Toen reed de veegzuigtruck achteruit, over twee wegwerkers heen

De Zitting Bij werkzaamheden aan kapot asfalt kwam een wegwerker om het leven en raakte een collega ernstig gewond. Wie was verantwoordelijk?

De Zitting

Thuis op de boerderij had de wegwerker nog met zijn ouders het achtuurjournaal gekeken. Daarna zou hij met een maat op de A1 vlakbij Holten het ‘wegdek inmeten’. Het was donker, de snelweg was afgezet zodat wegenbouwbedrijf Dostal B.V. het kapotte asfalt kon herstellen. Frezen, zuigen, meten, cleanen, kleven, plakken – in die volgorde.

Zodra het gefreesde asfalt eraf ligt, lopen de wegwerker en zijn collega de snelweg op. Ze dragen allebei reflecterende jassen, een verlichte helm en houden het tegemoetkomende verkeer in de gaten, precies zoals de veiligheidsinstructies voorschrijven. De één steekt een gps-meetstok in het asfalt, de ander staat ernaast en noteert de gegevens op een tablet. Totdat een veegzuigwagen met rolbezem sissend en proestend achteruit rijdt, over de mannen heen.

„In mijn achteruitkijkspiegel zie ik ineens een helm vliegen”, bekent de truckchauffeur na afloop ontdaan. De 23-jarige gps-werker kwam om het leven, zijn tien jaar oudere collega raakte zwaar gewond. En nu, twee jaar later, moet hun werkgever zich bij de economische strafkamer verantwoorden.

„Onverteerbaar” vindt de directeur-bestuurder van het wegenbouwbedrijf dat. Hij betreurt het ongeval. Maar hij vindt ook dat „de verkeerde partij in het beklaagdenbankje zit.” Niet hij, maar de chauffeur van de wegdekreiniger en diens werkgever – een onderaannemer – hebben het bedrijfsongeluk veroorzaakt. „De achteruitrijdende veegwagen was fout. Hij heeft spiegels, camera’s, bewegingssensoren, zelfs een noodstop. Hoe kan het dat hij onze werknemers helemaal nooit gezien heeft?”

De truckchauffeur ziet in zijn achteruitkijkspiegel ‘ineens een helm vliegen’

Het gaat de rechtbank niet alleen om de twee fatale seconden, werpt de voorzitter tegen. Het gaat ook om de verplichte voorzorgsmaatregelen, risico-inschatting en beslissingen vooraf. Het was immers zijn wegenbouwbedrijf dat de klus van Rijkswaterstaat had aangenomen. „De truckchauffeur kreeg in het werkproces van Dostal de opdracht achteruit te rijden.”

En over opletten gesproken: „Hoeveel ogen heeft een mens?”, vraagt de voorzitter zich af. Ze somt op wat de twee metende wegwerkers op hun beurt allemaal in de gaten moesten houden: gps-meter, iPad, tegemoetkomend snelwegverkeer, plus het werkverkeer in hun eigen werkvak. Het lawaai van de snelweg overstemde de geluidsignalen van de achteruitrijdende truck.

De officier van justitie wil weten: „In het werkvak werd tegelijkertijd met een vrachtwagen geveegd en te voet gemeten. Had Rijkswaterstaat die werkwijze verplicht?”

Noodzakelijk was het niet, antwoordt de directeur. Maar er zat tijdsdruk op. Want Rijkswaterstaat eiste dat de snelweg niet te lang zou worden afgezet. Zodoende gebeurde het vegen en inmeten gelijktijdig. „Maar na het ongeval werd dit verleden tijd. We hebben met Rijkswaterstaat een nieuwe governance code afgesproken.”

Voor de officier staat vast: dit bedrijfsongeluk had voorkomen kunnen worden als het wegenbouwbedrijf het vegen en meten na elkaar had gepland. „De wegenbouwer heeft een onveilige werksituatie gecreëerd en de zorgplicht verzuimd. Die verantwoordelijkheid kan Dostal BV niet afschuiven op de truckchauffeur.” Ze eist 100.000 euro boete waarvan 40.000 euro voorwaardelijk.

Mijn cliënt heeft artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet overtreden, erkent de advocaat. Alleen: primaire veroorzaker blijft de chauffeur. Waarom is zijn rijgedrag nooit onderzocht? Hoe kan hij beide wegwerkers over het hoofd hebben gezien? Al drie kwartier reed hij vegend in het werkvak heen en weer voordat de twee onder zijn truck terechtkwamen. En tegenover de politie ontkent hij dat hij met zijn privételefoon heeft gebeld, maar uit de zendmastgegevens blijkt een actieve internetverbinding van liefst 2,5 uur.

De nabestaanden op de tribune houden hun adem in. Maar de officier bijt terug: „De raadsman wil niet bagatelliseren, maar hakt wel in op de chauffeur.” Ze persisteert: „Als de twee inmeters niet tegelijk met de veegwagen in hetzelfde vak aan de slag waren geweest, was dit afschuwelijke ongeluk nooit gebeurd.”

De rechtbank volgt de argumentatie van de officier en houdt de wegenbouwer verantwoordelijk voor het ongeluk. Het bedrijf was volgens de Arbowet wel degelijk ook werkgever van de truckchauffeur en moet 50.000 euro boete betalen voor het verzaken van de zorgplicht. „De slachtoffers hadden nooit te voet in hetzelfde vak mogen werken waar ook de veegzuigwagen bezig was, waardoor zij werden overreden.”