Aantal universiteitsstudenten dat uit huis gaat nam toe in 2020

Studentenkamers Tussen 2017 en 2019 betrokken steeds zo’n 22.000 studenten een kamer in de stad waar ze zich bij een universiteit inschreven, in 2020 waren dat 25.900 studenten.
Studenten verhuisden vooral naar Amsterdam, Utrecht, Leiden, Delft en Rotterdam.
Studenten verhuisden vooral naar Amsterdam, Utrecht, Leiden, Delft en Rotterdam. Foto Peter Hilz/ANP

In 2020 verlieten meer universiteitsstudenten hun ouderlijk huis om in een studentenstad te gaan wonen dan in de jaren ervoor. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tussen 2017 en 2019 betrokken jaarlijks zo’n 22.000 studenten een kamer in de stad waar ze zich bij een universiteit inschreven, in 2020 waren dat 25.900 studenten. De meesten gingen op zichzelf wonen in Amsterdam, Utrecht, Leiden, Delft en Rotterdam.

De toename van het aantal studenten dat verhuisde heeft volgens het CBS te maken met de gevolgen van de coronacrisis. Het slagingspercentage was in 2020 bijna 100 procent. Het aantal jongeren met een vwo-diploma, dat toegang geeft tot een universitaire opleiding, steeg daardoor sterk. Een groot deel van de jongeren die van plan waren een tussenjaar te nemen, zag daar in 2020 vanaf omdat reizen nog niet mogelijk zou zijn en schreef zich in plaats daarvan in voor een opleiding. Dat bleek uit onderzoek van het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, waar het CBS naar verwijst.

Het aantal studenten dat uit huis ging nam ook in relatieve zin toe, staat in het rapport. Dat heeft volgens hoofdsocioloog Tanja Traag van het CBS vermoedelijk te maken met de woonruimte die in grote studentensteden vrijkwam, doordat er in 2020 nauwelijks internationale studenten en expats naar Nederland kwamen. „Die ruimte is waarschijnlijk opgevuld”, zegt Traag. „We zijn benieuwd te zien of het een blijvend effect is.”