De Nederlandse sprinter Fabio Jakobsen won drie etappes en het puntenklassement in de Ronde van Spanje. „Dit is het hoogtepunt in mijn carrière.”

Foto Tim de Waele/Getty Images

Interview

Fabio Jakobsen: ‘Ik hoop een inspiratie voor anderen te zijn’

Ronde van Spanje Fabio Jakobsen overtreft zichzelf in de Vuelta, een jaar na een bijna fataal ongeluk. Hij wint drie etappes en het puntenklassement.

Met een glimlach op zijn gezicht stapt Fabio Jakobsen zondag om 17.03 uur op zijn fiets voor de laatste 33,8 kilometer van La Vuelta a España. De ronde, die op zaterdag 14 augustus voor de kathedraal van Burgos begon, eindigt via een omweg van 3.417 kilometers in bedevaartsoord Santiago de Compostela. De 25-jarige Nederlandse wielrenner straalt in zijn groene pak op zijn groene fiets tussen de pelgrims. Zijn zware lijdensweg wordt beloond met drie etappezeges en de groene trui als winnaar van het puntenklassement. „Dit is het hoogtepunt in mijn carrière. Al met al is het wel heel bijzonder”, zegt Jakobsen. Hij houdt even stil en vervolgt dan: „Ik denk wel dat ik door iemand ben geholpen.”

Jakobsen heeft alle reden om na de 76ste Ronde van Spanje een bezoekje te brengen aan de kathedraal van Santiago de Compostela. „De afgelopen weken zag ik door heel Spanje heen steeds de bordjes naar Santiago staan. Dat gaf kracht. Ik geloof wel in de Heer, maar als God het niet is geweest dan komt het door de steun van alle mensen om me heen”, zegt de sprinter van Deceuninck–Quick-Step in een telefonisch vraaggesprek met NRC. „Ik zal een kaarsje branden uit dankbaarheid. En dan in eerste instantie omdat ik er nog ben.”

En daarmee gaat Fabio Jakobsen, vernoemd naar de in 1995 in de Tour de France overleden Italiaan Fabio Casartelli, in gedachten terug naar 5 augustus 2020. In een sprint om een etappezege in de Ronde van Polen wordt hij door zijn landgenoot Dylan Groenewegen (Jumbo-Visma) met zo’n 85 kilometer per uur de hekken in gereden. Jakobsen komt zo hard ten val dat voor zijn leven wordt gevreesd. Artsen van het Radboud UMC in Nijmegen reconstrueren zijn kaken met botten uit zijn bekkenkam. „Vorig jaar koesterde ik alleen een kleine hoop dat ik ooit weer zou kunnen fietsen”, legt hij uit.

Loodzware revalidatie

Tijdens een loodzware revalidatie, waarbij hij eerst als ‘mens’ moet zien te herstellen, stelt Jakobsen zijn eigen doelen. Zo is hij al heel blij dat hij in januari bij de presentatie van de ploeg kan zijn. In april maakt de sprinter zonder grote verwachtingen zijn rentree in de Ronde van Turkije. Maar als hij in juli twee etappes in de Ronde van Wallonië wint is het geloof weer terug. „Opeens voelde ik daar een klik”, zegt hij terugblikkend. „Ik sprintte weer als vanouds.”

Het plan om tijdens de Vuelta mee proberen te doen in de massasprints wordt bijgesteld. Een ritzege is het doel. Nadat hij in de tweede etappe nog net de Belg Jasper Philipsen voor zich heeft moeten dulden, slaat Jakobsen twee dagen later in Molina de Aragón toe. ‘De Hulk van Heukelum’ is nu écht terug. „Na die tweede plaats voelde ik dat er meer in zat”, vertelt Jakobsen. „Dat kwam eruit. Het was geweldig om te zien hoe de mensen mij dit gunden. En dat begrijp ik wel. Ik heb laten zien dat met wilskracht heel veel mogelijk is. Ik hoop een inspiratie voor anderen te zijn.”

Jakobsen besluit zijn ambities wederom bij te stellen. De groene trui is het nieuwe doel. En als hij ook de etappes in El Mar de Menor en Santa Cruz de Bezana op zijn naam schrijft wordt dat opeens realistisch. „Sommigen hadden misschien gedacht dat ik met angst in mijn hoofd zou sprinten, maar daar heb ik geen last van”, legt Jakobsen uit. „Dat wil niet zeggen dat ik roekeloos ben. Ik heb vertrouwen in mijn eigen inzicht. Het gaat of het gaat niet. Ik knijp soms ook in de remmen. Maar als het niet nodig is, dan niet. Want ‘net goed’ is niet fout. Ik ben nooit een gevaarlijke sprinter geweest. In Polen deed ik ook niks verkeerd. Ik wilde daar gewoon winnen. Waarom zal ik angstiger zijn geworden na die val? De schuld lag toch niet bij mij?”

Jakobsen is naar eigen zeggen als mens en als renner wel wijzer geworden van het ongeluk. „Ik kan nu alles beter relativeren. Het leven is te kort om rancuneus te zijn. Maar wat Dylan heeft gedaan, kan natuurlijk niet. Dat hoort niet te gebeuren in de sport. Als er nu een sprinter voor me rijdt die van zijn lijn afwijkt, dan hou ik echt wel in. Dat is wel een les die ik heb geleerd. Maar ik heb voldoende vertrouwen in mijn collega’s. Iedereen wil winnen, maar niemand is erbij gebaat als we elkaar de hekken in rijden.”

Concullega’s

Jakobsen noemt de andere sprinters uit het peloton zijn ‘concullega’s’. „Met sommigen bouw je een band op en met anderen zoals Dylan heb ik weinig tot niks”, legt hij uit. „Je geeft elkaar tijdens een sprint niets cadeau, maar ik gun al mijn concurrenten het beste.” En dan zegt hij lachend: „Je kunt soms ook maar beter vrienden zijn. Vaak heb je elkaar een dag na een sprint nodig om de bergen door te komen.”

Jakobsen moet even nadenken over de vraag wat hem meer moeite kost: een sprint winnen of een Spaanse berg bedwingen. „Het is lastig te vergelijken”, zegt hij. „Bij een sprint zorgt een hevige korte inspanning voor verzuring en misselijkheid. Maar dat is na een paar minuten weer weg. In de bergen ben je uren pijn aan het lijden. Maar wat voor de pelgrims naar Santiago geldt, dat geldt ook voor mij: zonder afzien geen prestatie.”