Extra advies voor extra formatierondje

Het kabinet Den Uyl (1973-1977) was semi-extraparlementair. Hier in vergadering met sociale partners van vakbonden en werkgevers, eind 1973. Foto Ben Hansen / ANP
Het kabinet Den Uyl (1973-1977) was semi-extraparlementair. Hier in vergadering met sociale partners van vakbonden en werkgevers, eind 1973. Foto Ben Hansen / ANP

Hij heeft ruim tien jaar ervaring als Tweede Kamerlid. Hij was minister in vier kabinetten – op vier verschillende departementen. Hij was regeringscommissaris van drie Antillen. In 2012 was hij verkenner en informateur. Hij was klasgenoot van Jan Marijnissen. Hij is sinds vier jaar lobbyist voor de verpleeghuiszorg. En dit jaar ontpopt Henk Kamp zich tot publiek adviseur van de zo moeizame kabinetsformatie en openbaar verdediger van Mark Rutte, als die het even moeilijk heeft.

Met goed gevoel voor timing suggereerde de VVD-corryfee uit Twente afgelopen zondag in Buitenhof een nog niet eerder genoemde variant om uit de formatieimpasse te geraken: de vorming van een extraparlementair kabinet. Twee dagen later liep de opdracht van informateur Mariëtte Hamer definitief vast. Vermoedelijk Johan Remkes zal in een nieuwe ronde de boel moeten zien vlot te trekken.

Een extraparlementair kabinet, hoe zit dat precies? Kamp (69), die zichzelf inmiddels een „buitenstaander” noemt die het soms „passend” vindt om commentaar op Haagse toestanden te geven, legt desgevraagd nog eens uit wat hij precies bedoelt.

Na het stranden van alle opties voor een meerderheidscoalitie en een kansloos vooruitzicht voor een werkbaar minderheidskabinet, zal er alleen nog een regering kunnen aantreden met een veel lossere band met de Tweede Kamer. Past goed in de verlangde nieuwe bestuurscultuur. Dus zonder gedetailleerde plannen die op voorhand door fracties worden gesteund. Daar zijn twee smaken voor: een zakenkabinet dat vooral bestaat uit ervaren professionals van buiten Den Haag. Werkt niet, zegt Kamp. „Als je het spel met de Kamer niet kent, wordt dat niks.”

Blijft over het extraparlementaire kabinet. Dit pad is min of meer al eens bewandeld met het roemruchte kabinet-den Uyl (1973-1977), toen alleen twee van de vijf partijen die ministers leverden (PvdA en D66) zich van te voren hadden verbonden aan de regeringsplannen.

Zo’n extraparlementair kabinet moet volgens Kamp bestaan uit bewindslieden die politiek doorgewinterd zijn. Niet per se voormalige ministers, maar zij moeten tenminste al goed de weg kennen in Den Haag. Op departementen, in het parlement en in de media. Belangrijkste eigenschap van nieuwe bewindslieden is overredingskracht. „Het gaat erom”, zegt Kamp, „dat ze met hun enthousiasme Kamerleden kunnen overtuigen van hun goede ideeën.”

Want dat is het verschil met gewone kabinetten: er komt geen uitputtend en gedetailleerd regeerakkoord dat door coalitiefracties is geschreven, maar een ‘regeringsprogramma’ op hoofdlijnen, opgesteld door de nieuwe ministersploeg. Dus eerst de poppetjes, dan de plannen. Die moeten zich in het debat over de regeringsverklaring in de Tweede Kamer verdedigen. Kamp: „Als er dan geen motie van wantrouwen wordt aangenomen, kan de nieuwe ploeg aan de slag.”

Hoewel niet verbonden aan de nieuwe regering, zullen fracties wel bewindslieden kunnen voordragen. De uiteindelijke formateur moet daar dan een vruchtbare selectie uit maken, een gezonde mix van politieke kleur en maatschappelijke positie.

Voor Kamp is het „logisch” dat de aanvoerder van de grootste partij de premier levert. Hij gelooft dat Mark Rutte, ondanks de vele deuken in zijn geloofwaardigheid, nog steeds „het beste mensen van verschillende opvattingen bij elkaar kan brengen”.

Wie moet daar dan bij? Kamp wil verder geen namen noemen, maar kandidaten laten zich best raden. Denk aan: Diederik Samsom (PvdA) op Klimaat, Edith Schippers (VVD) terug op Volksgezondheid, Corien Wortmann (pensioenfonds APB) op Sociale Zaken en Wiebe Draijer (Rabobank) op Financiën. Nuttige outsider: op het Binnenhof loopt nog één politicus rond die zelf ervaring heeft met extraparlementair regeren: 50Plus-senator Martin van Rooijen (79) was voor de KVP staatssecretaris bij Den Uyl.

En Kamp zelf? Wil hij niet voor de vijfde maal minister worden? „Ik ben niet beschikbaar”, zegt hij afgemeten. Een volleerd politicus weet dat als je naam te snel genoemd wordt, het niet doorgaat.

Philip de Witt Wijnen