Opinie

Politieke partijen moeten het landsbelang weer voorop gaan stellen

Formatiecrisis

Commentaar

Nog voor zij goed en wel begonnen was, is de formatie geklapt. Herman Tjeenk Willink, de voorganger van informateur Mariëtte Hamer, kijkt er met „plaatsvervangende schaamte” naar, zei hij woensdag in Nieuwsuur. Het zijden draadje waar de Nederlandse democratie al aan hing „is dunner geworden”. Wellicht wat somber, maar wel te begrijpen. Na jaren van polarisatie en fragmentatie lijkt de Nederlandse politiek op een dood punt te zijn aanbeland, waarbij zelfs het vormen van een meerderheidskabinet te veel gevraagd lijkt. VVD-veteraan Johan Remkes, Hamers opvolger, mag de formatie nu weer vlot gaan trekken, en zal daarbij waarschijnlijk vooral kijken welke minderheidskabinetten mogelijk zijn.

Lees ook: Remkes’ kijk op formeren staat in schril contrast met hoe het nu gaat

Partijen, constateert Tjeenk Willink terecht, zijn met zichzelf en met elkaar bezig, en te weinig met het aanpakken en oplossen van echte problemen. Aan het begin van de formatie klonk nog de wens om het over de inhoud te hebben. Tijdens de zomer schreven VVD en D66 een gezamenlijk formatiestuk met hun kijk daarop. Donderdag werd dit, samen met het verslag van Hamer, gepubliceerd. Het leest als een oprechte poging om een balans te vinden tussen wat Nederland nodig heeft en wat partijen op ideologische gronden willen. GroenLinks en PvdA zagen er voldoende aanknopingspunten in, de ChristenUnie minder, maar uiteindelijk speelde het stuk nauwelijks een rol. Dinsdag bleek dat VVD en CDA een vijfkoppige coalitie met D66, GroenLinks en PvdA toch te ingewikkeld vinden - en te links.

En dat terwijl Nederland juist nu voor grote problemen staat. De woningmarkt dreigt een sociale kloof te slaan. Door het jarenlang zelf gecreëerde stikstofprobleem, met een almaar uitdijende veestapel, is bouwen moeilijker geworden en de lucht vuiler. Tussen overheid, politiek en burger is het wantrouwen gegroeid. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, gas voorop, zit de overgang naar gezondere energievormen - ook in geopolitieke zin - in de weg. Het jongste debacle rondom de evacuaties uit Afghanistan laat zien dat Nederland ook op het terrein van defensie en wereldpolitiek niet op de bal zit.

Daar komt de coronacrisis bij. Afgelopen week maakte het kabinet bekend per 1 oktober, over een kleine maand dus, te stoppen met de meeste steunmaatregelen waarmee het bedrijfsleven in de afgelopen anderhalf jaar is gestut. De overgang naar een economie zonder vangnetten zal voor menigeen hard zijn, en door de troebele politieke verhoudingen mogelijk harder dan nodig.

Al deze uitdagingen vragen om daadkracht, maar ook om draagkracht. Het is zeer de vraag of een minderheidskabinet zich lang staande zal kunnen houden in een Kamer die strak gespannen staat van wantrouwen, boosheid en negativiteit. Ook als het landsbelang daarom vraagt, zal de bereidheid bij middenpartijen om elkaar te helpen niet groot zijn. Daarvoor is er te veel misgegaan en gezegd. Elke partij had in de afgelopen maanden wel boter op het hoofd, niemand heeft op enig moment níet dwarsgelegen. De opstelling van CDA en VVD springt er wel uit. Voor de verkiezingen zagen zij - in het landsbelang - een brede coalitie „van redelijke partijen” (Rutte) zitten. Nu kennelijk niet meer. VVD en CDA willen wel met PvdA óf GroenLinks, maar niet met beide. In een brief, woensdag, aan de achterban verklaarde CDA-leider Wopke Hoekstra, die altijd gold als liberaal in zijn eigen partij, opeens dat GroenLinks en PvdA anders denken over „medisch-ethische onderwerpen”. Een dag later maakte Hamer duidelijk dat inhoud nooit het probleem is geweest. „De oplossingen voor de grote problemen in Nederland liggen vrij voor de hand.” Wel waren partijen veel bezig met „wat over elkaar in de media is gezegd”.

Lees ook: Blijf vooral niet boos op elkaar, zegt Hamer tegen de partijen

Toegegeven: Hoekstra zit in een lastig parket. Zaterdag 11 september is er een partijcongres en zijn positie is geen gegeven. Een paar weken later maakt oud-CDA’er Pieter Omtzigt zijn politieke rentree, met een nieuwe beweging die het CDA kan overvleugelen.

In de afgelopen maanden bracht Johan Remkes, de loodgieter van de Nederlandse politiek, al orde op zaken in het vastgelopen Limburgse bestuur. Eerder nam hij het Haagse stadsbestuur onder handen. Dat er weer een veteraan (Remkes is 70), net als eerder Tjeenk Willink (79), van stal wordt gehaald, is op zichzelf prima. Het roept wel vragen op over de huidige generatie politici. Veelzeggend is dat Remkes al vóór het klappen van de formatie door de VVD lijkt te zijn gepolst. Dat getuigt van weinig respect voor degenen die nog met plan A bezig waren. Ook merkwaardig: de Kamer werd ingelicht ná het Limburgse provinciebestuur. Nog meer valse noten in een al rammelend formatieproces. Laat het alsjeblieft de laatste zijn.

Correctie (9 september 2021): in een eerdere versie werd de provincie Limburg ten onrechte aangeduid als Zuid-Limburg. Dit is aangepast.