De studie economie gaat maar moeizaam mee met de tijd

Universiteiten Vernieuwing van het economieonderwijs wilden ze, de mensen achter Rethinking Economics. Meer aandacht voor maatschappij en milieu. Maar zo snel gaat dat niet.

Collegezaal van de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, in 1958.
Collegezaal van de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam, in 1958. Foto Cas Oorthuys / ANP

Na de economische crisis van 2008 kwam er wereldwijd kritiek op het economieonderwijs: de economen hadden die ramp niet of nauwelijks zien aankomen. In Nederland kreeg het debat een extra impuls toen een kritisch rapport de bacheloropleidingen economie aan de Nederlandse universiteiten te eenzijdig, wiskundig en theoretisch noemde.

En nu, drie jaar na dat rapport, is aan het begin van het nieuwe academische jaar nog steeds weinig vernieuwing zichtbaar, zo blijkt uit een rondgang van deze krant. Het gebeurt wel, maar nauwelijks in de drie toonaangevende economiefaculteiten. De Universiteit van Amsterdam (UvA), de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit van Tilburg laten het afweten.

Het eerste wat de kersverse student daar leert – net als aan de meeste economieopleidingen in de wereld – is dat mensen optimale keuzes maken, uit eigenbelang handelen en dat markten zelf-stabiliserend zijn. Dat lijkt logisch, maar de praktijk is vaak anders. Toch zijn dit dé drie aannames in de neoklassieke theorie, de dominante stroming binnen de economische wetenschap, en dus staan ze centraal in de bachelorprogramma’s aan de Nederlandse economiefaculteiten.

Rethinking Economics NL bracht hierover in 2018 het rapport Thinking like an Economist? uit. Deze club, RE:NL, is de Nederlandse tak van een internationaal gezelschap economen, docenten en studenten economie die het onderwijs in hun vak willen vernieuwen, met meer oog voor maatschappij en milieu. Liefst 86 procent van de bachelorvakken in de economische theorie, zo inventariseerde RE:NL, was gewijd aan onderwijs in de neoklassieke economie. Naar gedragseconomie ging 4 procent van de aandacht uit, naar andere stromingen nog veel minder.

In de methodevakken ging zelfs 98 procent van de onderwijstijd naar kwantitatieve onderzoeksmethoden als statistiek. Kwalitatief onderzoek, zoals interviews, kwam nauwelijks aan bod.

Voor het economieonderwijs in zijn algemeenheid gold vooral dat het sterk theoretisch was, oordeelde RE:NL. Bij driekwart van de vakken ging het enkel om concepten of modellen en ontbrak aandacht voor de ‘echte’ economie.

Nieuwe geluiden

Volgens Joris Tieleman, mede-oprichter van RE:NL, staat het eenzijdige economieonderwijs op de universiteiten oplossing van maatschappelijke problemen in de weg. „Zo komen veel milieuproblemen uiteindelijk door de enorme productiedrift van het kapitalisme. Dat systeem moeten we heus niet afschaffen, maar we moeten wel leren omgaan met de problemen die het met zich meebrengt.”

De focus van docenten ligt niet op vernieuwing van het onderwijs

De vraag rijst dan of er niets is veranderd in het curriculum van de Nederlandse economiefaculteiten. Een rondgang en gesprekken met zes (vice)decanen en acht andere medewerkers tonen wel verschillen tussen de universiteiten. Vooral de Radboud Universiteit in Nijmegen, de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam onderscheiden zich qua aanbod en ambities.

RE:NL schrijft de Radboud de meest diverse benadering toe; het programma van deze universiteit belicht verschillende perspectieven en principes naast de neoklassieke leer. Utrecht heeft voor de eerstejaars een nieuwe onderwijsmethode ingevoerd die ook veelzijdiger is dan de oude lesboeken.

Arjen van Witteloostuijn, aan de VU decaan van de bedrijfskunde- en economiefaculteit, werkt aan een nieuwe opleiding: humane economie. Dat moet per 2023 een interdisciplinaire economiebachelor worden, dichter op de praktijk. De studie is specifiek gericht op de Nederlandse taal, context en samenleving. „Er komt meer aandacht voor kwalitatief onderzoek en andere niet-klassieke methoden”, zegt hij. „In plaats van vooral in abstracties te denken, zullen studenten gaan kijken naar echte mensen en organisaties.”

Tieleman erkent dat Nijmegen, Utrecht en de VU vooroplopen in de vernieuwing van het economieonderwijs. „Daar timmeren ze flink aan de weg, dat is mooi om te zien.”

Hij is vooral optimistisch over Van Witteloostuijns nieuwe bachelor. „De helft van de vakken die daar gegeven zullen worden, behandelt inhoud die wij ook voorstellen. Kijk, dat noemen wij nou dappere vernieuwers!”

Andere universiteiten staan overigens niet stil. Zo kent de Universiteit van Leiden sinds enkele jaren de masteropleiding Economics and Governance. Die is sterk gericht op de instituties in de ‘echte’ economie, zoals het Centraal Planbureau en de Belastingdienst. Het zojuist begonnen studiejaar brengt ook het vak gedragseconomie. Leidse economen werken bovendien aan een brede bacheloropleiding Economie en Samenleving.

