkt, is nu deel van de karakterverandering van de industrie.

De achterblijvers zijn de door de fossiele brandstof gevoede industriële energieslurpers en uitstoters van CO2. Dat is niet alleen Tata. De vervuilers zitten langs de flanken van Nederland, meestal dicht bij havens: Moerdijk, Terneuzen, Delfzijl.

Hulp is onderweg. Politiek Den Haag wordt steeds duidelijker de energieke wegenwacht voor fossiele grootverbruikers die dreigen te stranden. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zet staatsbedrijf Gasunie in. Gasunie maakt haar landelijke net van pijpleidingen geschikt voor waterstof voor industriële gebruikers. Kosten: zo’n 1,5 miljard euro.

Afgelopen week volgde het Nationaal Groeifonds. Dat heeft in vijf jaar 20 miljard euro te besteden voor de economie van de toekomst. Het fonds geeft definitief 73 miljoen euro voor project Groenvermogen, een plan van de bedrijfstakken energie, chemie en technologie om de invoering van waterstof te versnellen. Daarmee moet de industrie schoner produceren. Voor vervolgprojecten staat 265 miljoen euro klaar. De radertjes ten bate van de industrie beginnen langzaam te draaien. Alleen daarom al is sluiting van Tata een fata morgana.

Nederland wil niet afhankelijk worden van het buitenland, is een veelgehoorde politieke opvatting. Sluiting van Tata zou betekenen dat Nederland „voor staal afhankelijk wordt van landen als China en India en het klimaat er uiteindelijk niets mee opschiet”, zei PvdA-Kamerlid Joris Thijssen in het FD. Het punt is: Nederland ís al afhankelijk van, in dit geval, India. De eigenaar van Tata zetelt in Mumbai. Voordat politici in hun dadendrang geld vrijmaken, komt de vraag op tafel: hoeveel financiert de aandeelhouder?

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.