Kritiek van de Grote Drie

Drie hoog aangeschreven economiefaculteiten ontbreken echter in het rijtje vernieuwers: die van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de universiteiten van Rotterdam en Tilburg. Ze zeggen wel degelijk met de tijd mee te gaan, maar echt vernieuwende vakkenpakketten hebben ze niet. Alleen bij de Erasmus ligt nu meer nadruk op gedragseconomie. Het onderwijs daarin is, samen met filosofie, van het derde naar het eerste jaar verplaatst.

Ook zeggen ze alle drie met name binnen de vakken veranderingen door te voeren. Zo geven ze aandacht aan economen als Thomas Piketty, gespecialiseerd in economische ongelijkheid, en Kate Raworth, bekend van de ‘donuteconomie’ die rekening houdt met de grenzen van wat de aarde aankan.

Lees ook Dit interview met de Franse ‘rockster-econoom’ Thomas Piketty

De UvA heeft in het derde jaar het keuzevak History of Economic Thought geïntroduceerd. Zo’n vak was aan de andere universiteiten al langer verplicht. UvA-docent Dirk Damsma vindt dat de vernieuwing van het economieonderwijs op zijn universiteit te langzaam gaat. „Dat vak is er alleen bijgekomen op voorwaarde dat Politieke Economie zou verdwijnen. Anders zou het zogenaamd ‘te pluralistisch’ worden.”

De Universiteit van Amsterdam stond ooit bekend om haar pluralistische aanbod, met verschillende principes en perspectieven, vertellen docenten die eraan afstudeerden. Dat veranderde door een reorganisatie, pakweg tien jaar terug. ‘Andersdenkende’ economen werden toen aan de kant gezet. Vier à vijf jaar geleden werd het eerstejaarsvak Principles of Economics & Business ingevoerd, én verplicht. Een verbetering omdat dit vak de diverse principes in de economie behandelt.

Damsma ziet het somber in voor studenten die andere perspectieven willen verkennen: „Ze kunnen na dit brede eerstejaarsvak niet dieper in die alternatieve theorieën duiken. Die mogen ze lekker in hun eigen tijd gaan bestuderen.”

Schuiven in het curriculum

Binnen de Erasmus School of Economics is vooral geschoven in het curriculum: filosofie en gedragseconomie zijn van het derde naar het eerste jaar verplaatst. „We willen dat studenten vroeg in het programma in aanraking komen met hoe mensen denken en tot keuzes komen”, zegt Brigitte Hoogendoorn, programmadirecteur van de bachelor economie. Daarnaast is de universiteit volgens haar aan de slag gegaan binnen de vakken. „Dat zie je niet in het curriculum terug, maar vakken worden wel degelijk anders vormgegeven.”

De Universiteit van Tilburg geeft aan sinds het rapport van RE:NL meer te doen aan ‘data-denken’, wat wezenlijk anders zou zijn dan wiskundige onderwijsmethoden. Ook zijn alle vakken en opleidingen gemoderniseerd. Daarom zouden geen nieuwe vakken of specialisaties opgezet hoeven worden.

Dat vernieuwing aan de toonaangevende economiefaculteiten relatief langzaam doorzet, heeft diverse oorzaken. Zo is introductie van een geheel nieuw bachelorprogramma, zoals bij de VU, een langdurig proces. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie moet zo’n studie goedkeuren, en let dan sterk op de vraag uit de arbeidsmarkt. Verder moet een universiteit de mensen in huis hebben die het nieuwe onderwijs kunnen geven. Slechts weinig economen blijken het theoretisch pluralisme, te beheersen.

Docenten zitten bovendien vast in een systeem, waarin ze vooral carrière maken door te publiceren in academische tijdschriften. Daardoor ligt de focus op hun onderzoek, niet op vernieuwing van het onderwijs. „Dat is een rat race waardoor ze het veel te druk hebben”, aldus Tieleman. „Docenten worden vooral beoordeeld op hun publicaties. Heel zonde, want je bereikt veel meer mensen in de collegezaal dan in zo’n vakblad.”

Specialisatie is goed

Sommige economen hebben ook kritiek op het rapport van RE:NL. Zo zegt een aantal docenten dat ze in colleges wel degelijk neoklassieke theorieën kritisch behandelen, wat je niet terugziet in de vakomschrijving. Extra vakken lossen de problematiek bovendien niet op, zeggen zij. Er zijn al genoeg vakken en het risico is dat studenten door de bomen het bos niet meer zien. Ten slotte stellen ze dat het juist goed is als bepaalde faculteiten zich specialiseren in alternatieve stromingen, zodat andere universiteiten een klassiek programma kunnen blijven aanbieden.

Lees ook: Op de universiteit gaat het vooral over de markt

Hoe het wel moet? Daarover hebben Tieleman en Sam de Muijnck, oud-voorzitter van RE:NL, een handboek voor docenten geschreven dat eind oktober uitkomt. Ze bevelen daarin aan dat studenten een breder palet aan onderzoeksmethoden leren, en kennismaken met fundamenteel verschillende economische theorieën. Ze zouden niet alleen abstracte analyses moeten leren maken, maar hun kennis ook leren toepassen op de reële economie; op fenomenen als techbedrijvenpark Brainport Eindhoven, op de zorg en op het belastingstelsel.

Ten slotte willen de auteurs dat het economieonderwijs meer aandacht heeft voor waarden, in plaats van enkel te beschrijven wat er al is. Tieleman: „Studenten moeten leren nadenken over de vraag: wat voor economie willen we?”